<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>wetenschap &#8211; Zorgcommunity</title>
	<atom:link href="https://zorgcommunity.com/tag/wetenschap/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://zorgcommunity.com</link>
	<description>voor de Zorg</description>
	<lastBuildDate>Tue, 18 Dec 2018 10:29:21 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.7.2</generator>

<image>
	<url>https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2020/03/cropped-favicon-zorgcommunity-1-32x32.png</url>
	<title>wetenschap &#8211; Zorgcommunity</title>
	<link>https://zorgcommunity.com</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Project COUNT: meer bruikbare technologie voor verpleegkundigen</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/project-count-meer-bruikbare-technologie-voor-verpleegkundigen/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=project-count-meer-bruikbare-technologie-voor-verpleegkundigen</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/project-count-meer-bruikbare-technologie-voor-verpleegkundigen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Karlijn van Ramshorst]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 23 Nov 2018 07:00:54 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Hogeschool Utrecht]]></category>
		<category><![CDATA[UMC Utrecht]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=6579</guid>

					<description><![CDATA[Veel arbeidsbesparende technologieën voor verpleegkundigen blijven op de plank liggen, bijvoorbeeld omdat ze niet aansluiten bij bestaande werkprocessen. Onderzoekers van de Hogeschool Utrecht kijken in Project COUNT naar manieren waarop nieuwe technologie wél effectief kan worden ingezet, zodat verpleegkundigen meer tijd kunnen besteden aan zorg.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>Veel arbeidsbesparende technologieën voor verpleegkundigen blijven op de plank liggen, bijvoorbeeld omdat ze niet aansluiten bij bestaande werkprocessen. Tegelijkertijd kampen verpleegkundigen met hoge werkdruk en groeiende personeelstekorten. Daarom kijken onderzoekers van de Hogeschool Utrecht in Project COUNT naar manieren waarop nieuwe technologie wél effectief kan worden ingezet, zodat verpleegkundigen meer tijd kunnen besteden aan zorg.</em></p>
<p>De administratieve en registratielast op verpleegafdelingen in ziekenhuizen is hoog. Hierdoor besteden verpleegkundigen slechts een derde van hun dienst direct aan de patiënt en wat ten koste gaat van het plezier in hun werk. Er zijn veel voorbeelden van &#8216;ouderwetse&#8217; en inefficiënte werkwijzen die onnodig beslag leggen op de tijd van verpleegkundigen. Aan het aanbod ligt het niet: er wordt voortdurend slimme technologie ontwikkeld om verpleegkundigen te ontlasten. Die vindt alleen nauwelijks ingang in de praktijk: slechts 30% daarvan wordt succesvol geïmplementeerd.</p>
<p>Danielle Vossebeld is docent Werktuigbouwkunde aan Hogeschool Utrecht en doet promotieonderzoek bij UMC Utrecht. Daarbij werkt ze samen met het HU-lectoraat Co-Design, dat met het lectoraat Technologie voor Zorginnovaties het onderzoek draagt. ‘Nu doet de verpleegkundige metingen aan de patiënt, schrijft die op een velletje en voert die aan het eind van de dag in op de computer’, zegt Vossebeld. ‘Waarom doen we dat? Er zijn allerlei apparaten op de markt, van wearables tot slimme bloeddrukmeters die alle mogelijke informatie direct naar het elektronisch patiëntendossier sturen.’ De redenen voor het mislukken van de implementatie liggen vaak bij ingewikkelde werkprocessen die niet zomaar kunnen worden aangepast, hoge kosten, incompatibiliteit met bestaande systemen en gebrek aan afstemming tussen ontwerpers en verpleegkundigen. Over dat laatste schreef Vossebeld al eerder <a target="_blank" href="http://zorgcommunity.com/2018/07/24/nurseproof/">een blog</a>. ‘Beide kanten hebben de beste intenties,’ zegt ze daarover, ‘maar vaak spreken ze elkaars taal niet.’</p>
<p>Het UMC Utrecht benaderde daarom de Hogeschool Utrecht met de vraag: Hoe kan niet-direct zorggerelateerde technologie* zodanig ontworpen worden dat verpleegkundigen meer voldoening krijgen in hun werk (en meer tijd en aandacht hebben voor directe zorggerelateerde taken)? Hoofdonderzoeker Fenne Verhoeven, ook verbonden aan het lectoraat Co-Design, zette het onderzoek samen met Danielle Vossebeld in de steigers. Het project draagt de naam COUNT (Communication and Operation on the Unit between Nurses and Technology) en draait om het vinden van aangrijpingspunten in het verpleegkundig werkproces voor het verlagen van de werklast.</p>
