In dit artikel worden de hoofdlijnen langsgelopen van de binnenkort te verschijnen Toekomstwijzer Jeugd. Deze Toekomstwijzer is een van de zeven Toekomstwijzers die Koplopers in de Zorg in het kader van de Agenda voor de toekomst heeft opgesteld op basis van interviews met hoogleraren en lectoren. Deze andere Toekomstwijzers hebben betrekking op Kwetsbare groepen, Ouderen, GGZ, Ziekenhuiszorg en Management, organisatie & medewerkers; een deel daarvan is al gepubliceerd. Ze zullen gebundeld in het voorjaar 2020 worden gepubliceerd onder de titel ‘Agenda voor de toekomst. De zorg op weg naar 2025’. Bent u geïnteresseerd in de Agenda voor de toekomst en wilt u meedenken en mee veranderen, neem dan contact op met het secretariaat: secretariaat@koplopersindezorg.nl.

Als we het hebben over de jeugdzorg, dan valt in de eerste plaats de grote groei op van het aantal jongeren dat gebruik maakt van jeugdzorg: van 4% van de jongeren in 2000 naar momenteel 12,5%. De volgende redenen worden voor deze toename genoemd.

Allereerst groeien jongeren onder andere omstandigheden op: er zijn meer echtscheidingen, er wordt meer van hen verwacht en de sociale media beïnvloeden hun leven meer. Daarnaast hebben we als maatschappij steeds meer de neiging om labels op jongeren te plakken: drukke kinderen hebben ADHD en als je kind niet goed kan meekomen op school heeft hij dyslexie of is – beter – hoogbegaafdheid. Daarnaast moet men aan een steeds hogere ‘geluksnorm’ voldoen, zowel als ouder als kind. Teleurstellingen moeten worden verklaard, dus ligt een gang naar jeugdzorg voor de hand. En als we aan kinderen denken, denken we vooral aan risico’s en negatieve factoren in plaats van die te accepteren en het kind zijn ontwikkeling te gunnen.

Binnen deze ontwikkelingen vallen een aantal aandachtspunten op. Sinds de gemeenten zorg inkopen doen ze dat vaak in de vorm van welomschreven producten. Even los van het feit dat dit tot tijdrovende procedures met soms bizarre eisen heeft geleid, wordt de professional hierdoor gedwongen om zich voortdurend de vraag te stellen of het probleem wel of niet in het product past dat met de gemeente is overeengekomen. Hierdoor is de professional vaak niet in staat de bredere context erbij te betrekken, zoals de rol van de ouders, het onderwijs, vrienden, sport et cetera. Vele factoren en actoren bepalen immers het welbevinden van de jongere. De interventie moet het probleem oplossen, waardoor zogenaamd lineair aanbodgericht denken overheerst. Vraaggestuurd circulair denken zou beter passen bij de dynamiek van de jongere, waarbij men telkens wat anders probeert als een interventie niet aanslaat. En niets doen kan trouwens ook helpen: watchful waiting. De regie en coördinatie binnen processen is onduidelijk, want de gemeente geeft vaak geen invulling aan haar regierol waardoor kinderen tussen wal en schip vallen, er wachttijden ontstaan et cetera.

Een ander punt is dat de effectiviteit van veel interventies onduidelijk is. Er is ook te weinig collectief denken en delen van ervaringen. Er wordt hier ook niet op gestuurd. Daardoor ontwikkelt de gemeenschappelijke kennis zich erg langzaam en wordt op vele plaatsen het wiel opnieuw uitgevonden. Vanwege de vaak complexe problematiek heb je als professional daarnaast veel ‘vlieguren’ nodig om allerlei situaties goed te kunnen inschatten. Aan de andere kant van het spectrum heb je het DSM dat een veel te zwaar instrument is in deze sector, want veel problemen zijn eenvoudig op te lossen.

Na het bovenstaande is natuurlijk de vraag hoe we dit gaan oplossen. Gelukkig zijn hier vele aanvliegroutes voor.

Allereerst moet natuurlijk de maatschappelijke vraag worden beantwoord over hoe we onze kinderen willen opvoeden, waar we gelukkig van worden en wat we van onze kinderen kunnen eisen. Dat is het begin geweest van de grote groei in vraag naar jeugdzorg. We moeten de jongeren ook veel breder benaderen door het formeren van een ‘bredere pedagogische setting’: erkennen dat niet alleen de ouders maar ook school, sportverenigingen, wijkvoorzieningen en vrienden een rol spelen bij de opvoeding. Er zijn bestaan meerdere actoren in meerdere contexten. En als je bepaalde zaken met behulp van preventie wilt voorkomen (bijvoorbeeld pesten) moet je dat breed opzetten en al deze groepen bij betrekken. Dus als we wat willen veranderen dan zal dat op meerdere terreinen moeten gebeuren. En we moeten de jongeren erbij betrekken: nu worden jongeren als last gezien en worden zij weggestuurd, in plaats van dat ze geaccepteerd worden als een normaal onderdeel van de maatschappij.

