<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>VOZ magazine &#8211; Zorgcommunity</title>
	<atom:link href="https://zorgcommunity.com/tag/voz-magazine/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://zorgcommunity.com</link>
	<description>voor de Zorg</description>
	<lastBuildDate>Fri, 23 Aug 2019 12:18:18 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.7.2</generator>

<image>
	<url>https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2020/03/cropped-favicon-zorgcommunity-1-32x32.png</url>
	<title>VOZ magazine &#8211; Zorgcommunity</title>
	<link>https://zorgcommunity.com</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Dubbelinterview Jan Jaap Kolkman en Theo Engels</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/dubbel-interview-jan-jaap-kolkman-theo-engels-over-de-zorg/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=dubbel-interview-jan-jaap-kolkman-theo-engels-over-de-zorg</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/dubbel-interview-jan-jaap-kolkman-theo-engels-over-de-zorg/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Zorgcommunity Redactie]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 19 Aug 2019 09:00:27 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Home Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[Jan Jaap]]></category>
		<category><![CDATA[van ZZ naar GG]]></category>
		<category><![CDATA[VOZ magazine]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=18998</guid>

					<description><![CDATA[Drie jaar geleden startten de gemeente Deventer en Eno Zorgverzekeraar om de overgang van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag in beider domeinen te versnellen. Van nazorg naar voorzorg als nieuw vertrekpunt. Met als baken het principe Positieve Gezondheid zoals onderzocht en uitgewerkt door Machteld Huber. In de praktijk ook anders aangevlogen: uitgaan van het eigenaarschap van gezondheid bij de mensen zelf. In dit artikel praten Jan Jaap Kolkman en Theo Engels hierover. ]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h3>We vertrekken ergens anders en vliegen ook anders aan</h3>
<p>Hans de Goeij in gesprek met gemeentebestuurders in Deventer wethouder Jan Jaap Kolkman en Theo Engels, directeur zorg &amp; ICT bij zorgverzekeraar Eno.</p>
<p>In Deventer is de Promotiecoalitie het gevleugelde woord geworden waar anderen het begrip gezondheidscoalitie zouden gebruiken. Een ander accent met een extra appèl op samenwerken, door samen te denken, samen randen van mogelijkheden op te zoeken én samen te doen. Drie jaar geleden startten de gemeente Deventer en Eno Zorgverzekeraar om de overgang van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag in beider domeinen te versnellen. Van nazorg naar voorzorg als nieuw vertrekpunt. Met als baken het principe Positieve Gezondheid zoals onderzocht en uitgewerkt door Machteld Huber. In de praktijk ook anders aangevlogen: uitgaan van het eigenaarschap van gezondheid bij de mensen zelf.<span id="more-18998"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Gemeente en Zorgverzekeraar samen aan de bak.</h4>
<p><em>Gemeente Deventer en Zorgverzekeraar Eno zijn mede aanjagers van de coalitie “Promotie coalitie”. Mede mogelijk gemaakt met subsidie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dat lijkt wel de crème de la crème van jullie beider samenwerking, als organisaties en als personen.</em></p>
<p>Kolkman: “Wij hebben gekozen voor het woord Promotiecoalitie en niet voor Gezondheidscoalitie. Gezondheidscoalitie heeft in dit soort gesprekken en interviews teveel de connotatie zorg en ziekte. Wij vliegen het nu anders aan. We accentueren de promotie van gezondheid én wij benadrukken de levenslust en onze ambities daarbij. Dus minder uitgaan van enkel voorkomen van ziekte. Wij zoeken naar de kracht bij mensen zelf, en het aanmoedigen die kracht ook bij je zelf te zoeken en te versterken. Dat maakt je minder afhankelijk van zorgprofessionals. Dat vermindert dus afhankelijkheid en vergroot tegelijk de eigen regie. Dat is op zich weer een extra stimulans, en bevordert de eigenwaarde van mensen. Anderen zeggen ook: empowerment van de inwoners versterken. We zoeken dus de hulpkrachten op in onze samenleving en sluiten daarbij aan. Een kwestie van de juiste fit bepalen. Dan heb je achteraf minder energie nodig om toch op het goede pad te komen, nog afgezien van de faalkosten”.</p>
<p>Engels: “Het leven van een inwoner, een verzekerde is meer dan ziekte en zorg. Gezondheid gaat levenslang mee, inclusief de ambities en de dingen waar je gelukkig van wordt. Daarom proberen we in de Promotiecoalitie primair aan te sluiten bij de eigen ambities van de inwoners, de verzekerden. En dan hebben we de stevige ambitie neergezet om dat in samenwerking met elkaar en met andere domeinen te doen. Niet omdat het kan, niet omdat wij dat zo leuk of interessant vinden, maar gewoon omdat het moet. Wij moeten<br />
die samenwerking opzoeken. Het is niet of, maar hoe. Als bestuurders hebben we dus de taak gewoon op te pakken en samen het hoe te verkennen, door goed te kijken wat er is en gebeurt, door vooruit te denken en het hoe vorm te geven. Klein beginnen maar wel met een lange adem vol te houden. Het niet van ons twee afhankelijk te maken, maar echt inbedden en gedragen laten worden in de gemeenschap”.</p>
<h4></h4>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Van praten over naar focus op</h4>
<p>Het zijn natuurlijk mooie gedachten: van gezondheidscoalitie naar promotiecoalitie. Kunt u concrete voorbeelden noemen waar jullie mee aan de slag gaan, gemeente en zorgverzekeraar?</p>
<p>Engels: “Begin 2018 startte onze promotiecoalitie Deventer. In drie jaar tracht de coalitie inwoners dichter bij het eigenaarschap van de eigen gezondheid te brengen. Ons doel is inderdaad om de eigen gezondheid positiever te gaan ervaren en dus minder zorg te vragen. De beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag is dus expliciet onderdeel van onze aanpak, ja zelfs de drive. Wij leggen met name de focus bij bewegen van inwoners uit enkele risicogroepen. Als belangrijk effect van die inzet ontstaan tegelijk kansen voor nieuwe sociale contacten. Dat draagt in de meeste gevallen weer bij aan het verminderen, uitstellen of voorkomen van nogal wat gezondheidsproblemen”.</p>
<p>Kolkman vult aan: “De gemeente heeft ook een programma WijDeventer, waarin de eigen regie voorop staat. Dat promoot ze ook via de website https://wij.deventer.nl. De samenwerking van gemeente en zorgverzekeraar is dus essentieel, we organiseren aan de voorkant de focus en met massa zorgen we dat het effect van één plus één = drie kan worden. Maar het beperkt zich niet tot zorgverzekeraar en gemeente. Onze gemeentelijke Nota Volksgezondheid is mede gebaseerd op het bevorderen van de eigen regie, ook in de sector van de publieke gezondheid waar het kan. In een aantal wijken zijn inmiddels huisartsenpraktijken en sociale wijkteams samen bezig om het gesprek met de patiënt, onze inwoner dus, anders in te richten en daarbij de samenwerking meer te zoeken. De promotiecoalitie wordt daarbij geïnspireerd door de Bettery van Louis Overgoor en zijn collegae”.</p>
<p><em>Van oudsher is er in Nederland rond gezondheid en zorg een scheiding tussen grofweg primaire preventie en zorg. Het wordt ook door verschillende, soms elkaar uitsluitende, financieringssystemen en regelingen gefaciliteerd. Van ZZ naar GG kan je alleen bereiken als die scheiding in ieder geval meer diffuus wordt en openingen ontstaan tussen de systemen. Hoe kijkt u daar tegen aan?”</em></p>
<p>Engels: “Daar kan je een lange en mooie boom over opzetten. Maar ik denk dat we daar niet echt mee opschieten, we praten er al zo lang over. Er is veel draagvlak voor die gedachte maar het stokt bijvoorbeeld bij lef en daadkracht als het op uitvoering aankomt”.</p>
<p>Engels gaat verder: “De promotiecoalitie start niet bij het systeem maar bij het centraal stellen van de inwoner en verzekerde. Daar willen wij, zorgverzekeraar en gemeente met andere partners, bij aanhaken. Dus bij zorgen van mensen, hun interesses, hun belangstelling, hun mogelijkheden en kansen. Alleen al die houding zorgt ervoor dat een niet onbelangrijk deel van de mensen de eigen regie weer oppakt of versterkt. In die gevallen kan je dus als zorgveld terugtreden of minder intensief actief zijn. Daardoor houd je tijd over voor<br />
hen die een steun in de rug nog even nodig hebben. En voor hen die de eigen regie door gebrek, invaliditeit of algemene achteruitgang aan het einde van het leven echt niet meer terug kunnen winnen”.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Van denken en doen, vooral doen!</h4>
<p>Kolkman: “Wij weten dat circa de helft van gezondheidsklachten met leefstijl verband houdt, waarvan weer een belangrijk gedeelte te beïnvloeden zou zijn. Dus verminderen in ernst, door ongezondheid uit te stellen in de tijd of zelfs te voorkomen. Ons zorgsysteem kan dus heel wat doelmatigheid oogsten als wij vanuit een ander uitgangspunt vertrekken en anders aanvliegen. De sleutel ligt bij het intrinsiek motiveren van mensen zelf; een sleutel die past op het slot. In onze zorg- en ondersteuningstaken- zijn wij te vaak met algemene oplossingen en boodschappen bezig. Tja, die lopers en algemene adviezen passen vaak niet op kluizen zoals wij mensen soms kunnen zijn. Dus niet enkel de sleutel bepaalt of de deur open gaat, maar het profiel van het slot bepaalt welke sleutel je erin moet steken om de juiste fit op te leveren. Het is geen kip en ei kwestie. Er zit logica in om naar effectiviteit in de aanpak te komen. Laat dat ook steeds meer evidence based worden!”.</p>
<p><em>De zorg kent een financiering op grond van veelal verrichtingen, normtijden en aantallen. Dus input, throughput en output variabelen gekaderd door protocollen en procedures, met zo mogelijk evidence. Maar is sturen op outcome en impact waar we eigenlijk naar toe zouden moeten? Anders gezegd: belonen van langer gezond en goed leven accentueren in plaats belonen van verrichtingen en handelingen an sich. Hoe zien jullie dat in Deventer?</em></p>
<p>Engels: “Er zijn verschillende bekostigingsmodellen. Maar wij zitten vooralsnog vast aan het verrichtingen model; dat is niets nieuws. Maar dat mag geen excuus zijn om verder niet na te denken. Dat ontslaat ons ook niet van de plicht te kijken naar andere modellen waar we de outcome en impact van gedrag en gezondheid beter mee faciliteren binnen de gegeven kaders van beschikbare budgetten. Dus van ZZ naar GG, wat wij onderschrijven, zorgt ervoor dat wij ook zoeken naar andere mogelijkheden, aanvullende mogelijkheden in de bekostiging. Gelijktijdig zien we dat patiënten, inwoners, vaker oplossingen zoeken in het sociale domein. De verzekeraar is actief in het domein van de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet. Maar de verzekeraars realiseren zich ook dat er versterkingen nodig zijn in het sociale domein, willen verzekeringsbestedingen beter, doeltreffender en doelmatiger renderen. Het 1 + 1 = 3 effect levert dus aan beide kanten voordelen op; gemeenten zouden ook op ons een beroep kunnen doen en vice versa. Het lastige is dat de wettelijke kaders ons dat niet makkelijk mogelijk maken. Een paradigmashift is eigenlijk nodig, maar de realiteit leert ons ook dat dat niet in een klap gaat. We zoeken dus eerst de randen van beide stelsels op en kijken wat we daar al kunnen gaan doen”.</p>
<p>Kolkman: “Populatiebekostiging met shared savings is zo iets waar we als zorgverzekeraar en gemeente kansen zien om samen op te trekken en meer impact te genereren als het om gezondheid gaat. We zitten ook niet stil met verder denken wat het andere vertrekpunt is en hoe we nog beter aanvliegen, om impact op de gezondheid van de burgers te faciliteren en te bevorderen. Ik weet dat de verzekeraar binnen en buiten de promotiecoalitie aan andere projecten bijdraagt, samen met ons, zoals de beweegmakelaar, het loopparcours in Diepenveen en de activiteiten binnen de promotiecoalitie. De 3 jarige VWS bijdrage aan de Promotiecoalitie Deventer is voor systeemverandering; het is niet bedoeld voor activiteiten. Dat is eigenlijk maar goed ook. Op die manier weten wij nu al dat, als het systeem wat wijzigt, de partners wel moeten doorgaan. De samenwerking na drie jaar willen wij verder door ontwikkelen en faciliteren”.</p>
<h4></h4>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Kom er maar eens tussen&#8230;</h4>
<p><em>In het prachtige oude stadhuis met de schitterende</em> <em>nieuwe aanbouw in Deventer heerst serene rust. Een</em> <em>gebouwencomplex dat op zich al een bezoek waard is. Het gesprek tussen Jan Jaap Kolkman en Theo Engels loopt uit de afgesproken tijd. En het gaat als vanzelf over in een gedachten wisseling over hoe ze nog meer effect uit de promotiecoalitie kunnen halen. Ze maken elkaar zichtbaar nog enthousiaster. Zijn aan elkaar gewaagd. De interviewer komt er niet meer aan te pas, bijna dan. Ik vraag of ze nog een laatste boodschap hebben voor de lezers van VOZ Magazine.</em></p>
<p>Kolkman: “We spraken over de verschillende financieringsbronnen en soms de onmogelijkheden ook de randen van onze systemen open te krijgen, om iets te faciliteren waar de zorgverzekeraar én de gemeente baat bij hebben. Waar ZZ naar GG wordt versneld. Soms vallen goede voorstellen van burgers daardoor tussen wal en schip. Ik zou een oplossing willen zoeken in een structureel potje Versterking Preventie Structuur. Om de verbinding preventie, gedrag en gezondheid met en in het sociale domein te versterken vanuit het verzekeringsdomein en vice versa. Ingewikkelder moet je het nu dan ook niet maken. Een voorbeeld is de post met ROS gelden”.</p>
<p>Engels: “Dat zijn de Regionale Ondersteuningsstructuren, die adviseren en begeleiden de eerste lijn én betrokken partijen bij het realiseren van samenhangende zorg in de wijk en de regio. Een rijksbijdrage die zorgverzekeraars verdelen over de regionale verbanden in het land”.</p>
<p>“Als bijvoorbeeld een groot deel van zorggebruikers wil gaan hardlopen, dan loopt de atletiek vereniging en het trainerscorps over. Terwijl het wel goed zou zijn voor de betaalbaarheid door het preventie effect voor het zorgstelsel. In het huidige systeem kunnen wij als verzekeraar niets bieden. Laten we als zorgverzekeraars en gemeenten elkaar opzoeken en vooral kijken wat wèl kan. En dan lukt het vaak, ondanks systeembeperkingen, toch al samen essentiële dingen te bereiken”, voegt Engels toe.</p>
<p>Kolkman sluit af: “Dat wou ik nou net ook zeggen&#8230; Ik ben het dus weer helemaal met je eens, als we maar kijken naar het doel: nadruk verleggen naar gedrag en gezondheid, en als dat niet kan vliegen we het maar anders aan. We zoeken naar wat wèl kan! Jammer dat het interview nu moet stoppen want we hebben nog zoveel te delen&#8230;&#8230;”</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/dubbel-interview-jan-jaap-kolkman-theo-engels-over-de-zorg/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">18998</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Hoe krijgen we mensen gelukkig, bevlogen en gezond? &#124; Interview met Suzanne Jungjohan</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/hoe-krijgen-we-mensen-gelukkig-bevlogen-en-gezond-interview-met-suzanne-jungjohan/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=hoe-krijgen-we-mensen-gelukkig-bevlogen-en-gezond-interview-met-suzanne-jungjohan</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/hoe-krijgen-we-mensen-gelukkig-bevlogen-en-gezond-interview-met-suzanne-jungjohan/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Zorgcommunity Redactie]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 15 Jul 2019 09:00:23 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[VOZ magazine]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=18861</guid>

					<description><![CDATA[Dat is de vraag die centraal staat wanneer VOZ Magazine Suzanne Jungjohann interviewt over de beweging Van ZZ naar GG. Op het moment van het interview was Suzanne directeur Human Resources bij Nationale-Nederlanden. In dit interview legt ze uit hoe de Nationale-Nederlanden actief investeert in de duurzame inzetbaarheid van haar medewerkers.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h2>Hoe krijgen we mensen gelukkig, bevlogen en gezond in alle facetten van het leven?</h2>
<p>Dat is de vraag die centraal staat wanneer VOZ Magazine Suzanne Jungjohann interviewt over de beweging Van ZZ naar GG. Op het moment van het interview was Suzanne directeur Human Resources bij Nationale-Nederlanden. In dit interview legt ze uit hoe de Nationale-Nederlanden actief investeert in de duurzame inzetbaarheid van haar medewerkers. <span id="more-18861"></span></p>
<h4></h4>
<h4>Focussen op duurzame inzetbaarheid in plaats van ziekteverzuim</h4>
<p><em>In het kader van het thema ‘Van Ziekte en Zorg (ZZ) naar Gezondheid en Gedrag (GG)’ wordt in deze uitgave van VOZ Magazine op verschillende plaatsen aangegeven dat ook de werkgever hier een belangrijke rol in speelt. Nationale-Nederlanden pakt deze handschoen op en is vorig jaar gestart met een vitaliteitsprogramma voor de medewerkers. Kunt u toelichten wat u beoogt met dit vitaliteitsprogramma en hoe deze is opgezet?</em></p>
<p>Jungjohann: “Bij Nationale-Nederlanden houden we ons op twee manieren bezig met gezondheid, in de rol van verzekeraar voor onze klanten en hun medewerkers en particuliere klanten, en daarnaast natuurlijk ook als werkgever van duizenden mensen. Kijk je naar onze rol als werkgever dan zie je dat met een kleine 10.000 mensen die bij ons in Nederland werken, er verschillende generaties vertegenwoordigd zijn. Je ziet ook dat het type klachten verandert als je de oudere generatie vergelijkt met de jongere. Waar de oudere generatie vaker lichamelijke klachten heeft, zien we bij de jongere collega’s een toename van druk vanuit de sociale omgeving”.</p>
<p>“We hebben te maken met een terugtredende overheid en mensen worden zelf verantwoordelijk gehouden voor hun gezondheid. Als werkgever willen wij daarom ook actief een rol oppakken. Mensen brengen immers veel tijd door op hun werk, dat is een heel cruciale plaats om aandacht te hebben voor gezondheid en vitaliteit. Ook bij Nationale-Nederlanden is dit een thema, bijvoorbeeld als het gaat om duurzame inzetbaarheid van onze collega’s. Ik zeg nadrukkelijk duurzame inzetbaarheid in plaats van ziekteverzuimbeleid, omdat we hiermee beogen preventief te zijn en zoveel mogelijk te voorkomen dat collega’s uitvallen. Vanuit deze ambitie zijn wij vorig najaar een pilot gestart met het vitaliteitsprogramma voor onze medewerkers, dat na toetsing op effect en het opnemen van de leerpunten de basis kan worden voor een product voor onze klanten en hun medewerkers”, vult Jungjohann aan. “De start van het programma was een analyse van de gezondheid van een collega. De persoonlijke uitdagingen zijn voor iedereen anders. Dit kan zijn op het terrein van mentale vitaliteit, fysieke gezondheid of meer op het vlak van de werk-privé balans. We stellen dan vragen als Wat vind je belangrijk in je leven en in je gezondheid? Als tweede stap biedt het programma coaching, training en workshops, en begeleiding, inclusief een fit tracker om de pols, om de voortgang te monitoren. Dat sluit goed aan bij het thema van deze uitgave: Van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag. Het vitaliteitsprogramma richt zich vooral op het gedrag en welke invloed je zelf hebt om je eigen gezondheid te bevorderen.”</p>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Bevlogenheid, eigenwaarde en vitaliteit</h4>
<p><em>Het vitaliteitsprogramma is door Nationale-Nederlanden opgezet als pilot, met daaraan gekoppeld een onderzoek dat samen wordt uitgevoerd met het Innovatieteam. Hierbij wordt het nut van het vitaliteitsprogramma onderzocht. Zijn er op dit moment al uitkomsten uit dit onderzoek, die relevant zijn om met onze lezers te delen?</em></p>
<p>Jungjohann: “Die zijn er zeker. Onze eerste vitaliteitspilot is nu afgerond en we hebben de effecten kunnen meten door twee groepen met elkaar te vergelijken. Een groep van ruim honderd collega’s, die aan het programma heeft deelgenomen, en een controlegroep van vergelijkbare omvang die niet heeft deelgenomen. Beide groepen hebben we een vragenlijst in laten vullen. Uit deze meting zijn drie effecten zichtbaar:</p>
<p>1. de bevlogenheid van de deelnemers aan het programma is toegenomen</p>
<p>2. de eigenwaarde is sterk verhoogd</p>
<p>3. en er is een beperkte stijging van vitaliteit met name op fysiek gebied</p>
<p>Het programma was zeker nog niet perfect, maar deze resultaten helpen ons wel om verder te gaan met onderzoek. Met de lessen die we in de eerste pilot hebben geleerd, willen we bij verdere positieve resultaten een nieuw programma op korte termijn gaan toetsen in een externe pilot met andere werkgevers in verschillende sectoren”.</p>
<p>UWV, gemeenten, professionals en cliëntorganisaties afspraken gemaakt die eraan moeten bijdragen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid vaker aan werk komen en dat werk ook behouden. Is er binnen Nationale-Nederlanden een specifieke visie rond de zorg voor werknemers, die op een bepaald moment te maken hebben gekregen met een psychische aandoening zoals burn-out?</p>
<p>Jungjohann: “Dat is lastig uit elkaar te trekken, omdat we in de praktijk vaak zien dat een combinatie van factoren kan leiden tot ziekte. Bijvoorbeeld, iemand ervaart werkdruk en ineens wordt een familielid ziek en moet diegene plotseling ook mantelzorg verlenen. Een ander voorbeeld is dat iemand zich fysiek niet fit voelt en er ook huwelijksproblemen ontstaan. Juist vanwege deze combinatie van factoren richten wij ons op verschillende thema’s zoals ook mentale vitaliteit. Dat doen wij zoals ik eerder aangaf vanuit onze visie op Duurzame Inzetbaarheid”.</p>
<p>“In onze visie op duurzame inzetbaarheid en het vitaliteitsprogramma gaan wij steeds uit van het individu. Als we het bijvoorbeeld hebben over burn-out, dan is dat zeer individueel bepaald. Denk bijvoorbeeld aan een jonge medewerker van 30 jaar met een uitdagende job, die een gezin, sport en een sociaal leven goed kan combineren, terwijl iemand anders van dezelfde leeftijd te veel druk ervaart vanuit de omgeving. Daarom is het van groot belang per individu te kijken naar de combinatie van vitaliteitsaspecten, waar het mentale aspect er zeker een van is”, licht Jungjohann toe.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Werken is gezond</h4>
<p><em>In het kader van psychische kwetsbaarheid staat depressiepreventie bij het ministerie van VWS hoog op de agenda: “Depressie is een van de zes speerpunten van het preventiebeleid. Het gaat om een belangrijk probleem voor de volksgezondheid: per jaar maken ruim 800.000 mensen een depressie door. Depressie staat al jaren in de top vijf van aandoeningen met hoogste ziektelast en hoogste</em> <em>ziektekosten. Psychische aandoeningen zijn een belangrijke oorzaak van langdurig ziekteverzuim.</em></p>
<p><em>”Hoe kijkt u aan tegen deze ontwikkeling? Ziet u hiervoor een rol voor de werkgever, bijvoorbeeld door inzet van het vitaliteitsprogramma? En welke verantwoordelijkheid ziet u bij de werknemer zelf? Zijn er wat u betreft ook nog andere partijen die zich dienen in te zetten, om deze tendens te keren? Welke aanbevelingen heeft u aan zorgprofessionals en beleidsmakers om de verbinding zorg en werk/arbeid te versterken? Denk hierbij ook aan de toename van mensen met een chronische aandoening. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat ook mensen met een chronische aandoening langer aan het werk kunnen blijven en daarbij een goede kwaliteit van leven blijven ervaren?</em></p>
<p>Jungjohann: “Ik maak me zorgen over hoeveel mensen vaak ongewild en ongelukkig thuis komen te zitten. Er komen steeds meer onderzoeken beschikbaar over hoe gezond werken voor mensen is. Door te werken neem je deel aan de samenleving, je levert een bijdrage aan een organisatie, je bent onderdeel van een team, je hebt structuur in je leven, je krijgt erkenning, enzovoort. Als iemand thuis komt te zitten, dan is dat allemaal een gemis”.</p>
<p>“Daarom vond ik de uitkomsten van het vitaliteitsprogramma zo inspirerend. Als we het namelijk hebben over bevlogenheid, dan hebben we het over dat een medewerker lekker in z’n vel zit in zijn werk in de context van de werkgever. En als werkgever wil je dat ook, bevlogen mensen zijn over het algemeen productiever, ze letten ook beter op kosten en er vinden minder ongelukken plaats. Het andere resultaat met betrekking tot de eigenwaarde van medewerkers houdt verband met dit mentale aspect. Wanneer iemand zijn eigenwaarde toeneemt, wordt de kans op zoiets als een burn-out of een depressie kleiner”.</p>
<p>Jungjohann gaat verder: “In onze organisatie hebben we dat tot uiting gebracht door te investeren in onze collega’s en hun gezondheid. Daarin zie je onze waarde You Matter terug. De toename van de eigenwaarde, die we zagen in het vitaliteitsprogramma, laat zien dat we de goede groep deelnemers te pakken hadden. Bij de start bungelden zij onderaan wat betreft eigenwaarde, een half jaar later was hun score gemiddeld. Dat is You Matter in de praktijk”. “Op dit moment houden veel werkgevers zich voornamelijk bezig met de medewerker tussen 9 en 5 en de zorgsector richt zich juist op de ziekte of gezondheid. Dat zouden wij idealiter bij elkaar moeten brengen, zodat de zorg meer zicht krijgt op de gezondheid van de cliënt in zijn of haar werkomgeving. De vraag die wat mij betreft centraal staat is “Hoe krijgen we individuele mensen met hun individuele uitdagingen bevlogen en gezond?”.</p>
<p>Is er nog een specifieke ‘call to action’ richting de politiek, overheid en/of onze overige lezers, die u rond dit thema op deze plaats zou willen doen? Zijn er bijvoorbeeld enkele knelpunten te benoemen waar werkgevers, hulpverleners en/of beleidsmakers tegenaan lopen? En heeft u mogelijk aanknopingspunten hoe met deze knelpunten om te gaan?</p>
<p>Jungjohann sluit af: “Richting werkgevers zou ik de oproep willen doen, richt je vooral op wat iemand wel kan. Het bevordert het re-integratieproces, ook wanneer iemand bijvoorbeeld door een ernstige aandoening enige tijd niet in staat is te werken. Wanneer je direct vanaf het begin je richt op de vraag; “Wat kan je wel?” creëer je de mogelijkheid om iemand betrokken te laten zijn en daarmee maak je de terugkeer voor die persoon en zijn of haar collega’s aanzienlijk makkelijker”.</p>
<p>“Richting politiek en beleidsmakers zou ik willen zeggen, investeer in mensen, maak het mogelijk dat de zorgsector aansluiting vindt bij de werkgevers, uiteraard binnen de mogelijkheden van wet- en regelgeving en privacy. Meet ook de resultaten. Dan is direct zichtbaar wat het oplevert. Door aan de voorkant te investeren, faciliteren we ook dat mensen langer gezond kunnen blijven. Een preventieve aanpak is daarbij van wezenlijk belang. En niet op de laatste plaats vind ik snelheid erg belangrijk. In een rijk land als Nederland moeten we in staat zijn mensen snel te helpen zodat geluk, gezondheid en inzetbaarheid zo snel mogelijk herstellen in tijden van ziekte”.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/hoe-krijgen-we-mensen-gelukkig-bevlogen-en-gezond-interview-met-suzanne-jungjohan/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">18861</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Dubbelinterview Elly Rahder en Marlijn Aalders</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-elly-rahder-en-marlijn-aalders/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=dubbelinterview-elly-rahder-en-marlijn-aalders</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-elly-rahder-en-marlijn-aalders/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Zorgcommunity Redactie]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 03 Jul 2019 10:00:14 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[interview]]></category>
		<category><![CDATA[VOZ magazine]]></category>
		<category><![CDATA[Zorgcommunity]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=18796</guid>

					<description><![CDATA[In de zorg draait het om patiënten, maar vreemd genoeg krijgen hun behoeften en ervaringen zelden echt een podium. In dit dubbelinterview stellen wij het perspectief van patiënten in de GG/ZZ-transitie centraal. Elly Rahder is diabetespatiënt én ervaringsdeskundige in trainingen en onderzoek van ROHA naar integrale, persoonsgerichte zorg. Marijn Aalders is ontwikkelaar en trainer van de GG/ZZ  Basis Leergang, fysiotherapeut en mede-oprichter van Bettery Institute. Hoe integreren we de ervaringen van patiënten in het veranderende zorgproces? De vraag; wat kan er beter wordt gesteld in dit interview van VOZ magazine.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h3><strong>Coachen op persoonlijke kracht, in plaats van sturen op medische waarden</strong></h3>
<p>In de zorg draait het om patiënten, maar vreemd genoeg krijgen hun behoeften en ervaringen zelden echt een podium. In dit dubbelinterview stellen wij het perspectief van patiënten in de GG/ZZ-transitie centraal. Elly Rahder is diabetespatiënt én ervaringsdeskundige in trainingen en onderzoek van ROHA naar integrale, persoonsgerichte zorg. Marijn Aalders is ontwikkelaar en trainer van de GG/ZZ  Basis Leergang, fysiotherapeut en mede-oprichter van Bettery Institute. Hoe integreren we de ervaringen van patiënten in het veranderende zorgproces? De vraag; wat kan er beter wordt gesteld in dit interview van VOZ magazine.<span id="more-18796"></span></p>
<p>Net terug van haar wekelijkse wandeling en druk met voorbereidingen van de Nationale Diabetes Challenge eind september in Amsterdam, steekt Rahder van wal. Nadat bij haar vrij onverwachts diabetes werd vastgesteld, kreeg ze van haar arts een praktijkondersteuner toegewezen. Die stimuleerde haar om anders te kijken naar het acceptatieproces. “Vanuit het positieve”, vertelt<br />
Rahder. “Vanuit de focus op eigen kracht en gedrag. Wat kan ik zelf doen en hoe kan een zorgverlener mij ondersteunen?”.</p>
<p><i>De patiënt centraal stellen, horen we vaak. Wat verstaan jullie daar precies onder?</i></p>
<p>Rahder: “Voor mij betekent het dat zorgverleners niet te veel sturen op het proces van verbetering en niet te snel een bijzonder resultaat willen zien, maar de bestaande situatie als uitgangspunt nemen. Als de thuissituatie of het sociale leven belangrijk zijn, verdient dat de aandacht. Dit is sterk afhankelijk van iemands persoonlijke omstandigheden en gemoedstoestand. Soms valt een advies het ene moment wel goed, maar het volgende moment niet. Het is dus altijd zoeken naar balans. Zorgverleners moeten rekening houden met (de leefomgeving van) de persoon, zonder de deskundigheid uit het oog te verliezen. Want daar heeft de patiënt natuurlijk wel behoefte aan; een professional is niet de buurvrouw”.</p>
<p>Aalders: “Wat veel professionals graag doen is hulp bieden. Iets willen onderzoeken en oplossen voor een ander. Het is veel krachtiger om naar de power van de ander te kijken. Om ruimte te geven aan wat er voor hem/haar toe doet en dáár met je kennis en kunde op aansluiten. Dat vinden professionals lastig. De patiënt centraal stellen betekent deze tot expressie laten komen”.</p>
<p><em>Als ervaringsdeskundige bij de ROHA draagt Elly Rahder bij aan o.a. rollenspellen en het bespreken van casuïstiek. </em></p>
<p><em>Vraag voor Rahder: Welke inzichten geef jij zorgverleners mee op basis van je eigen ervaringen?</em></p>
<p>“In deze rollenspellen kijk ik kritisch naar de houding van de zorgverlener: komt deze eerlijk over, betuttelend of ongeïnteresseerd terwijl ik mijn verhaal vertel? Ik vind het heel belangrijk dat ze geen spel spelen. Daarmee bedoel ik ook dat ze niet standaard handelingen uitvoeren met focus op medische waarden, maar creatief zijn in het samen zoeken naar vervolgstappen”, licht Rahder toe.</p>
<h4><strong>&#8220;De patiënt kan het niet alleen, maar de zorgverlener ook niet.&#8221;</strong></h4>
<p>Het verloop van het consult bepaalt dus grotendeels het succes van de behandeling? Hoe hoort die volgens jullie bij voorkeur te verlopen? Aalders: “In de training gebruiken wij de GG/ZZ gesprekstool. Dit is een leidraad om het gesprek te voeren en bestaat uit drie fasen:</p>
<p>1) een open explorerend deel over gezondheid, waarden en functioneren</p>
<p>2) een gedragsdeel waarin je richting, acties en vervolgstappen afstemt en</p>
<p>3) de hulpverlening. Dat laatste is soms helemaal niet meer nodig, omdat iemand heel duidelijk weet wat hij wil en gaat doen.”</p>
<p>Rahder: “Voor mij zijn veiligheid en vertrouwen belangrijk. Wanneer mijn zorgverlener op een ondersteunende en niet-veroordelende wijze reageert op mijn verhaal, kan ik mijn gedachten en gevoelens veilig uiten en mijn afweergedrag loslaten. Gevoelsgerichte positieve feedback draagt bij aan een betere dialoog tussen ons. Praktisch betekent dit: goed luisteren, empathie, erkenning, tone of voice, rust en geduld. Voor zorgverleners is het de kunst om iemand serieus te nemen, ook als het niet logisch is wat hij of zij zegt. Door de patiënt zelf het verhaal te laten vertellen, komt die zelf vaak tot oplossingen. Kleine dingen die kunnen bijdragen om je op lange termijn<br />
beter te voelen. In mijn geval ontdekte ik zo dat mijn bloedsuikerwaarden grotendeels zijn terug te brengen tot gedrag, zoals beweging of omgaan met stress”.</p>
<p>“Mijn adagium is dat ik zoveel mogelijk zelf de regie kan en moet nemen ten aanzien van mijn aandoening. Al kan het nooit<br />
volledige regie zijn; er is dialoog nodig om inhoudelijk te toetsen of gedrag aansluit bij de waarden van het ziektebeeld. De patiënt kan het niet alleen, maar de zorgverlener ook niet.”</p>
<h4><strong>&#8220;Mensen vinden het fijn om zelf aan het roer te staan.&#8221;</strong></h4>
<p><em>Elly Rahder had vanaf het begin een positieve ervaring met de praktijkondersteuner die haar werd toegewezen. Hoe werkt deze persoonsgerichte aanpak met patiënten die minder stevig in hun schoenen staan, weerstand hebben of gereserveerder het behandeltraject ingaan?</em></p>
<p>Aalders: “Het is een misvatting om te denken dat deze aanpak alleen bij gemotiveerde mensen werkt. Dat is nou juist zo leuk! Eén prikkelende vraag kan het verschil maken. De meeste mensen vinden het fijn om zelf aan het roer te staan en te vertellen wat er in hun leven speelt naast de klachten. Van daaruit kom je veel beter tot een richting en activatie. Patiënten kunnen dit proces helpen door goed te verwoorden wat ze belangrijk vinden. Nu komen ze vaak al geprogrammeerd bij een arts binnen met een veronderstelling wat die wil horen. Uiteindelijk vindt iedereen het leuk om zelf de eigen kracht te voelen, dat is mijn stellige overtuiging”.</p>
<p>Rahder: “Mijn ervaring is dat het fijn is om naar de praktijkondersteuner te gaan. Om samen te bespreken: waar staan we nu en wat kan er beter? Daarbij is een positieve benadering essentieel. Dus niet: je waarden zijn te hoog, dat is niet goed. Maar: je bent misschien minder ver gekomen dan gehoopt, wat gaan we nu doen? Probeer mensen te stimuleren om terug te komen en stap voor stap het proces richting te geven, rekening houdend met de etnische en culturele diversiteit van patiënten”.</p>
<h4><strong>&#8220;Verbindend werken, waarbij verschillende zorgverleners met één stem spreken.&#8221;</strong></h4>
<p><em>Deze cultuuromslag zal in de praktijk voor veel professionals buiten de comfortzone zijn en een flinke investering vragen&#8230;</em></p>
<p>Rahder: “In de rollenspellen valt het mij op dat artsen vaak het idee hebben dat ze al heel persoonsgericht werken. En ik denk ook dat ze het goed doen. Maar om de diepte in te gaan met patiënten is meer nodig, terwijl artsen tegen een barrière in tijd en geld aanlopen. Door laagdrempelige samenwerking met een praktijkondersteuner kan er verdieping ontstaan, waardoor er meer uitkomt bij een patiënt. Goed dat zorgverleners beseffen dat hiervoor een methodiek bestaat die effectief is”.</p>
<p>“Heel herkenbaar”, knikt Aalders. “Breed interviewen doe ik al, denken veel professionals, totdat ze in een training merken wat er nog meer mogelijk is. Wanneer we oefenen met het verschuiven van de regie, of stiltes durven laten vallen, schrikken ze hoeveel ze onbedoeld toch nog naar zich toe trekken en invullen. Dat is mens eigen. En ruimte geven is ook moeilijk wanneer er druk bestaat om in korte tijd tot een diagnose en registratie te komen. Tegelijkertijd raken ze geïnspireerd door alle nieuwe mogelijkheden die<br />
zichtbaar ontstaan”.</p>
<p><em>De grootste uitdaging is nu dat zorginstellingen het proces op dezelfde manier gaan inrichten. Hoe kunnen we dat gezamenlijk bereiken? </em></p>
<p>“Verbindend werken is essentieel”, beaamt Rahder. ”We hebben een integrale aanpak nodig, waarbij alle zorgverleners met één stem spreken.” Aalders: “Dat geldt in de eerste plaats voor het medische en sociale domein. Daarnaast moeten we erkennen dat het impact heeft op diverse niveaus: naast die van patiënt en zorgprofessional, ook van organisaties (cultuur-omslag) en het systeem van gemeente, verzekeraar en betaling. De huidige verzekeringsggelden zijn hier nog niet op ingericht; ook wat dat betreft handelen we<br />
buiten de comfortzone. Daar staat tegenover dat ook zorgverzekeraars nu interesse krijgen in producten als de gecombineerde leefstijlinterventie”.</p>
<p>Rahder: “Het stimuleren van het zelfherstellend vermogen van de patiënt als wezenlijk onderdeel van de integrale aanpak in de persoonsgerichte zorg is een meerwaarde voor alle partijen!”.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-elly-rahder-en-marlijn-aalders/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">18796</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Dubbelinterview Pauline Terwijn en Hans Peter Jung</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-pauline-terwijn-en-hans-peter-jung/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=dubbelinterview-pauline-terwijn-en-hans-peter-jung</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-pauline-terwijn-en-hans-peter-jung/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Zorgcommunity Redactie]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 17 Jun 2019 09:00:13 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[dubbelinterview]]></category>
		<category><![CDATA[VOZ magazine]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=18699</guid>

					<description><![CDATA[Dit bubbelinterview met Pauline Terwijn en Hans Peter Jung gaat over dat aandacht de ruimte creëert om de onderliggende vraag te herkennen. Volgens Jung moet de zorg rigoureus worden omgegooid, in dit interview wordt zijn visie omschreven.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Dit dubbelinterview met Pauline Terwijn en Hans Peter Jung gaat over dat aandacht de ruimte creëert om de onderliggende vraag te herkennen. Volgens Jung moet de zorg rigoureus worden omgegooid, in dit interview wordt zijn visie omschreven.<span id="more-18699"></span></p>
<p>Hans Peter Jung besloot enkele jaren geleden niet verder te willen op de productie gedreven manier van werken. Hij koos ervoor weer met passie zijn werk te willen doen. Deze omschakeling zorgde ervoor dat zijn huisartsenpraktijk maar liefst 25% minder doorverwijzingen realiseerde naar de tweedelijns zorg. Hoe kijkt het ziekenhuis aan tegen deze ontwikkeling en hoe kan aangesloten worden op de beweging van ZZ naar GG? VOZ Magazine interviewt Pauline Terwijn, bestuursvoorzitter Pantein Zorggroep, en huisarts Hans Peter Jung. Hans Peter Jung verteld aan de hand van een inspirerend verhaal waarom het model van de Nederlandse gezondheidszorg rigoureus moet worden omgegooid.</p>
<p><!--more--></p>
<p><strong>Niet langer verder op de productie gedreven manier </strong></p>
<p><em>Vorig jaar heeft Trouw een artikel gepubliceerd “De dokter neemt meer tijd voor een patiënt”, waarbij nadrukkelijk wordt stil gestaan bij de verandering in uzelf hoe u met uw vak als huisarts wilde omgaan. U gaf aan dat u op de productie gedreven manier van zorg verlenen niet verder wilde gaan en dat u op die wijze de passie voor uw vak was verloren. Kunt u daar iets meer over vertellen? </em></p>
<p>Jung: “Laat ik beginnen te vertellen dat enige jaren geleden mijn vrouw en ik constateerden dat we steeds meer vermoeidheidsverschijnselen vertoonden. Wij dachten in eerste instantie dat dit met name werd veroorzaakt door de zorg die wij toen hadden voor onze gehandicapte dochter. We vroegen ons ook af of we dat wel vol zouden houden, of dat er mogelijk een moment zou komen dat we de zorg voor onze dochter niet meer geheel zelf zouden kunnen bieden en deels uit handen zouden moeten geven. Plotseling echter kwam onze dochter te overlijden door een longontsteking. Mijn vrouw en ik hebben deze wending in ons leven uiteindelijk kunnen accepteren, wetende dat wij alles hebben gedaan wat wij konden en het leven van onze dochter als compleet te beschouwen. Binnen enkele weken ben ik weer begonnen met werken. Maar meteen bij de eerste dag dat ik weer aan het werk was werd mij duidelijk dat mijn vermoeidheid niet door de zorg voor mijn dochter kwam! Ik was vermoeid door het werk. Daarna heb ik ook bijna een jaar niet gewerkt”.</p>
<p>Jung gaat verder: “In deze periode dat ik niet werkte heb ik mezelf allerlei vragen gesteld. Zou ik wel weer dokter kunnen zijn na de dood van mijn dochter? Hoe heb ik mij zo kunnen vergissen in de reden van mijn vermoeidheid? Ik heb toen ook data opgevraagd over de praktijk en wat bleek, in de 20 jaar dat ik begon als huisarts tot het moment dat mijn dochter overleed was het aantal consulten verviervoudigd! Daarnaast waren er ook allerlei andere zaken toegevoegd aan het werk van de huisarts, die niet in lijn stonden met mijn ambitie om huisarts te zijn. De reden waarom ik huisarts wilde worden was juist vanwege het patiëntencontact. De ontstane situatie van het grote aantal consulten, gecombineerd met de daarbij geldende voorwaarden als het 10 minuten contact, druiste in tegen mijn passie voor het vak. Toen heb ik mijzelf afgevraagd wil ik wel verder als huisarts onder deze voorwaarden of kan ik het werk zo ombuigen, dat ik wel met drive verder kan?”.</p>
<p>“Eerst dacht ik de drukte te kunnen verdelen door een collega aan te nemen. Wat bleek echter, dat we in een jaar het nog veel drukker hadden gekregen dan daarvoor! Wij kregen immers 9 euro per patiënt, dus werk overhevelen naar mijn collega zou betekenen dat dit ten koste zou gaan van mijn inkomsten bij een gelijkblijvend aantal patiënten. Wij hebben de ambitie dus opgeschroefd in dat eerste jaar, maar de werkdruk was voor ons beide te veel geworden. Na goed overleg met mijn collega bleek dat de financiering van ons werk dit zo veroorzaakte. We hadden bedacht dat een vaste vergoeding per patiënt veel beter zou passen voor ons werk als huisarts. We besloten VGZ uit te nodigen om eens een dag mee te lopen met ons werk, zodat we ook inzichtelijk konden maken op welke wijze wij eigenlijk wel wilden werken en welke financiering daar het beste bij zou passen”, legt Jung uit.</p>
<p>“Voor onze nieuwe werkwijze kozen wij voor meer tijd (van 10 minuten naar 15 minuten gemiddeld per patiënt) voor het gesprek met de patiënt en het model van Positieve Gezondheid. Wij gebruiken het Spinnenweb ter ondersteuning van het patiënt gesprek. De directeur van VGZ liep een dag mee om te zien hoe zo’n gesprek met een aantal van onze terminale patiënten verliep en zij was hier zeer door geraakt. Dit heeft de ruimte gecreëerd dat VGZ onze praktijk de kans wilde geven om te laten zien dat deze werkwijze voor iedereen beter zou zijn: voor de patiënt, voor de huisarts, maar uiteindelijk ook voor de verzekeraar. Wij waren overtuigd dat met deze nieuwe werkwijze, zelfs met een derde huisarts collega erbij, het aantal consulten zouden dalen. En dat is ons gelukt. Het aantal doorverwijzingen naar de tweedelijn is zelfs met 25% gedaald.”</p>
<p><em>In dit proces is ook de wijze waarop de ‘verwijzingenbespreking’ plaatsvindt een belangrijke stap geweest. Kunt u daar iets over vertellen?</em></p>
<p>Jung: “Inderdaad. Vanaf 1 mei 2016 startten de drie huisartsen met een wekelijkse onderlinge inhoudelijke beoordeling van alle verwijzingen die de afgelopen week hadden plaatsgevonden. Kritisch werd gekeken of deze voorkomen hadden kunnen worden en wat daar voor nodig was geweest. Het blijkt een makkelijke werkvorm die erg inspirerend bleek. Gaandeweg bleek dat we de lessen die we hier leerden gingen toepassen en de wekelijkse bijeenkomsten houden ons scherp”.</p>
<p>Jung vult aan: “We merkten bijvoorbeeld dat verwijzingen voorkomen kunnen worden door telefonisch te overleggen met de specialist. De specialist is in onze regio over het algemeen bereid om hier aan mee te werken, maar een telefonisch overleg levert hem of haar niets op. Een voorbeeld is het beoordelen van een audiogram door de kno arts, die hem gemaild wordt om te beoordelen of de patiënt zonder verwijzing toch een hoortoestel kan krijgen. Er zijn tal van mogelijkheden in de regio om hierover afspraken te maken met kno artsen, dermatologen, longartsen et cetera. Dit zou het aantal verwijzingen nog verder kunnen laten dalen. In juni is het Maas-<br />
ziekenhuis met de huisartsen van de regio in gesprek gegaan om dit soort samenwerkingsverbanden te exploreren en vorm te gaan geven”.</p>
<p><strong>“Wat kunnen we samen doen om de mensen gezond te houden?” </strong></p>
<p><em>De constatering van de heer Jung, dat de huisartsenzorg te veel productie gedreven is geworden en dat als gevolg hiervan patiënten te weinig spreektijd krijgen, herkent u dit fenomeen ook in de ziekenhuiszorg? </em></p>
<p>Terwijn: “Daarin zit herkenning. Het is inderdaad zo dat als een medisch specialist meer tijd neemt voor het gesprek met de patiënt, dat zijn agenda dan gaat knellen. Het is belangrijk dat de arts en de verpleegkundige de tijd krijgen om te doen wat ze vinden dat ze moeten doen; datgene wat aansluit bij de patiënt. Een manier daarvoor is het goede gesprek voeren, maar ook het kritisch bekijken op welke plek de zorg het beste geboden kan worden als het niet echt ziekenhuiszorg betreft. Bepaalde zorg kan bijvoorbeeld vanuit de<br />
thuiszorg geleverd worden. We moeten alleen die zorg toevoegen die echt nodig is”. Terwijn voegt toe: “We zoeken de samenwerking met de huisarts ook op, omdat we vanuit het gedachtengoed van Positieve Gezondheid gezamenlijk vaststellen dat in bepaalde situaties zorg bieden niet de oplossing is voor de inwoner. Soms is bijvoorbeeld een rol weggelegd voor de gemeente of werkgevers. Daarom zoeken wij ook naar samenwerking met deze partners. De vraag die steeds centraal staat is: “Wat kunnen wij gezamenlijk doen om de mensen gezond te houden en te zorgen dat ze ook zelf gezond willen blijven? Want dat zien wij als een kritische succesfactor. Als we ons gezamenlijk actiever inspannen om mensen gezond te houden, kunnen wij op de lange termijn de zorgvraag beter aan. Doen we dat niet, dan hebben we maatschappelijk een probleem. Er zullen dan te weinig zorgverleners beschikbaar zijn”.</p>
<p><em>Is naar jullie idee de verandering in de zorg vooral ingegeven door tekorten in de zorg? Tekort aan mensen en ook tekort aan middelen of speelt er meer en is het wat jullie betreft de weg die we moeten gaan?</em></p>
<p>Jung: “Ik weet niet of het de weg is die wij moeten gaan. Als ik voor mezelf spreek kan ik zeggen dat ik mijn drive weer gevonden heb en mijn werk weer met plezier doe en dat patiënten dit ook echt nodig hebben. Ook voor mijn collega’s in de praktijk geldt dat ze meer werktevredenheid ervaren dan in de oude situatie het geval was. Willen wij de huisartsenzorg overeind kunnen houden, dan zou dit zeker een goede manier kunnen zijn. Ik denk dat dit thema ook speelt in het ziekenhuis en in het sociale domein. Het werkplezier van artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis staat ook onder druk.”</p>
<p>Terwijn: “Oog hebben voor werkplezier en dat behouden is zeker belangrijk. Je wilt via je werk waarde kunnen toevoegen aan het dagelijks leven van mensen. Als wij dat vanuit onze intrinsieke motivatie kunnen doen levert dat voor iedereen een beter resultaat op. Bewoners kunnen dan als het nodig is goed terecht in het ziekenhuis en de wijkverpleegkundige voegt waarde toe als die langskomt et cetera. Als we deze lijn van zorgconsumptie echter doorzetten, dan zullen we uiteindelijk de zorgvraag niet aan kunnen. Van cruciaal belang is dat we naast onze eigen betrokkenheid voor het vak ons ook inzetten om de mensen zoveel mogelijk gezond te houden”.</p>
<p>“Een belangrijk thema voor het ziekenhuis is dus dat we niet alleen de zorg goed willen organiseren en op een nieuwe manier, zoals aan de hand van het gedachtengoed van Positieve Gezondheid. We willen ook samen onderzoeken wat we kunnen doen voordat mensen ziek worden en wat we in gezamenlijkheid daarin kunnen betekenen”, vult Terwijn aan.</p>
<p><strong>“De financiële schotten moeten bij elkaar gebracht worden.”</strong></p>
<p><em>Zoals aangegeven is een van de uitkomsten van de nieuwe werkwijze dat vanuit uw huisartsenpraktijk in Afferden 25% minder doorverwijzingen zijn gedaan naar het ziekenhuis. Wat is uw visie aangaande deze ontwikkeling? Vanuit het ministerie van VWS wordt al jaren ingezet op de zogeheten ‘afschaling’ van de zorg. Met deze werkwijze lijkt u een concrete stap te hebben gezet om deze doelstelling te realiseren. Hoe ziet u de rol van het ziekenhuis gegeven deze ontwikkeling?</em></p>
<p>Jung: “Toen wij in overleg met VGZ deze nieuwe werkwijze zouden gaan toetsen op haalbaarheid en andere aspecten in de business case, was nog niet duidelijk of het zou gaan werken. Op dat moment hebben wij nog niet overleg gehad met het Maasziekenhuis over dit project. Zoals er ook projecten zijn in het ziekenhuis die niet allemaal met ons worden afgestemd. Nu het echter wel zo blijkt te werken, dat er minder doorverwijzingen zijn, is het overleg met het ziekenhuis wel degelijk nodig. Anders lopen we het risico dat er een<br />
tegenbeweging ontstaat, die de behaalde resultaten teniet kan doen”.</p>
<p>Terwijn: “Als je het enkelvoudig schetst dan is het uiteraard zo dat bij minder doorverwijzingen het ziekenhuis dat merkt in financieel opzicht. Maar daarom is het zo belangrijk om deze ontwikkeling vanuit het bredere perspectief te beschouwen. Wij geloven namelijk ten<br />
zeerste dat bij ongewijzigd beleid wij op termijn de zorgvraag niet meer aankunnen. Het voorbeeld van Hans Peter verdient wat ons betreft dus navolging op zoveel mogelijk plekken binnen en buiten de zorg. We moeten er echter wel rekening mee houden dat de financiële schotten op dit moment daar nog niet in voorzien, die zouden op z’n minst bij elkaar gebracht moeten worden. We zullen namelijk een verschuiving van de inzet van mensen gaan zien, als we deze verandering op meer plekken doorvoeren”.</p>
<p>Terwijn illustreert: “Een mooi voorbeeld hiervan is dat een van onze kinderartsen recent bij een school is langs geweest om de kinderen en jongeren uitleg te geven over gezond gedrag. Thema’s die daarbij voorbijkomen zijn alcoholgebruik, roken, gezonde voeding et cetera. Onze overtuiging is dat als een kinderarts dat doet, dit heel anders overkomt bij jongeren dan wanneer een ouder of een docent dit zou doen. Wij doen dit omdat we zien dat mensen op steeds jongere leeftijd chronisch ziek worden. Door steeds vroeger de kinderen te informeren over gezond gedrag willen we een bijdrage leveren aan preventie”.</p>
<p><strong>Waarachtige aandacht is de kern </strong></p>
<p><em>Zouden we kunnen zeggen dat de kern van de nieuwe</em> <em>werkwijze voor de huisarts, en waar mogelijk ook</em> <em>in het ziekenhuis, is dat we de patiënt waarachtige</em> <em>aandacht geven? Lossen we de helft van het probleem</em> <em>op als we echte aandacht geven?</em></p>
<p>Terwijn: “Dat zou ik niet zo kunnen zeggen, daar is mij ook geen onderzoek over bekend. Wat ik echter wel geloof is dat als we ons werk goed willen doen, aandacht geven een belangrijk element is. Dat begint al meteen op het moment dat de patiënt in het ziekenhuis komt en de arts zijn of haar patiënt in veel gevallen bij naam weet te herkennen, dat we met aandacht naar de zorgvraag luisteren. Maar aandacht is ook dat wanneer wij de zorg aan de patiënt geleverd hebben, dat we deze patiënt weer zorgvuldig overdragen aan de huisarts. Aandacht is dat de patiënt erop kan vertrouwen dat wanneer hij contact opneemt met de huisarts, alles tijdig bekend is over de zorg die vanuit het ziekenhuis is geleverd”.</p>
<p>Jung: “Aandacht is inderdaad de kern, omdat je daarmee de vraag achter de vraag kunt horen. In enkele gevallen staat namelijk de zorgbehoefte niet gelijk aan hetgeen de patiënt denkt nodig te hebben. Aandacht en tijd creëren de ruimte om te kunnen doen wat echt nodig is. Positieve Gezondheid geeft ons daarbij kansen om de vraag breder te beschouwen dan strikt de medische context. We zijn als sector erg gericht op het aanbod wat wij beschikbaar hebben, echter sluit de vraag van een patiënt niet altijd hierop aan. Wij moeten dan niet proberen het ene toch op het andere aan te laten sluiten maar juist onderzoeken wat we kunnen doen om ervan te leren en het aanbod te verrijken”.</p>
<p>Terwijn vult aan: “Een mooi voorbeeld komt uit onze omgeving, waarin een vrouw vaak bij de huisarts kwam met onduidelijke klachten. Na goed doorvragen van de huisarts bleek dat de vrouw stress had vanwege het feit dat ze steeds haar dochter naar school moest brengen omdat de dochter niet kon fietsen en daardoor de moeder steeds te laat op werk kwam. In overleg met de gemeente is er toen door de gemeente een fiets aangeschaft, heeft zij leren fietsen en kon haar moeder daarna gewoon op tijd naar werk. Haar klachten zijn daarna ook verdwenen. Mijn rol binnen Pantein is om mogelijk te maken dat ook onze artsen en verpleegkundigen die tijd krijgen, om dezelfde ruimte te creëren en de behoefte van onze patiënten goed in te schatten”. De volgende stap: regionale financiering! In de pilot van Hans Peter Jung is het mogelijk geweest om samen met de zorgverzekeraar een aangepaste financiering te realiseren voor de vergoeding, zodat u meer (spreek)tijd kon besteden aan de patiënt en het zelfs mogelijk was een extra huisarts te betrekken. Denkt u dat dergelijke wijzigingen in de financiering van de zorg ook nodig zijn in andere plaatsen van het zorgsysteem, bijvoorbeeld in het ziekenhuis?</p>
<p>Terwijn: “Ik denk dat het profiel van het ziekenhuis gaat veranderen. De mensen die nu niet meer naar het ziekenhuis komen, omdat ze niet meer worden doorverwezen, maken het mogelijk dat bepaalde zorg uitgebreid kan worden, zoals electieve zorg. Chronische zorg zal meer vanuit het ziekenhuis naar thuis verschuiven. In de gezamenlijkheid van de financiën zal dit ruimte moeten krijgen. Ziekenhuispersoneel zal naar mijn idee altijd nodig blijven, maar onze zorgprofessionals hoeven de benodigde zorg in dat geval niet altijd binnen de muren van het ziekenhuis te leveren”.</p>
<p>Terwijn voegt toe: “Een ander voorbeeld in dit kader is dat wij binnen het ziekenhuis een communicatie App inzetten waarbij patiënten rechtstreeks met hun specialist kunnen communiceren, vergelijkbaar als whats-app. Het blijkt op verschillende manieren veel op te leveren: a) de patiënt hoeft niet eerst te bellen om te zien wanneer een afspraak gemaakt kan worden, b) in veel gevallen blijkt het niet altijd nodig te zijn dat de patiënt ook daadwerkelijk langskomt en c) de specialist krijgt meer ruimte voor de patiënten, die wel naar het ziekenhuis moeten komen. De aandacht op deze manier werpt dus ook vruchten af. Maar door deze wijze van werken verlagen we ook ons werkvolume en daarom is het nodig dat de zorgverzekeraar de financiering regelt voor de gehele regio. De zorgverlenende partijen kunnen dan zelf in goed overleg af- stemmen hoe de zorg voor de regio het beste geregeld kan worden. Zo zetten we de financiële prikkels in de goede richting. Financiering op basis van een gezonde regio!”. Jung: “Een tweede manier om richting regio financiering te gaan is om als huisartsen en streekziekenhuis gezamenlijk op te gaan trekken bij gesprekken met de preferente zorgverzekeraar. Dan is belangrijk gezamenlijk meerjarige afspraken te gaan maken op basis van inhoud en kwaliteit, waarbij zinnige zorg op de juiste plek plaats kan vinden. Ook de gemeenten zullen hierbij betrokken moeten worden. In september heeft hierover een overleg plaatsgevonden met de NZa, de landelijke huisartsenvereniging, het Maasziekenhuis en de huisartsen in aanwezigheid van twee gedeputeerden van de provincie Limburg, die dit proces graag zouden willen ondersteunen”.</p>
<p>Terwijn: ‘Hans Peter geeft dit uitstekend weer. Er is een steeds nauwere samenwerking tussen huisartsen en specialisten langs de lijn van patiëntgroepen. Hierdoor lukt het ons goed om de zorgverlening op elkaar af te stemmen. Huisartsen en specialisten kunnen elkaar makkelijk vinden voor het overdragen van zorg of meekijken bij de zorgverlening. Door deze korte lijnen stemmen we goed af, vullen we elkaar aan en sluiten we zo goed mogelijk aan op de behoeften in de regio. Doordat we steeds breder kijken, ook bijvoorbeeld met gemeenten werken we ook preventief en zetten we samen mooie stappen voor een regionale kijk op gezondheid”.</p>
<p><em>Is er nog een specefieke &#8216;call ro action&#8217; richting de politiek, overheid en/of onze overige lezers, die u rond dit thema op deze plaats zou willen doen? Zijn er bijvoorbeeld enkele knelpunten te benoemen waar hulpverleners en/of beleidsmakers tegenaan lopen? En hebben jullie mogelijk aanknopingspunten hoe met deze knelpunten om te gaan?</em></p>
<p>Jung: “Vanuit onze praktijk hebben wij een concreet plan, waarbij wij de besparingen die wij in de tweede lijn voor de zorgverzekeraar hebben gerealiseerd met de nieuwe werkwijze, 350.000 euro, graag zouden investeren als ‘shared savings’ in het welzijnsdomein. In dat kader hebben wij 18 juni jl. een bezoek gehad van minister Bruno Bruins, aangevuld met de directeur van VGZ, Pauline Terwijn, directeur van het Maasziekenhuis en de wethouder van de gemeente Bergen. Wij willen deze ambitie samen met de gemeente en<br />
ziekenhuis vormgeven”.</p>
<p>Terwijn: “Wij doen vol mee in deze ambitie. Daarnaast is mijn oproep dat waar we in onze regio al zoveel bereiken met mensen die dezelfde gerichtheid hebben, dat we nu de volgende stap zetten en ook de financiering in de regio gezamenlijk afstemmen. Mijn oproep is dus naar de zorgverzekeraar dat onze regio zich bij uitstek leent om deze financiering regionaal aan te pakken. Laten we dit nu echt doen!”.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong><em>Dit bericht komt uit het VOZ magazine van 2018 met de titel van ZZ naar GG. </em></strong></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-pauline-terwijn-en-hans-peter-jung/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">18699</post-id>	</item>
	</channel>
</rss>