<p>&nbsp;</p>
<blockquote><p>‘Het is een mooie combinatie van beroepspraktijk, onderwijs en bedrijfsleven’</p></blockquote>
<p>&nbsp;</p>
<p>In het onderzoek wordt telkens de vraag van de betrokken ziekenhuisafdelingen als uitgangspunt genomen, om de oplossingen die ontwikkeld worden precies op die vraag te laten aansluiten. Behalve een aantal implementaties van technologieën in het werkproces van verpleegkundigen, moet het onderzoek ook leiden tot een algemene ontwerpaanpak voor verpleegkundige innovaties. Die ontwerpaanpak helpt ontwerpers om tot een product te komen dat ook echt aansluit bij de realiteit op de werkvloer van verpleegafdelingen.</p>
<p>Een aantal innovaties worden (her)ontworpen en getest in het UMC Utrecht en het Sint Antoniusziekenhuis. ‘We betrekken verpleegkundigen intensief in het onderzoek’, zegt Vossebeld. ‘Met hun ideeën gaan we innovaties die op de markt zijn aansluiten op hun werkprocessen, verbeteren en implementeren.’ Een belangrijk onderdeel van het project draait om de vraag hoe verpleegkundigen efficiënt betrokken kunnen worden. ‘Ze hebben al zo weinig tijd, dus moeten we <a target="_blank" href="http://zorgcommunity.com/2018/11/12/geen-pauze-voor-verpleegkundigen/">tools ontwikkelen</a> om ze met minimale impact te kunnen uitvragen over nieuwe werkprocessen die aansluiten bij hun behoeftes en die van hun patiënten.’</p>
<p>Bij het project worden bovendien zo&#8217;n honderd studenten van zeven HU-opleidingen betrokken. ‘Het is een mooie combinatie van beroepspraktijk, onderwijs en bedrijfsleven’, zegt Vossebeld. ‘Samen zorgen we dat technologie echt ondersteunend wordt aan het verpleegkundige proces, zodat verpleegkundigen een stap verder komen, dat hun werk prettiger wordt en dat ze meer tijd hebben om zorg te verlenen.’</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>* Technologie voor het verrichten van registratie, administratie en logistiek waarvoor de verpleegkundige niet direct in contact hoeft te staan met de patiënt.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/project-count-meer-bruikbare-technologie-voor-verpleegkundigen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">6579</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Geen pauze voor verpleegkundigen</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/geen-pauze-voor-verpleegkundigen/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=geen-pauze-voor-verpleegkundigen</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/geen-pauze-voor-verpleegkundigen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Danielle Vossebeld]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 12 Nov 2018 07:00:17 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Blogs]]></category>
		<category><![CDATA[design]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=5874</guid>

					<description><![CDATA[Danielle Vossebeld vertelt in haar blog over het onderzoek dat ze deed naar posters als hulpmiddel om behoeften, informatie en gedachten van verpleegkundigen uit te vragen. En het onverwachte resultaat waar ze op stuitte...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>‘En wat waren de resultaten uit je onderzoek?’ Mijn collega van Hogeschool Utrecht stelt me deze vraag. Ik heb net in zijn les aan de studenten uitgelegd wat promoveren inhoudt en welke deelonderzoeken ik heb gedaan. Eén van die onderzoeken gaat over het gebruik van posters als hulpmiddel om behoeften, informatie en gedachten van verpleegkundigen uit te vragen. Hoe zou het ontwerp van zo’n poster eruit moeten zien, zodat we op efficiënte wijze feedback krijgen? Welke elementen heeft de poster nodig, zodat deze ook aansluit op het werkproces van verpleegkundigen? De uitvraag kan bijvoorbeeld gaan over het ontwerp van handigere producten, maar in dit geval is het onderwerp de registratielast.</em></p>
<h4><strong>Tafelposter</strong></h4>
<p>Dit wordt dus geen poster aan de muur, want daar lopen verpleegkundigen te snel langs. Dus we gaan een poster met een 24-uursklok voor op tafel testen, als een onderlegvel waar verpleegkundigen op kunnen krabbelen, hun processen weergeven en hun mening erover uiten. Wat wordt er geregistreerd gedurende een dag en vinden ze het nuttig? Met de opgehaalde kennis kunnen we daarna weer verbeterslagen maken.</p>
<p>We leggen de poster in de koffiekamer, want dan zien ze het zodra ze binnenkomen en kunnen er meteen op schrijven als ze aan tafel zitten. We hebben er kruimels en een dikke koffievlek op gephotoshopt, zodat het begrijpelijk is dat je er gewoon alles op mag zetten. Simpel ontwerp, snel duidelijk wat ermee te doen en vooral weinig tekst, zodat er geen tijd verloren gaat aan lezen.</p>
<h4><strong>En wat waren de resultaten?</strong></h4>
<p>‘Het is discutabel om verpleegkundigen te betrekken bij werkactiviteiten in hun pauze.’ Mijn collega kijkt me een beetje vreemd aan als ik dit als resultaat benoem. Mijn onderzoek ging toch over het ontwerp van de poster? Wat was dan mijn hypothese/onderzoeksvraag? Als ik sec kijk naar de resultaten met betrekking tot de vormgeving en effecten hiervan bij de posters, dan kan ik daar veel over vertellen. Maar het meest opvallende voor mij was hoe ik blijkbaar verwachtte dat verpleegkundigen in hun pauze weer over de registratielast gingen nadenken. Op het moment dat ze hun rust kunnen nemen, komt de onderzoekster weer ergens mee. Waarom kan dat dan niet tijdens hun werk?</p>
<p>En ik heb daar helaas wel een antwoord op. In de pauze heb ik ze bij elkaar. Meteen interactie met elkaar als ik een vraag stel. Dus eigenlijk een perfect moment om informatie te krijgen. En helaas ben ik niet de enige die dat zo ziet. Snelle cursus? Die wordt ingepland in de lunchpauze, met broodjes. Feedbacksessie met product? Koffiepauze, maar we nemen koeken mee. Instructie? Verzin er maar een pauze bij.</p>
<h4><strong>Koffievlek</strong></h4>
<p>Hiermee bleek een volgende stap in mijn onderzoek het bedenken hoe we handig feedback kunnen krijgen, zonder de pauze van verpleegkundigen te claimen. Interessant hierbij is hoe de poster bij een verpleegafdeling &#8217;s ochtends verdwenen was uit de koffiekamer. Mijn zoektocht leidde naar de verpleegbalie, waar die nacht iemand zich had uitgeleefd en volop bruikbare feedback op de poster had geschreven.</p>
<p>En andere resultaten met betrekking tot het ontwerp van de poster? Tja, de gephotoshopte koffievlek werkte averechts. Tijdens de eerste pauze was de poster al van de tafel gehaald, want de eerste koffievlek zat er al op.</p>
<p>Onderzoek: Vossebeld DM, Lugt R van der, Schuurmans MJ. <a target="_blank" href="http://research.shu.ac.uk/design4health/wp-content/uploads/2018/09/708.pdf" target="_blank" rel="noopener">Exploring posters as a probing tool to engage nurses in a development process.</a> In: Christer K, Craig C, Wolstenholme D, editors. Proc. 5th Int. Conf. Des. Sheffield; 2018.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/geen-pauze-voor-verpleegkundigen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">5874</post-id>	</item>
		<item>
		<title>In verbinding onderzoek doen</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/in-verbinding-onderzoek-doen/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=in-verbinding-onderzoek-doen</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/in-verbinding-onderzoek-doen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[NTZ]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 11 Oct 2018 14:44:24 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Ds. Visscherfonds]]></category>
		<category><![CDATA[Koninklijke van Gorcum]]></category>
		<category><![CDATA[NTZ]]></category>
		<category><![CDATA[Tilburg University]]></category>
		<category><![CDATA[Tranzo]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=4447</guid>

					<description><![CDATA[VAN GORCUM // Prof. dr. Petri Embregts roept op om wetenschappelijk onderzoek in verbinding te laten plaatsvinden met professionals, mensen met een verstandelijke beperking en hun verwanten als science-practitioner of als co-onderzoeker bij de daadwerkelijke dataverzameling. Voor optimaal onderzoek volgens wetenschappelijke maatstaven, maar met betekenisgeving en de realiteit van de praktijk in het oog.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><a target="_blank" href="http://bit.ly/2O8Wh4i" target="_blank" rel="noopener"><img fetchpriority="high" decoding="async" class="  wp-image-4446 alignright" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/NTZ-banner-website.jpg" alt="Nederlands Tijdschrift voor de zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen" width="276" height="184" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/NTZ-banner-website.jpg 450w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/NTZ-banner-website-300x200.jpg 300w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/NTZ-banner-website-375x250.jpg 375w" sizes="(max-width: 276px) 100vw, 276px" /></a>KONINKLIJKE VAN GORCUM //<em> Prof. dr. Petri Embregts is als bijzonder hoogleraar verbonden aan Tranzo, Tilburg University. Zij heeft vanuit dit departement de Academische Werkplaats Leven met een Verstandelijke Beperking in samenwerking met partners uit de praktijk geïnitieerd en vormgegeven, en geeft sinds de start in 2012 leiding aan deze Werkplaats.  Op 22 maart 2018 sprak ze onderstaande rede uit bij de uitreiking van de Ds. Visscherprijs 2018 tijdens de NTZ-kennismiddag.</em></p>
<p>Ter verhoging van de kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven van mensen met een verstandelijke beperking is er toenemende aandacht voor het ontwikkelen, delen en toepassen van kennis. Meer en intensievere samenwerking tussen wetenschap en praktijk is nodig, niet alleen om te komen tot optimale kennisdeling, maar ook om optimale kennisontwikkeling te realiseren (Embregts, 2017). Hoe kunnen we in nauwe samenwerking met hulpverleners, mensen met een verstandelijke beperking zelf en hun naasten, antwoorden vinden op onderzoeksvragen? Hoe bouwen we in gelijkwaardigheid aan verbindingen tussen praktijk, opleiden en wetenschap om nieuwe kennis te ontwikkelen en te delen?</p>
<p>In zijn artikel ‘Wetenschappelijk onderzoek in de zorg voor mensen met verstandelijke beperkingen’ gaat Moonen in op de kwaliteit van wetenschappelijk bewijs (c.q. ontwikkelde kennis). Aan de – overigens terechte – vraag of onderzoeksresultaten sterke dan wel lage bewijskracht hebben, gaan echter twee vragen vooraf wanneer het gaat om onderbouwde en cliëntgerichte zorg: 1) op welke thema’s wordt onderzoek uitgevoerd? en 2) welke kennisbronnen worden hierbij benut?</p>
<h4>Wat is de focus van wetenschappelijk onderzoek?</h4>
<p>Evidence-based knowledge als de ultieme kennisbron voor kwaliteitsverbetering was lange tijd het streven. De laatste jaren wint een visie op kennis aan terrein die, aanvullend op wetenschappelijke kennis, de praktijkkennis van professionals en de ervaringskennis van mensen met een beperking zelf en hun verwanten tevens tot waardevolle bronnen van kennis rekent. De integratie van deze drie kennisbronnen wordt aangeduid met de term evidence-based practice (Sackett et al. 1996; van Yperen, Veerman, &amp; Bijl, 2017). De verbinding tussen de verschillende kennisbronnen wordt gelegd in praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek, in toenemende mate uitgevoerd vanuit een academische werkplaats. Ondanks de heterogeniteit in academische werkplaatsen wordt hier een (kennis)infrastructuur onder verstaan waarin praktijk, onderzoek, beleid en opleidingen samenwerken (Wijenberg &amp; Nies, 2015).</p>
<p>De mate van samenwerking en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de samenwerking verschillen echter. Om optimale kennisontwikkeling te realiseren die in de praktijk daadwerkelijk bijdraagt aan betere zorg voor mensen met een beperking is intensieve(re) en continue samenwerking nodig. Zo zouden actuele kennisbehoeften uit de praktijk, maar ook ervaringskennis van mensen met een beperking, hun verwanten, professionele kennis en wetenschappelijk kennis (zowel inhoudelijk als methodologisch) in een continue proces gecombineerd moeten worden. Onderzoeksthema’s die gezamenlijk door onderzoekers, professionals en mensen met een beperking zelf zijn vastgesteld, worden gedragen én uitgevoerd, zullen immers (indirect) bijdragen aan de kwaliteit van de onderzoeksresultaten en het herijken van een zich doorontwikkelende kennisagenda.</p>
<p>Binnen de Academische Werkplaats Leven met een verstandelijke beperking (AWVB) is om die reden met onderzoekers, de portefeuillehouders kennisbeleid van de aangesloten zorgorganisaties (perspectief professional en praktijk) en de LFB (perspectief mensen met een verstandelijke beperking) een jaar lang in meerdere sessies gezamenlijk gewerkt aan een herijking van het onderzoeksprogramma. Nadere analyse laat zien dat praktijkbehoeften:</p>
<ol>
<li>Aansluiten bij wetenschappelijke kennis die reeds beschikbaar is binnen de AWVB danwel daarbuiten (en dus is het doel te komen tot toepassing in de praktijk van deze nieuwe kennis);</li>
<li>aansluiten bij (het volgen van) lopende onderzoeksprojecten binnen de AWVB (en dus is het doel dat professionals en mensen met een verstandelijke beperking zelf reeds tussentijds gebruik kunnen maken van nieuwe wetenschappelijke kennis);</li>
<li>aansluiten bij de onderzoeksambitie van de AWVB maar niet aansluiten bij lopende of afgeronde projecten (en dus vereist dit een nieuw onderzoeksinitiatief) of;</li>
<li>niet aansluiten bij de ambitie van de AWVB maar mogelijk wel bij andere kenniscentra (Embregts, 2017).</li>
</ol>
<p>In het laatste geval worden verbindingen gelegd met andere onderzoeksgroepen en wordt actief en gericht bijgedragen aan meer samenwerking en samenhang binnen Nederland in onderzoeksactiviteiten en een passende nationale kennisagenda (Kef &amp; Schuurman, 2017; Schuengel &amp; Embregts, 2018).</p>
<p>Een gezamenlijke visie op goed onderbouwde en cliëntgerichte zorg zal ook in de komende jaren zorgen voor bereidheid en enthousiasme om samen op te trekken in het uitvoeren van onderzoek waarvan het wetenschappelijk bewijs van goede kwaliteit is, maar ook in het adequaat toepassen van de resultaten. Naast samenwerkingsverbanden binnen academische werkplaatsen spelen subsidieverstrekkende partijen vanzelfsprekend een voorname rol in het bepalen van de thema’s waar onderzoek op wordt verricht.</p>
<p>Om te komen tot een uitgebalanceerd subsidieprogramma is het van belang in het voorbereidingsproces wederom de drie perspectieven van ervaringskennis, professionele kennis en wetenschappelijke kennis bijeen te brengen door behoeften en actuele kennis op te halen bij onderzoeksgroepen, brancheorganisaties, cliëntorganisaties en beroepsverenigingen. Een dergelijk proces heeft de basis gevormd van het Nationaal Programma Gehandicapten ‘Gewoon Bijzonder’, door ZonMw uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van VWS. Het visiedocument Krachten Bundelen – in 2015 opgesteld door een groep hoogleraren in de gehandicaptenzorg in samenwerking met de VGN – heeft als input gediend voor de invulling van dit Nationaal Programma. Thema’s waar volgens deze groep, in afstemming met mensen met een beperking zelf en professionals, onderzoek naar gedaan zou moeten worden, lagen op de domeinen gedrag, participatie en gezondheid.</p>
<p>Het belang van de verschillende kennisbronnen in het komen tot onderbouwd betere zorg aan mensen met een verstandelijke beperking, meervoudige beperking of niet-aangeboren hersenletsel wordt hierbij nadrukkelijk omarmd door ZonMw. Zo komen enkel netwerken bestaande uit kennis- en onderwijsinstellingen, zorg- en cliëntenorganisaties in aanmerking voor subsidies, waarbij zowel wetenschappelijke kennis, als praktijkkennis en ervaringskennis geïntegreerd worden.</p>
<h4>Welke kennisbronnen worden benut?</h4>
<p>Zoals geschetst door Moonen (2018) kan evidence-based practice in de eerste plaats worden geoperationaliseerd door het betrekken van professionals (praktijkkennis) en mensen met een beperking of hun verwanten (ervaringskennis) als respondenten in onderzoek. Dit kan zowel binnen kwantitatief als kwalitatief onderzoek op velerlei manieren gebeuren. Bijvoorbeeld met behulp van vragenlijsten, observatie-instrumenten, interviews of focusgroepen. Naast het betrekken van mensen met een lichte verstandelijke beperking of zwakbegaafd niveau van functioneren als respondenten, wordt in toenemende mate moeite gedaan om ook het perspectief van mensen met ernstiger vormen van verstandelijke beperkingen te includeren, aan de hand van bijvoorbeeld meer creatieve onderzoeksmethoden.</p>
<p>Een bijzondere rol speelt het ophalen en benutten van praktijkkennis van professionals bij het ontwikkelen of evalueren van (complexe) interventies. Het expliciet maken, systematiseren en toetsen van impliciete kennis van professionals over interventies die door hen in de dagelijkse praktijk worden gebruikt, draagt bij aan het ontwikkelen van practice-based evidence (Yperen en Veerman, 2008). Professionals kunnen de overtuiging hebben dat een interventie zou kunnen werken, maar zowel de aard van de interventie als de argumentatie voor de werkzaamheid zijn niet expliciet gemaakt. Volgens Yperen, Veerman en Bijl (2017) kunnen we dan spreken van intuition-based.</p>
<p>Het verhaal achter de interventie is als het ware verborgen en via onderzoek kunnen we hier gaandeweg meer over te weten komen door het doorlopen van vier te onderscheiden onderzoeksfases: 1) descriptief, 2) theoretisch, 3) indicatief en 4) causaal. Al deze fasen hebben gemeen dat ze bewijzen verzamelen van de effectiviteit van een interventie met als doel om informatie te verzamelen waarmee het effect van het praktisch handelen van een individuele professional verhelderd of getoetst wordt. Ook de Medical Research Council (Craig et al., 2008) heeft een stapsgewijze benadering opgesteld waarmee complexe interventies kunnen worden ontwikkeld of geëvalueerd.</p>
<p>Onafhankelijk van het gekozen model, wordt veelal een intensieve eerste fase doorlopen die zich richt op het achterhalen en expliciteren van praktijkkennis van betrokken professionals, hun beschrijving van de interventiecomponenten en hun verwachtingen ten aanzien van de <em>outcome</em>. De stappen kunnen worden beschouwd als hulpmiddel om te bepalen wat de stand van zaken is met betrekking tot de kennis rondom de betreffende interventie, welke kennis (van welke kennisbron) er nog nodig is en welke hypothesen voor toetsing geformuleerd kunnen worden. Naast het betrekken van professionals en mensen met een verstandelijke beperking of hun verwanten als respondent, kan hun kennis tevens benut worden in de positie van (mede-)onderzoeker. Zo kan kennis van professionals worden ingezet in de functie van een science-practitioner, die deels in de klinische praktijk werkt en deels in het wetenschappelijk onderzoek.</p>
<p>Vanuit de verbondenheid met de praktijk kunnen science-practitioners zowel kennisbehoeften signaleren als een rol spelen bij de wijze waarop dataverzameling optimaal plaats kan vinden. Immers, de science-practitioner spreekt de taal van de praktijk, begrijpt de dynamiek, maar kan ook zelf data verzamelen. Science-practitioners zijn voorbeelden van betrokken en vakbekwame (dat wil zeggen: gebruikmakend van de beschikbare <em>evidence</em> over goede zorg) professionals die een belangrijke basis vormen van kwaliteit van zorg (Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg, 2017). In deze positie kunnen zij daarnaast een belangrijke rol spelen in kennisdeling binnen de eigen organisatie.</p>
<p>Niet alleen professionals werken steeds vaker actief mee in onderzoek in hun rol als sciencepractitioner, ook het samenwerken met mensen met een verstandelijke beperking als co-onderzoeker heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen. De wijze waarop mensen met een beperking participeren in zogeheten inclusief onderzoek kan variëren van een adviserende tot een initiërende, en meer leidende rol. Vanuit ervaringskennis kunnen deze co-onderzoekers bijvoorbeeld meedenken over de relevantie van onderzoeksvragen, interviews afnemen in de dataverzamelingsfase en reflecteren op de betekenis van onderzoeksresultaten voor de praktijk. Het bijdragen aan kennisontwikkeling als co-onderzoeker resulteert onder andere in zelfvertrouwen en verhoogde zelfwaardering bij mensen met een beperking (Flood et al., 2012; García-Iriarte, O’Brien, &amp; Chadwick, 2014).</p>
<p>In de afgelopen jaren is reeds ervaring opgedaan met het samenwerken met ervaringsdeskundigen als co-onderzoeker aan de hand van participatieve onderzoeksmethoden, waarbij het inzetten van ervaringsdeskundigen zowel in de methodologie als in de resultaten een waardevolle bijdrage levert (Kool, Boumans, &amp; Visse, 2013). In een review (Frankena, Naaldenberg, Cardol, Linehan, &amp; Van Schrojestein Lantman-de Valk, 2015) geven onderzoekers aan dat hun onderzoek van betere kwaliteit en meer valide was, en meer voordelen voor <em>stakeholders</em> opleverden wanneer dit onderzoek in samenwerking met een onderzoeker met een beperking was uitgevoerd. Deze bewustwording heeft erin geresulteerd dat participatie van een co-onderzoeker met een verstandelijke beperking tot één van de programmaspecifieke criteria van het NPG ‘Gewoon bijzonder’ (ZonMw) is benoemd.</p>
<p>Respondenten in een vooronderzoek benadrukken dat samenwerking tussen mensen zonder en met een beperking <em>commitment</em> van alle betrokkenen vraagt (Embregts, Taminiau, Heerkens, Schippers, &amp; van Hove, accepted). Concluderend kunnen we stellen dat onderzoek doen in verbinding met mensen met een verstandelijke beperking, hun verwanten en professionals op meerdere gebieden van grote waarde is.</p>
<p>Allereerst kunnen relevante en betekenisvolle onderzoeksthema’s (zowel voor praktijk als voor wetenschap) in gezamenlijkheid worden bepaald en wordt bijgedragen aan een gezamenlijk gedragen kennisagenda. Ook de onderzoeksuitvoering kan in verbinding plaatsvinden door zowel professionals, mensen met een verstandelijke beperking en hun verwanten niet alleen als respondenten te betrekken maar ook bij bijvoorbeeld de daadwerkelijke dataverzameling als science-practitioner of als co-onderzoeker. Hierdoor wordt optimaal onderzoek vormgegeven volgens wetenschappelijke maatstaven, maar met betekenisgeving en de realiteit van de praktijk in het oog.</p>
<p>En tot slot, op basis van de verbinding tussen ervaringskennis, professionele kennis en wetenschappelijke kennis, kan kennisdeling op maat en met oog voor de context realiteit worden en kan besluitvorming plaatsvinden met inachtneming van iedere unieke mens in zijn of haar (zorg)omgeving (Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving, 2017).</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>DEZE REDE WERD EERDER GEPULICEERD IN HET NTZ: NEDERLANDS TIJDSCHRIFT VOOR DE ZORG AAN MENSEN MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING.</p>
<p><a target="_blank" class="button" style="background-color: #6b2340;" href="http://bit.ly/2PtlsMu">Vraag een proefnummer aan</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<hr />
<h5>Literatuur</h5>
<p>Craig, P., Dieppe, P., Macintyre, S., Michie, S., Nazareth, I., &amp; Petticrew, M. (2008). Developing and evaluating complex interventions. Medical Research Council, UK. Embregts. P.J.C.M. (2017). Kennisontwikkeling en kennisdeling in gelijkwaardige verbinding tussen praktijk en wetenschap. Nederlands Tijdschrift voor de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen, 3, 219-226.</p>
<p>Embregts, P. J. C. M., Taminiau, E. F., Heerkens, L., Schippers, A., &amp; van Hove, G. (accepted). Collaboration in inclusive research: competencies considered important for people with and without intellectual disabilities. Journal of Policy and Practice in Intellectual Disabilities. 10.1111/jppi.12248</p>
<p>Flood, S., Bennett, D., Melsome, M., &amp; Northway, R. (2013). Becoming a researcher.  British Journal of Learning Disabilities, 41, 288-295.</p>
<p>Frankena, T. K., Naaldenberg, J., Cardol, M., Linehan, C., &amp; van Schrojenstein Lantman-de Valk, H. (2015). Active involvement of people with intellectual disabilities in health research; A structured literature review.  Research in Developmental Disabilities,  45, 271-283.</p>
<p>García Iriarte, E., O’Brien, P., &amp; Chadwick, D. (2014). Involving people with intellectual disabilities within research teams: lessons learned from an Irish experience. Journal of Policy and Practice in Intellectual Disabilities, 11, 149-157.</p>
<p>Kef, S. &amp; Schuurman, M. (2017). Verbinding gewenst rondom onderzoek in de zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen. Nederlands Tijdschrift voor de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen, 1, 64-69.</p>
<p>Kool, J., Boumans, J., &amp; Visse, M. (2013). Ervaringskennis en wetenschappelijke kennis vanuit het perspectief van mensen met een ‘dubbele identiteit’: Doorleefd verstehen. Amersfoort: Disability Studies.</p>
<p>Landelijke stuurgroep kwaliteitskader gehandicaptenzorg (2017). Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg 2017-2022. Utrecht: Landelijke stuurgroep kwaliteitskader gehandicaptenzorg.</p>
<p>Moonen, X. (2018), Wetenschappelijk onderzoek in de zorg voor mensen met verstandelijke beperkingen. Nederlands Tijdschrift voor de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen, 44(2).</p>
<p>Sackett, D.L., Rosenberg, W.M.C., Gray, J.A.M., &amp; Richardson, W.S. (1996). Evidence based medicine: What it is and what it isn’t – It’s about integrating individual clinical expertise and the best external evidence. BMJ, 312, 71-72.</p>
<p>Wijenberg, E. &amp; Nies, H. (2017). Academische Werkplaatsen Zorg &amp; Gezondheid. Een verkenning van overeenkomsten en verschillen in aanpak. Utrecht: Vilans.</p>
<p>Yperen, T. van, &amp; Veerman, J. W. (2008). Zicht op effectiviteit. Handboek voor praktijkgestuurd effectonderzoek in de jeugdzorg. Delft: Eburon Uitgeverij B.V.</p>
<p>Yperen, T. van, Veerman, J. W., &amp; Bijl, B. (2017). Zicht op effectiviteit. Handboek voor resultaatgerichte ontwikkeling van interventies in de jeugdsector. Rotterdam: Lemniscaat.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/in-verbinding-onderzoek-doen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">4447</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Anton Došen Scriptieprijs 2019</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/anton-dosen-scriptieprijs-2019/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=anton-dosen-scriptieprijs-2019</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/anton-dosen-scriptieprijs-2019/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jet Dingemans]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 02 Jul 2018 11:51:30 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[awards]]></category>
		<category><![CDATA[studie]]></category>
		<category><![CDATA[Tranzo]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=376</guid>

					<description><![CDATA[Op 11 april 2019 wordt tijdens het tweejaarlijkse symposium van de Academische Werkplaats Leven met een verstandelijke beperking van Tranzo (Tilburg University) voor de vijfde keer de Anton Došen Scriptieprijs [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Op 11 april 2019 wordt tijdens het tweejaarlijkse symposium van de Academische Werkplaats Leven met een verstandelijke beperking van Tranzo (Tilburg University) voor de vijfde keer de Anton Došen Scriptieprijs uitgereikt.</p>
<p>De Anton Došen Scriptieprijs is door de Stichting Vrienden van Nieuw Spraeland ingesteld, in samenwerking met Tranzo (Tilburg University) en STEVIG, onderdeel van Dichterbij. De scriptieprijs bevordert onderzoek naar de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking en psychiatrische en/of gedragsproblemen (begeleiding, behandeling en diagnostiek) en wordt uitgereikt aan de auteur van de meest vernieuwende masterscriptie. Iedereen die een scriptie op dit gebied heeft geschreven in het kader van een universitaire master aan een universiteit in Nederland of België in het academisch jaar 2016/2017 en 2017/2018 komt in aanmerking voor de scriptieprijs.</p>
<p>De prijs die wordt uitgereikt door juryvoorzitter prof. dr. Petri Embregts, bestaat uit een geldbedrag van 5000 euro.</p>
<p><a target="_blank" href="https://www.tilburguniversity.edu/nl/onderzoek/instituten-en-researchgroepen/tranzo/agenda/scriptieprijs-2019/" target="_blank" rel="noopener">Aanmelden</a> kan tot 1 november 2018. Meer achtergrondinformatie over de prijs,<br />
het reglement en waar de aanmelding aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor de prijs is te vinden op <a target="_blank" href="https://www.tilburguniversity.edu/nl/onderzoek/instituten-en-researchgroepen/tranzo/academischewerkplaatsen/awlvb/antondosen/" target="_blank" rel="noopener">de website van de Anton Došen Scriptieprijs</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/anton-dosen-scriptieprijs-2019/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">376</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Nomineer een project voor de Jan van der Kruis Innovatieprijs 2019</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/jan-van-der-kruis-innovatieprijs-2019/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=jan-van-der-kruis-innovatieprijs-2019</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/jan-van-der-kruis-innovatieprijs-2019/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jet Dingemans]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 19 Jun 2018 13:08:56 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[awards]]></category>
		<category><![CDATA[Tranzo]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=384</guid>

					<description><![CDATA[De Jan van der Kruis Innovatieprijs wordt uitgereikt aan mensen die een brug te slaan tussen onderzoek en praktijk, en daarmee de positie van mensen met een verstandelijke beperking en de kwaliteit van hun leven verbeteren.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>Op 11 april 2019 wordt tijdens het tweejaarlijkse symposium van de Academische Werkplaats Leven met een verstandelijke beperking van Tranzo (Tilburg University) voor de vierde keer de Jan van der Kruis Innovatieprijs uitgereikt.</em></p>
<p>In de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is in toenemende mate aandacht voor de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. De vertaalslag van nieuwe kennis en inzichten naar de dagelijkse praktijk en het leven van mensen met een verstandelijke beperking kan daarbij een uitdaging zijn.</p>
<p>De Jan van der Kruis Innovatieprijs is ingesteld om mensen te motiveren deze brug te slaan tussen onderzoek en praktijk en daarmee de positie van mensen met een verstandelijke beperking en de kwaliteit van hun leven te verbeteren. Projecten of initiatieven op dit gebied die zijn afgerond tussen november 2016 en november 2018 kunnen worden ingezonden.</p>
<p>De prijs bestaat uit een geldbedrag van 5000 euro. Initiatieven kunnen tot 1 november 2018 <a target="_blank" href="https://www.tilburguniversity.edu/nl/onderzoek/instituten-en-researchgroepen/tranzo/agenda/innovatieprijs-2019/" target="_blank" rel="noopener">digitaal aangemeld</a> worden. Op <a target="_blank" href="https://www.tilburguniversity.edu/nl/onderzoek/instituten-en-researchgroepen/tranzo/academischewerkplaatsen/awlvb/janvanderkruis/" target="_blank" rel="noopener">de website van de Jan van der Kruis Innovatieprijs</a> staat achtergrondinformatie over de prijs, het reglement en waar het initiatief aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor de innovatieprijs.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/jan-van-der-kruis-innovatieprijs-2019/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">384</post-id>	</item>
	</channel>
</rss>