Breder gedefinieerd: we moeten voorbij doelgroepen durven denken. Doelgroepdenken is typisch Nederlands: ieder heeft zijn eigen plek en eigen tijd, waardoor er een segregatie van groepen burgers plaatsvindt. Dit heeft wellicht te maken met de verzuiling van ooit eens, maar is een apart fenomeen. In andere landen zijn community – en familieverbanden, samen optrekken veel vanzelfsprekender en wordt de jongere zo veel sneller en meer onderdeel van de maatschappij.

De pedagogische basis kan ook worden verbeterd: we gooien al snel als ouder en leraar de handdoek in de ring, terwijl we zouden moeten leren omgaan met niet altijd even makkelijk, maar wel normaal gedrag zoals dat van de koppige peuters/pubers, jongeren die met middelen experimenteren, baldadigheid, vuurtje stoken et cetera. Op zich is er niets mis met dat gedrag. Het hoort bij het volwassen worden.

Voor de rest zijn er een aantal praktische verbeteringen denkbaar. Bijvoorbeeld in de eerstelijn: wat zijn de meest voorkomende vragen en met welke methoden kunnen die het best aangepakt worden. Als we deze in kaart hebben gebracht, dan kunnen we daar een cyclus van voortdurend verbeteren aan koppelen. Voor intensieve jeugdzorg geldt hetzelfde: weten wat werkt en wat niet werkt leidt tot hogere effectiviteit en efficiëntie. Op een meer abstract niveau kan het beter borgen van kennis, het gebruiken maken van ervaringsdeskundigen, kenniswerkplaatsen, best practices et cetera helpen om de jeugdzorg efficiënter en effectiever te laten werken.

In de wetenschap is ook nog een slag mogelijk. Eigenlijk is er een paradigmashift nodig: multifactor en multi-actor variabelen maken Evidence Based werken eigenlijk onmogelijk. Ditzelfde fenomeen doet zich voor in de GGZ en bij ouderen. Dat legt min of meer de bijl aan de huidige wijze van wetenschapsbeoefening, maar ook aan het Evidence Based werken: wat goed is voor de gemiddelde patiënt is niet goed voor de individuele cliënt, de werkelijkheid is gewoon te dynamisch. Velen pleiten ervoor om van Randomized Control Trials naar Repeated Single Case Design (na elke stap nagaan wat werkt wel en wat niet) te gaan, en onderzoek op basis van N = 1 uit te voeren en cases te verzamelen. Oftewel, een geheel andere wijze van benaderen van het probleem van de cliënt. Om de brug tussen wetenschap en praktijk te slechten, kunnen science practitioners een rol spelen.

Kortom, de jeugdzorg staat een dynamische tijd te wachten met veel kansen voor interessante ontwikkelingen. In het kader van de Agenda voor de toekomst organiseert de Beweging 2025 vanaf februari zogenaamde zorgtafels, waaronder een voor Jeugd. Daar gaan we op basis van de Toekomstwijzer formuleren wat we in 2025 bereikt willen hebben en hoe we dat willen gaan doen. In een apart traject zullen we met de gemeenten in overleg gaan om de hele aanbestedings-, contracterings-, verantwoordings- en factureringssystematiek te veranderen. Het kan toch immers niet zo zijn dat in deze tijden van personeelstekorten soms meer dan 30% van de tijd benut moet worden aan deze ambtelijke regels in plaats van zorg: daarmee doen de gemeenten hun eigen burgers tekort. Bent u geïnteresseerd om mee te doen aan deze zorgtafel, neem dan contact op met het secretariaat: secretariaat@koplopersindezorg.nl


Gepubliceerd door Jaap Jan Brouwer

Jaap Jan Brouwer is strategie- en innovatiedeskundige, en medeoprichter van het platform Koplopers in de Zorg. Met de reeks de Koplopers Top 50 wil het platform een beeld schetsen van de belangrijkste thema’s in de zorg en de wijze waarop bestuurders daarop inspelen. Bent u bestuurder en wilt u hierover vertellen, neem dan contact op met het secretariaat: secretariaat@koplopersindezorg.nl.

Helemaal (niet) mee eens of heb je een vraag? Laat een reactie achter: