<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Interviews &#8211; Zorgcommunity</title>
	<atom:link href="https://zorgcommunity.com/categorie/interview/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://zorgcommunity.com</link>
	<description>voor de Zorg</description>
	<lastBuildDate>Wed, 09 Oct 2019 14:31:13 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.7.2</generator>

<image>
	<url>https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2020/03/cropped-favicon-zorgcommunity-1-32x32.png</url>
	<title>Interviews &#8211; Zorgcommunity</title>
	<link>https://zorgcommunity.com</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Koplopers top 50: Hans Strikwerda // UvA</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-hans-strikwerda-universiteit-van-amsterdam/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=koplopers-top-50-hans-strikwerda-universiteit-van-amsterdam</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-hans-strikwerda-universiteit-van-amsterdam/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jaap Jan Brouwer]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 11 Oct 2019 06:00:52 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[Koplopers in de Zorg]]></category>
		<category><![CDATA[Universiteit van Amsterdam]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=19221</guid>

					<description><![CDATA[De grootste pijnpunten in de zorg: onvoldoende kennis van bestuursinstrumenten en financiën. Een interview met Hans Strikwerda van de Universiteit van Amsterdam. ]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>KOPLOPERS IN DE ZORG // Er is veel kennis en ervaring te vinden in de zorg. Om deze kennis te verzamelen en delen interviewt Jaap Jan Brouwer koplopers in de zorg voor de serie Koplopers Top 50. Zo ontstaat een sectorbreed beeld van de belangrijkste thema’s en de wijze waarop men daarop inspeelt. Dit keer sprak Jaap Jan Brouwer Hans Strikwerda, hoogleraar aan de Faculteit der Economische Wetenschappen en Econometrie van de Universiteit van Amsterdam.<br></p>



<div class="wp-block-image"><figure class="alignleft is-resized"><img fetchpriority="high" decoding="async" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/10/foto-hans-strikwerda-682x1024.jpg" alt="Interview Hans Strikwerda, Universiteit van Amsterdam" class="wp-image-19225" width="230" height="344" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/10/foto-hans-strikwerda-682x1024.jpg 682w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/10/foto-hans-strikwerda-200x300.jpg 200w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/10/foto-hans-strikwerda-768x1152.jpg 768w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/10/foto-hans-strikwerda-1600x2401.jpg 1600w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/10/foto-hans-strikwerda-300x450.jpg 300w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/10/foto-hans-strikwerda.jpg 1918w" sizes="(max-width: 230px) 100vw, 230px" /></figure></div>



<p>In dit interview wordt eerst de huidige en de toekomstige context van de zorg in Nederland geschetst om vervolgens verschillende onderwerpen met betrekking tot management, organisatie en medewerkers langs te lopen. We beginnen met het onderwerp strategie en gaan vervolgens in op het zorgverleningsproces, leiderschap en technologie langs. De grootste pijnpunten binnen het geheel zijn in de ogen van Hans Strikwerda de bestuurders die vaak onvoldoende kennis van bestuursinstrumenten hebben of daar niet mee weten om te gaan, en het gebrek aan financiële kennis binnen zorgorganisaties. Dat levert bestuurders op met mooie verhalen, maar die verder amper in staat zijn om daadwerkelijk sturing aan hun organisaties te geven of deze op een financieel verantwoorde wijze te managen.&nbsp;&nbsp;<br></p>



<h2 class="wp-block-heading"><strong>Huidige context</strong> van de zorg</h2>



<p>Als we kijken naar de zorg in Nederland in de breedte, één van de betere in de wereld, dan zijn de sterke kanten van onze zorgorganisaties onze goed opgeleide artsen en verpleegkundigen met een hoog verantwoordelijkheidsgevoel. Een zwakke kant zijn de bestuurders, die &#8211; zoals een faillissementsadvocaat in de zorgsector opmerkte &#8211; vaak onvoldoende kennis van bestuursinstrumenten hebben of daar niet mee weten om te gaan. Een ander zwak punt is ook en vooral de financiële functie binnen zorgorganisaties. Deze is te conventioneel, vaak nog teveel gericht op financial control en zwak in de management control en daardoor onvoldoende in staat complexiteit te absorberen zoals dat in de moderne ziekenhuisorganisatie nodig is. Het gevolg is dat die complexiteit dan bij de patiënt en zorgverleners terechtkomt. Door de vergrijzing is er sprake van een toename van patiënten met een complexe zorgvraag. Dat vraagt, afhankelijk van de specifieke aandoeningen, om samenwerking over afdelingen en ook over instellingen heen. Die samenwerking moet gefaciliteerd worden, onder meer met behulp van goede informatie. Deze samenwerking mag niet worden overgelaten aan goede wil, vertrouwen en blauwe ogen. De praktijk leert dat zonder goede informatie voor samenwerking veel medewerkers gevoelens van stress ontwikkelen. Bestuurders hebben hier vaak weinig oog voor. Toen de voorzitter van een raad van bestuur kreeg uitgelegd wat er voor nodig is een multidisciplinair zorgpad goed te organiseren, concludeerde hij dat het weliswaar voor de patiënt simpel zou worden, maar ‘het voor mij en mijn financiële afdeling complexer wordt. Dan doen we het maar niet’. Dat is gebrek aan integriteit in eigenlijke zin. <br></p>



<blockquote class="wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow"><p>Een zwakke kant van de zorg zijn de bestuurders, die vaak onvoldoende kennis van bestuursinstrumenten hebben of daar niet mee weten om te gaan. &#8211; <em>Professor dr. J. Strikwerda</em> </p></blockquote>



<h3 class="wp-block-heading"><strong>Toekomstige context</strong></h3>



<p>De organisatie van de zorg moet niet langer gezien worden in termen van opzichzelfstaande organisaties. In de toekomst zal de zorg thuis of on the move (remote diagnoses/monitoring) worden geleverd; er zullen meerdere zorginstellingen bij betrokken zijn, een en ander afhankelijk van de complexiteit van de vraag van de patiënt en de fase van zijn care life cycle. De zorg zal per cliënt modulair worden samengesteld en geleverd vanuit verschillende aanbieders. Centraal in de organisatie van de zorg komt te staan het digitale patiënten dossier &#8211; daar komt alles bij elkaar &#8211; en niet langer de instelling, deze is volgend.&nbsp;Het patiëntendossier zal dus per patiënt georganiseerd moeten zijn, niet per instelling. Dit vraagt om een nationale infrastructuur en aanpassingen in wetgeving.&nbsp;</p>



<p></p>



<h3 class="wp-block-heading"><strong>Strategie</strong></h3>



<p>Zorginstellingen kunnen in het verlengde van deze ontwikkelingen niet langer zelfstandig een strategie bepalen, hooguit hun positie in het netwerk van zorg rondom de patiënt bepalen. In dat netwerk staat de patiënt centraal en bepalen de kwaliteit en efficiëntie van het portfolio van de organisatie in relatie tot die van anderen, de positie. Daarbij geldt dat, anders dan sommigen beweren, er geen marktwerking in de zorg is: prijzen mogen immers niet gepubliceerd worden en openbare prijzen zijn nu eenmaal een conditio sine qua non voor marktwerking.&nbsp;Maar de patiënt heeft wel recht op informatie om waar dat mogelijk is, keuzes te maken. Dat betekent dat kwaliteitsgegevens per instelling, per behandelaar gepubliceerd moeten worden.&nbsp;<br></p>



<h3 class="wp-block-heading"><strong>Het zorgproces</strong></h3>



<p>In het primaire proces of zorgproces zal &#8211; zeker voor complexere patiëntaandoeningen &#8211; het zorgpad centraal komen te staan, met name ook als <em>accountable entity</em> (wat kost het en wat levert het op?). Het zorgpad is ook de primaire planningsdimensie binnen en tussen de zorginstellingen in het netwerk. In die context transformeert de klassieke organisatiestructuur tot een infrastructuur ten behoeve van de zorgverleningsprocessen, die voortvloeien uit de zorgpaden. Dit betekent ook dat de zorgpaden de basis moeten worden voor vergoedingen. Sowieso zal het vergoedingensysteem op nationaal niveau anders opgezet moeten worden, want de sector lijdt aan de ziekte van Baumol: de zorg wordt steeds duurder omdat – in tegenstelling tot de industrie – productiviteitsstijging niet altijd mogelijk is, bijvoorbeeld waar een behandeling te maken heeft met tijdsduur. Het blijft mensenwerk. Daarnaast moet er een oplossing worden gevonden voor de prijsopdrijving van medicijnen. Een alternatief is dat de zelfbereiding wordt uitgebreid, of dat we de bestaande moleculaire medicijnen als aspirine in kleinere dosis preciezer gaan toedienen, zodat we er minder van nodig hebben. De vraag is ook wat op DNA-gebaseerde medicijnen nog kunnen gaan betekenen. <br></p>



<p>In de zorg kunnen verschillende typen complexiteit worden onderscheiden, die elk een specifieke bestuurlijke en organisatorische maatregel vragen om daar constructief mee om te gaan. Het gaat hierbij om:</p>



<ul class="wp-block-list"><li>Complexiteit in de diagnose</li><li>Complexiteit in de behandeling</li><li>Complexiteit van (de zorgvraag van) de patiënt</li><li>Complexiteit van de organisatie</li><li>Complexiteit van de samenwerking over instellingen heen</li><li>Complexiteit van informatie tussen professionals onderling en tussen hen en het administratieve systeem</li><li>Financiële complexiteit</li><li>Complexiteit van wet en regelgeving.</li></ul>



<p>Elk type complexiteit vergt specifieke maatregelen om ermee om te gaan. Die maatregelen kunnen liggen in andere organisatievormen, bredere opleiding, ondersteunende processen, parameters waarop gestuurd wordt, informatie. In het algemeen geldt dat bredere kennis en meer data de in de medische wereld noodzakelijke (niet-reduceerbare of Kolmogorov-) complexiteit goed hanteerbaar maakt. Juist ook in de medisch wereld speelt <em>big data</em>. Een data-element heeft op zich geen betekenis. Data krijgt pas betekenis in de context van een wetenschappelijk of professioneel model. Een punt van aandacht hierbij is vanuit welk perspectief big data en daarmee AI, algoritmes en dergelijke worden ingezet. Is dat vanuit de bestaande ideeën over de zorg en de organisatie van zorg? En daarmee vooral voor efficiency verbetering? Of gebruiken we de nieuwe technologische mogelijkheden om het idee van zorg en zorgverlening te herdefiniëren en zo op een ander niveau nieuwe inhoud en vorm te geven? De potentie van <em>personal </em>devices, big data, algoritmen en dergelijke, wordt bepaald door nieuwe ideeën over inhoud en vorm, want anders mechaniseer je alleen maar de bestaande praktijk. Dit vraagt om management development programma’s die ervoor zorgen dat meer medewerkers met een hogere complexiteit kunnen omgaan, met als doel het voor de patiënt eenvoudiger te maken.&nbsp;Het vereist ook een betere kennis en ervaring op financieel terrein om deze complexiteit te managen en besturen.&nbsp;<br></p>



<p><em>De huidige opvattingen over leiderschap zijn achterhaald, al dat gepraat over leiderschap en leiderschapstypen heeft niets meer opgeleverd dan bestuurders met mooie verhalen, maar die verder amper weten wat besturen is.</em><br></p>



<h3 class="wp-block-heading"><strong>Leiderschap</strong></h3>



<p>De huidige opvattingen over leiderschap zijn achterhaald, al dat gepraat over leiderschap en leiderschapstypen heeft niets meer opgeleverd dan bestuurders met mooie verhalen, maar die verder amper weten wat besturen is.<sup> </sup> Het gevolg is niet dat de Nederlandse zorgsector het slecht doet. Integendeel, de kwaliteit van de zorg behoort tot de betere in de wereld. Maar het is ook een van de duurste, dus het zal dus efficiënter moeten. Daar is kennis van <em>operations management</em> voor nodig, en in het verlengde daarvan kennis over Total Quality Management, lean organiseren et cetera. Oftewel een gedegen kennis van de primaire processen. Aangezien de huidige bestuurders die veelal niet hebben, betekent dat het einde van deze generatie leiders en ontstaat er weer ruimte voor de geneesheer of -vrouw-directeur in een leidinggevende functie. De <em>best practice </em>van enkele Amerikaanse ziekenhuizen leert dat de combinatie van een heldere missie, finale waarden&nbsp; (zie box) en een goede informatievoorziening rondom het primair proces (op te zetten door medici, niet door IT-ers of accountants!) veel kan opleveren, mits een en ander in de context van de lerende organisatie plaatsvindt. De losse elementen daarvoor zijn in Nederland ook wel aanwezig, maar niet met de consistentie in de manier werken en denken, die nodig is om dit tot een succes te maken.&nbsp;<br></p>



<table class="wp-block-table is-style-stripes"><tbody><tr><td><strong>Waarden in een organisatie</strong><br><br>Een finale waarde is bijvoorbeeld dat de mens steeds doel in zichzelf is, nooit is de mens een instrument tot enig ander doel (Kant); dit staat ook centraal in de sociale leer van de Christelijke kerk. Een voorbeeld van een instrumentele waarde is: teamwork. Veel succesvolle CEO’s hebben een narcistische persoonlijkheid en narcisten hebben sterk de neiging instrumenteel met anderen om te gaan. De finale waarden zijn van belang in de organisatie en voor de samenleving.<br><br>Een voorbeeld van finale waarden van een organisatie is bijvoorbeeld Intermountain Healthcare, de beroemde en beruchte case uit de USA: Our mission is excellence in the provision of health care services to communities in the Intermountain region. Dit lijkt triviaal, maar de consequentie is dat ze primair sturen op clinical performance (op alle niveaus in de organisatie), maar ook dat ze met busjes de bergen in gaan om mensen op te zoeken die om welke reden niet naar het ziekenhuis komen maar wel zorg nodig hebben. </td></tr></tbody></table>



<p>Leiderschap – voor zover nodig &#8211; moet zich richten op <em>complexity leadership</em>.&nbsp; Daar onder verstaan we het werk zo organiseren dat medewerkers hun werk &#8211; de zorg &#8211; zoveel mogelijk via zelfcoördinatie (niet dus zelfsturing) kunnen doen. Medewerkers kunnen, gegeven een gesteld doel en geformuleerde kaders (tijd, geld, plaats, kwaliteit, regelgeving) e.d., zelf organiseren hoe ze het gestelde doel binnen die kaders zo efficiënt mogelijk zullen realiseren. Dit vereist overigens een platformachtige infrastructuur waarin de traditionele stafafdelingen en ondersteuning opgaan. Medewerkers moeten tevens de mogelijkheid hebben zich niet alleen te ontwikkelen, maar ook zelf te innoveren door in te mogen spelen op veranderende problemen en wensen van patiënten of cliënten. Met andere woorden: bestuurders moet durven een lerende organisatie te laten ontstaan.&nbsp;</p>



<p></p>



<h3 class="wp-block-heading"><strong>Technologie</strong></h3>



<p>De op het lichaam gedragen <em>mobile devices</em> voor monitoring, diagnose, betere medicijntoediening et cetera zullen snel een plek binnen het hele spectrum veroveren. De algoritmes om diagnoses te stellen zullen zich verder ontwikkelen, naast Artificial Intelligence. Dat laatste zal naar verwachting niet heel snel gaan, aangezien er wiskundig nogal wat problemen te overwinnen zijn; de trend van de inzet van robots bij operaties zal zich daarentegen verder doorzetten. De vraag is daarnaast op welke wijze de technologie zal worden ingezet voor preventie, want daar zou eigenlijk de prioriteit moeten liggen omdat daarmee de meeste winst valt te behalen. Big data over effecten van behandelingen in combinatie met automatische vastlegging van handelingen en transacties (administratieve big data) zal ook de ondoorzichtigheid van de kosten in de zorg oplossen en efficiency afdwingen. Daarbij is het wel zaak &#8211; zie Porter’s value based healthcare &#8211; dat dan eerst wordt vastgelegd wat we onder kwaliteit van de zorg verstaan; als we dit niet eerst meetbaar vastleggen, maken we de fout van kostenreductie en dat is niet hetzelfde als efficiency verbetering.&nbsp;<br></p>



<p>Kortom, de zorg in de toekomst zal er geheel anders uit gaan zien, van andere concepten uitgaan en op een andere wijze moeten worden bestuurd.&nbsp;</p>



<p></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-hans-strikwerda-universiteit-van-amsterdam/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">19221</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Dubbelinterview Caroline Baan en Gonda Stallinga</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-caroline-baan-en-gonda-stallinga/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=dubbelinterview-caroline-baan-en-gonda-stallinga</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-caroline-baan-en-gonda-stallinga/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Zorgcommunity Redactie]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 16 Sep 2019 09:00:41 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Home Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[dubbelinterview]]></category>
		<category><![CDATA[ggz]]></category>
		<category><![CDATA[VOZ]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=19089</guid>

					<description><![CDATA[Dat we in Nederland aan het opschuiven zijn van ziekte naar gezondheid is duidelijk, maar de weg daarnaartoe vult een ieder naar eigen inzicht in. Dat dit lastig is om vorm te geven wordt duidelijk in het dubbelinterview met prof. Caroline Baan en dr. Gonda Stallinga. Beiden zijn vanuit de eigen disciplines gericht op het onderzoek en de toepassing van het nieuwe ‘gezondheidsdenken’ in ons land.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h4>Zoeken naar de oorzaken van ziekte is niet hetzelfde als zoeken naar de oorzaken van gezondheid.</h4>
<p>Dat we in Nederland aan het opschuiven zijn van ziekte naar gezondheid is duidelijk, maar de weg daarnaartoe vult een ieder naar eigen inzicht in. Dat dit lastig is om vorm te geven wordt duidelijk in het dubbelinterview met prof. Caroline Baan en dr. Gonda Stallinga. Beiden zijn vanuit de eigen disciplines gericht op het onderzoek en de toepassing van het nieuwe ‘gezondheidsdenken’ in ons land. Wat zijn zij tegengekomen en hoe kunnen wij als gezondheidszorg de volgende stappen zetten in deze omslag? Caroline Baan en Gonda Stallinga gaan voor VOZ Magazine in gesprek.</p>
<h4>De gezondheidszorg lijkt wel een tekening van Escher.</h4>
<p><em>Vraag voor prof. Baan: In uw oratie1 vergelijkt u op een illustratieve manier de huidige stand van de Nederlandse gezondheidszorg met een tekening van Escher: “Op dit moment lijkt de gezondheidszorg op een tekening van Escher: er is veel te zien, trappen verbinden diverse etages, mensen lopen rond door de gangen, of zitten buiten aan een tafel. Het lijkt een mooi huis, maar als u goed kijkt, ziet u dat het net niet goed op elkaar aansluit. Hierdoor is er toch geen echte verbinding tussen de onderdelen, en lopen mensen soms letterlijk langs elkaar heen. Het geheel levert minder op dan de som der delen. En dan kan men zich afvragen wat voor veranderingen er nodig zijn om de onderdelen beter te laten aansluiten, zijn er grotere ingrepen nodig, of zelfs een geheel nieuwe tekening?”. Daarbij geeft u aan dat u vanuit uw leerstoel ‘integrale gezondheidszorg’ wil bijdragen aan de transitie van de gezondheidszorg en daarmee aan het verbeteren van de tekening van de gezondheidszorg. Kunt u uw visie hierop toelichten?</em></p>
<p>Prof. Baan: “De vergelijking van onze gezondheidszorg met een tekening van Escher gaat over hoe er in de gezondheids- zorg van alles te vinden is, maar dat deze verschillende zorgvormen nu niet goed op elkaar aansluiten. Als we de zorg zouden benaderen vanuit de behoefte van de sing op het zorgproces. Bijvoorbeeld, als er iemand bij de huisarts komt met een complexe (zorg)vraag, dan is het lastig om in de vaak korte tijd van een consult de behoefte van diegene helder te krijgen. Vaak liggen deze behoeftes ook buiten het zorgveld. Dus ja, we kunnen het probleem vanuit de systeembenadering beschouwen, maar vanuit het proces werkt het ook nog niet goed”.</p>
<h4>Elke burger heeft een ambitie.</h4>
<p><em>Zou u kunnen zeggen dat in de ideale wereld wij het probleem in de gezondheidszorg hebben opgelost als we de niet aansluitende onderdelen wel passend in een geheel aangesloten krijgen?</em></p>
<p>Baan: “In de ideale wereld is onze gezondheidszorg goed aangesloten op de behoefte van de cliënt of burger. Dat zou er ooktoe kunnen leiden dat we bepaalde dingen die we nu doen achterwege laten en dingen die we nu nog niet doen, juist wel oppakken. Cruciaal daarbij is de dialoog met de burger en dat we samen bespreken wat er nodig is en wat er gedaan moet worden”.</p>
<p>“Louis Overgoor geeft in zijn visie daarbij een mooi uitgangspunt: elke burger heeft een ambitie in zijn leven en wij dienen daarbij zoveel mogelijk te ondersteunen dat hij of zij deze ambitie kan realiseren. Iemand is vanuit dat perspectief niet zozeer bezig met een bepaalde aandoening die hij of zij heeft, maar is meer bezig met de vraag hoe diegene zijn leven vorm kan geven”, vult Baan aan.</p>
<p>Dr. Stallinga: “We moeten in de gezondheidszorg inderdaad die kant op verschuiven. Er is in de zorg op dit moment van alles mogelijk, maar de vraag is of iemand dat ook allemaal moet willen”.</p>
<p>“Enige tijd geleden trof mij het voorbeeld van een 96-jarige vrouw, die in een uitzending van Monitor aan het woord kwam. Deze vrouw brak haar heup en kwam in het ziekenhuis terecht. Deze vrouw had echter al met haar familie doorgenomen, dat mocht zij in een dergelijke situatie terecht komen, zij niet geopereerd wilde worden. Eenmaal in het ziekenhuis heeft ze dit ook aangegeven, maar wij in de zorg hebben hier geen antwoord op. Deze mevrouw is wel geopereerd aan haar heup, maar nadien in een gesprek met haar dochter gaf ze opnieuw aan dat niet gewild te hebben.”</p>
<p>“Op dit moment heeft onze gezondheidszorg geen antwoord op deze individuele situaties. Treffend is ook dat betrokkene geen eigen regie heeft. Zorg krijgen is niet hetzelfde als een nieuwe wasmachine kopen. Als we een nieuwe wasmachine willen aanschaffen, mogen we zelf bepalen hoe luxe deze is en of wij niet al tevreden zijn met een meer simpele uitvoering. Zodra het echter over de zorg gaat die wij geacht worden te ontvangen, dan hebben we minder ruimte om te kiezen”, vult Stallinga aan.</p>
<p>Stallinga gaat verder: “In die zin kan ik mij ook verbazen over een term als patiëntparticipatie. Alsof we daarmee zeggen dat de patiënt mag participeren in zijn of haar ‘patiënt zijn’. Het moet niet gekker worden. De vraag moet juist zijn in welke mate de cliënt de zorgverlener toestaat te participeren in zijn of haar leven!”.</p>
<p>Baan vult aan: “Heel herkenbaar, en dan hebben we het in het geval van de mevrouw met de gebroken heup over een acute situatie. Hetzelfde zien we ook als het gaat om de uitdaging die voorligtom mensen te ondersteunen in gezond gedrag. In dat geval wordt de zorg vaak gezien als bemoeienis, dus daar hebben we op dit moment helemaal geen antwoord op. Hoe gaan we mensen stimuleren in gezonder gedrag?”.</p>
<p>Baan: “Ook in dit geval zou het gedachte- goed rond de ambitie van de burger een goed aanknopingspunt kunnen zijn. Vanuit die ambitie verwoord door de burger, zou je makkelijker kunnen aansluiten op de preventieve zorg en gezamenlijk bezien ‘Als dat de ambitie is, dan zou dit bepaalde gedrag daar ondersteunend aan kunnen zijn’”.</p>
<h4>Waar ligt nu de echte verantwoordelijkheid?</h4>
<p>Stallinga: “Het heeft ook met verantwoordelijkheid te maken. Op dit moment is de zorgprofessional blijkbaar verantwoordelijk voor de aandoening die iemand krijgt en hoe deze dan het beste behandeld kan worden. Willen wij hier een verschuiving in aanbrengen, dan moeten we ook nadenken over waar de verantwoordelijkheid ligt. Ter illustratie: op dit moment is het zo dat wanneer je zodanig overgewicht hebt, dat je het risico loopt daaraan te overlijden, dan kun je een maagband krijgen. Deze maagband wordt in dit geval dan ook vergoed. We gaan er dan vanuit dat iemand daar dan niet verantwoordelijk voor is, maar hier gaat een langdurig proces aan vooraf. De twintig jaren aan gewichtstoename die mogelijk hieraan vooraf zijn gegaan laten we buiten beschouwing. Tot dat moment is het blijkbaar wel de verantwoordelijkheid van de patiënt. Om te voorkomen dat iemand zodanig overgewicht krijgt, dat die de maagband vergoed krijgt, hebben wij dus een ander zorgaanbod nodig. Wij zijn tot nu toe steeds bezig geweest met ziektezorg en het wordt tijd dat we nu aan de slag gaan met gezondheidszorg”.</p>
<p><em>Vraag voor dr. Stallinga: In uw proefschrift heeft u het volgende aangegeven:</em><br />
<em>“De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geeft met de International Classification of Functioning, Disability</em> <em>and Health (ICF) een internationale,</em> <em>discipline-onafhankelijke terminologie</em> <em>voor functioneren en een model voor </em><em>gezondheid”.</em> <em>Het proefschrift onderzoekt of deze </em><em>standaardterminologie en het gezond</em><em>heidsmodel kunnen bijdragen aan een ef</em><em>fectieve implementatie van functioneren </em><em>als focus van zorg in de gezondheidszorg.</em></p>
<p><em>Kunt u toelichten hoe het concept ‘functioneren’ steeds meer aan belang wint en</em> <em>welke bevindingen u heeft gedaan wat</em> <em>betreft de stand van zaken hieromtrent</em> <em>in de Nederlandse gezondheidszorg?</em></p>
<p>Stallinga: “In Nederland werken we tot op heden in de zorg vooral met de International Classification of Diseases (ICD) en onze focus op cure is daar met name op aangesloten. Op het moment dat we de ziektezorg willen verschuiven naar gezondheidszorg geeft de WHO aan dat juist de International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) hier een passend gezondheidsmodel voor biedt.<br />
Het verschil zit in dat waar ICD gericht is op de aandoening en de mate waarin body functies zijn aangedaan, de ICF deze classificatie uitbreidt met activiteiten en participatie van een cliënt inclusief contextuele factoren. Op dit moment weten we in de gezondheidszorg nog niet goed hoe we met die domeinen activiteiten, participatie en contextuele factoren om moeten gaan”.</p>
<p>Stallinga vult aan: “We zien echter wel dat op steeds meer plaatsen functioneren als begrip wordt opgenomen. Zo wordt bijvoorbeeld bij Zorginstituut Nederland al enige jaren gewerkt met het begrip functioneren. We zijn op dit moment ook bezig om de registratie van onze bevindingen aan de hand van functioneren en ICF te moderniseren en in lijn te brengen met dit nieuwe gezondheidsmodel. Daarvoor gebruiken wij ook ICT en E-health toepassingen”.</p>
<h4>Zorg gaat niet allereerst over wat het mag kosten.</h4>
<p><em>Vraag voor prof. Baan:</em><br />
<em>Vanuit uw visie op integrale gezondheid heeft u aangegeven dat de samenhang tussen drie elementen cruciaal is: gezondheid, kwaliteit van zorg en kosten. Deze samenhang moet leiden tot de juiste keuzes en de juiste prioriteiten. De afgelopen jaren is vaak gesteld in de media, maar ook door zorgverleners, dat er teveel focus is gelegd op de financiële component. Met deze focus is geprobeerd een halt toe te roepen aan de stijgende zorgkosten. Bent u van mening dat dit een juiste koers was? Heeft u aanbevelingen hoe we de samenhang en balans met de andere componenten weer kunnen herstellen? Is er een grens aan wat zorg mag kosten?</em></p>
<p>Baan: “Wat de zorg mag kosten is een maatschappelijke en een politieke discussie. Vanuit de politiek is op een gegeven moment gezegd dat een verdere stijging voorkomen moet worden. Naast de financiële component zien we echter ook de inhoudelijke component. Op dit moment sluiten de verschillend onderdelen zoals gezegd niet goed aan. We hebben het in Nederland namelijk heel ingewikkeld gemaakt en om dat nu weer te versimpelen is heel moeilijk. Dat gaat namelijk gepaard met loslaten. Als we echter in staat zijn om deze verschuiving van ZZ (Ziekte en Zorg) naar GG (Gezond en Gedrag) te bewerkstelligen, dan zullen we naar verwachting ook de kosten omlaag kunnen brengen. Er zijn tal van manieren om te bezuinigen zonder dat de kwaliteit van zorg omlaag gaat. En mijn overtuiging is dat we niet met de kosten moeten beginnen, maar met de vraag ‘Past het zorgaanbod nog op de behoefte van de patiënt of cliënt?’. Dat zou het startpunt moeten zijn in de omslag”.</p>
<p>Stallinga: “De zorg is in Nederland zo duur omdat we ziekte centraal stellen. We heb- ben ziekte zo belangrijk gemaakt, dat je pas in aanmerking komt voor zorg als een dokter zegt dat dit nodig is”.</p>
<p>Baan: “Toch zit er ook spanning tussen wat de burger wil en wat voor de populatie wenselijk is. De vaccinatiediscussie is daar een voorbeeld van. Een burger kan namelijk de overtuiging hebben dat die geen vaccinatie wenst voor zijn of haar kinderen, maar de populatie is wel degelijk erbij gebaat als die burger diens kinderen laat vaccineren. Soortgelijke individuele afwegingen kunnen ook spelen op thema’s als gezonde voeding et cetera. Daar hebben we nu ook geen goed antwoord op, hoe gaan we om met het spanningsveld individuele afweging versus populatiebelang?”.</p>
<p>Stallinga: “Inderdaad doen we dit nu nog niet goed. Mijn idee is dat het spanningsveld tussen deze beide ook is ontstaan door de publieke discussies over de zorg, die steeds meer een financieel karakter hebben gekregen. Burgers krijgen deze financiële discussies zo expliciet mee, dat er vanzelf een beeld is gaan ontstaan dat er veel geld wordt verdiend in de zorg. Dit creëert een voedingsbodem voor wantrouwen”.</p>
<h4>Functioneren als focus van zorg.</h4>
<p><em>Vraag voor dr. Stallinga:</em><br />
<em>U constateerde dat onderzoeksresultaten met betrekking tot functioneren zich lastig laten vergelijken vanwege gebrek aan consensus over de definitie van de gebruikte begrippen. Wat is er volgens u nodig om dit onderzoeksveld verder te brengen?</em></p>
<p>Stallinga: “Het is inderdaad heel belangrijk dat wanneer je een omslag probeert te bereiken dat je consensus hebt over de te gebruiken terminologie. Dat is ook de wijze waarop ik samenwerk met Bettery Institute dat we willen aansluiten op de terminologie die bekend is en gebruikt wordt in de zorg. Als je functioneren tot focus van onze zorg maakt, dan nemen we andere besluiten. Om nieuwe resultaten in de zorg ook te kunnen onderzoeken, meetbaar te maken en met elkaar te kunnen delen, moeten we dus eenduidige terminologie gebruiken. De ICF biedt deze standaard terminologie en daar moeten we mensen voor opleiden en dat zijn niet alleen of per definitie artsen”. Baan: “Daarnaast vind ik het vooral van belang dat we kijken naar de essentie van de boodschap, even los van hoe iemand het noemt. Als iemand bijvoorbeeld tegen mij zegt ‘Positieve Gezondheid geloof ik nu zo langzamerhand wel, ik doe mijn eigen ding’, dan vraag ik mij af of de essentie door diegene wel gepakt is. Deze essentie is naar mijn idee dat we verder moeten leren kijken naar sec de aanwezigheid of afwezigheid van ziekte”.</p>
<p><em>Is er nog een specifieke ‘call to action’ richting de politiek, overheid en/of onze overige lezers, die u rond dit thema op deze plaats zou willen doen? Zijn er bijvoorbeeld enkele knelpunten te benoemen waar hulpverleners en/of beleidsmakers tegenaan lopen? En hebben jullie mogelijk aanknopingspunten hoe met deze knelpunten om te gaan?</em></p>
<p>Stallinga: “Ik denk dat we naast onze huidige artsen ook andere professionals nodig hebben om de gewenste omslag te bereiken, professionals die meer gericht zijn op de oorzaken van gezondheid. Zoeken naar de oorzaken van ziekte is namelijk wezenlijk anders dan het zoeken naar de oorzaken van gezondheid. Als we daarbij functioneren tot focus van zorg maken, dan sluit de zorg beter aan op mensen en dat is dan ook direct betere zorg”.</p>
<p>Baan: “Daarnaast vind ik het van belang dat we pragmatisch zijn. Niet iedereen zal meteen alle stappen kunnen zetten om het doel wat we beogen te bereiken. Elke stap is er een, zolang we de stip aan de horizon maar weten vast te houden. En van ZZ naar GG bewegen”.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-caroline-baan-en-gonda-stallinga/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">19089</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Dubbelinterview Jan Jaap Kolkman en Theo Engels</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/dubbel-interview-jan-jaap-kolkman-theo-engels-over-de-zorg/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=dubbel-interview-jan-jaap-kolkman-theo-engels-over-de-zorg</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/dubbel-interview-jan-jaap-kolkman-theo-engels-over-de-zorg/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Zorgcommunity Redactie]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 19 Aug 2019 09:00:27 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Home Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[Jan Jaap]]></category>
		<category><![CDATA[van ZZ naar GG]]></category>
		<category><![CDATA[VOZ magazine]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=18998</guid>

					<description><![CDATA[Drie jaar geleden startten de gemeente Deventer en Eno Zorgverzekeraar om de overgang van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag in beider domeinen te versnellen. Van nazorg naar voorzorg als nieuw vertrekpunt. Met als baken het principe Positieve Gezondheid zoals onderzocht en uitgewerkt door Machteld Huber. In de praktijk ook anders aangevlogen: uitgaan van het eigenaarschap van gezondheid bij de mensen zelf. In dit artikel praten Jan Jaap Kolkman en Theo Engels hierover. ]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h3>We vertrekken ergens anders en vliegen ook anders aan</h3>
<p>Hans de Goeij in gesprek met gemeentebestuurders in Deventer wethouder Jan Jaap Kolkman en Theo Engels, directeur zorg &amp; ICT bij zorgverzekeraar Eno.</p>
<p>In Deventer is de Promotiecoalitie het gevleugelde woord geworden waar anderen het begrip gezondheidscoalitie zouden gebruiken. Een ander accent met een extra appèl op samenwerken, door samen te denken, samen randen van mogelijkheden op te zoeken én samen te doen. Drie jaar geleden startten de gemeente Deventer en Eno Zorgverzekeraar om de overgang van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag in beider domeinen te versnellen. Van nazorg naar voorzorg als nieuw vertrekpunt. Met als baken het principe Positieve Gezondheid zoals onderzocht en uitgewerkt door Machteld Huber. In de praktijk ook anders aangevlogen: uitgaan van het eigenaarschap van gezondheid bij de mensen zelf.<span id="more-18998"></span></p>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Gemeente en Zorgverzekeraar samen aan de bak.</h4>
<p><em>Gemeente Deventer en Zorgverzekeraar Eno zijn mede aanjagers van de coalitie “Promotie coalitie”. Mede mogelijk gemaakt met subsidie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dat lijkt wel de crème de la crème van jullie beider samenwerking, als organisaties en als personen.</em></p>
<p>Kolkman: “Wij hebben gekozen voor het woord Promotiecoalitie en niet voor Gezondheidscoalitie. Gezondheidscoalitie heeft in dit soort gesprekken en interviews teveel de connotatie zorg en ziekte. Wij vliegen het nu anders aan. We accentueren de promotie van gezondheid én wij benadrukken de levenslust en onze ambities daarbij. Dus minder uitgaan van enkel voorkomen van ziekte. Wij zoeken naar de kracht bij mensen zelf, en het aanmoedigen die kracht ook bij je zelf te zoeken en te versterken. Dat maakt je minder afhankelijk van zorgprofessionals. Dat vermindert dus afhankelijkheid en vergroot tegelijk de eigen regie. Dat is op zich weer een extra stimulans, en bevordert de eigenwaarde van mensen. Anderen zeggen ook: empowerment van de inwoners versterken. We zoeken dus de hulpkrachten op in onze samenleving en sluiten daarbij aan. Een kwestie van de juiste fit bepalen. Dan heb je achteraf minder energie nodig om toch op het goede pad te komen, nog afgezien van de faalkosten”.</p>
<p>Engels: “Het leven van een inwoner, een verzekerde is meer dan ziekte en zorg. Gezondheid gaat levenslang mee, inclusief de ambities en de dingen waar je gelukkig van wordt. Daarom proberen we in de Promotiecoalitie primair aan te sluiten bij de eigen ambities van de inwoners, de verzekerden. En dan hebben we de stevige ambitie neergezet om dat in samenwerking met elkaar en met andere domeinen te doen. Niet omdat het kan, niet omdat wij dat zo leuk of interessant vinden, maar gewoon omdat het moet. Wij moeten<br />
die samenwerking opzoeken. Het is niet of, maar hoe. Als bestuurders hebben we dus de taak gewoon op te pakken en samen het hoe te verkennen, door goed te kijken wat er is en gebeurt, door vooruit te denken en het hoe vorm te geven. Klein beginnen maar wel met een lange adem vol te houden. Het niet van ons twee afhankelijk te maken, maar echt inbedden en gedragen laten worden in de gemeenschap”.</p>
<h4></h4>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Van praten over naar focus op</h4>
<p>Het zijn natuurlijk mooie gedachten: van gezondheidscoalitie naar promotiecoalitie. Kunt u concrete voorbeelden noemen waar jullie mee aan de slag gaan, gemeente en zorgverzekeraar?</p>
<p>Engels: “Begin 2018 startte onze promotiecoalitie Deventer. In drie jaar tracht de coalitie inwoners dichter bij het eigenaarschap van de eigen gezondheid te brengen. Ons doel is inderdaad om de eigen gezondheid positiever te gaan ervaren en dus minder zorg te vragen. De beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag is dus expliciet onderdeel van onze aanpak, ja zelfs de drive. Wij leggen met name de focus bij bewegen van inwoners uit enkele risicogroepen. Als belangrijk effect van die inzet ontstaan tegelijk kansen voor nieuwe sociale contacten. Dat draagt in de meeste gevallen weer bij aan het verminderen, uitstellen of voorkomen van nogal wat gezondheidsproblemen”.</p>
<p>Kolkman vult aan: “De gemeente heeft ook een programma WijDeventer, waarin de eigen regie voorop staat. Dat promoot ze ook via de website https://wij.deventer.nl. De samenwerking van gemeente en zorgverzekeraar is dus essentieel, we organiseren aan de voorkant de focus en met massa zorgen we dat het effect van één plus één = drie kan worden. Maar het beperkt zich niet tot zorgverzekeraar en gemeente. Onze gemeentelijke Nota Volksgezondheid is mede gebaseerd op het bevorderen van de eigen regie, ook in de sector van de publieke gezondheid waar het kan. In een aantal wijken zijn inmiddels huisartsenpraktijken en sociale wijkteams samen bezig om het gesprek met de patiënt, onze inwoner dus, anders in te richten en daarbij de samenwerking meer te zoeken. De promotiecoalitie wordt daarbij geïnspireerd door de Bettery van Louis Overgoor en zijn collegae”.</p>
<p><em>Van oudsher is er in Nederland rond gezondheid en zorg een scheiding tussen grofweg primaire preventie en zorg. Het wordt ook door verschillende, soms elkaar uitsluitende, financieringssystemen en regelingen gefaciliteerd. Van ZZ naar GG kan je alleen bereiken als die scheiding in ieder geval meer diffuus wordt en openingen ontstaan tussen de systemen. Hoe kijkt u daar tegen aan?”</em></p>
<p>Engels: “Daar kan je een lange en mooie boom over opzetten. Maar ik denk dat we daar niet echt mee opschieten, we praten er al zo lang over. Er is veel draagvlak voor die gedachte maar het stokt bijvoorbeeld bij lef en daadkracht als het op uitvoering aankomt”.</p>
<p>Engels gaat verder: “De promotiecoalitie start niet bij het systeem maar bij het centraal stellen van de inwoner en verzekerde. Daar willen wij, zorgverzekeraar en gemeente met andere partners, bij aanhaken. Dus bij zorgen van mensen, hun interesses, hun belangstelling, hun mogelijkheden en kansen. Alleen al die houding zorgt ervoor dat een niet onbelangrijk deel van de mensen de eigen regie weer oppakt of versterkt. In die gevallen kan je dus als zorgveld terugtreden of minder intensief actief zijn. Daardoor houd je tijd over voor<br />
hen die een steun in de rug nog even nodig hebben. En voor hen die de eigen regie door gebrek, invaliditeit of algemene achteruitgang aan het einde van het leven echt niet meer terug kunnen winnen”.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Van denken en doen, vooral doen!</h4>
<p>Kolkman: “Wij weten dat circa de helft van gezondheidsklachten met leefstijl verband houdt, waarvan weer een belangrijk gedeelte te beïnvloeden zou zijn. Dus verminderen in ernst, door ongezondheid uit te stellen in de tijd of zelfs te voorkomen. Ons zorgsysteem kan dus heel wat doelmatigheid oogsten als wij vanuit een ander uitgangspunt vertrekken en anders aanvliegen. De sleutel ligt bij het intrinsiek motiveren van mensen zelf; een sleutel die past op het slot. In onze zorg- en ondersteuningstaken- zijn wij te vaak met algemene oplossingen en boodschappen bezig. Tja, die lopers en algemene adviezen passen vaak niet op kluizen zoals wij mensen soms kunnen zijn. Dus niet enkel de sleutel bepaalt of de deur open gaat, maar het profiel van het slot bepaalt welke sleutel je erin moet steken om de juiste fit op te leveren. Het is geen kip en ei kwestie. Er zit logica in om naar effectiviteit in de aanpak te komen. Laat dat ook steeds meer evidence based worden!”.</p>
<p><em>De zorg kent een financiering op grond van veelal verrichtingen, normtijden en aantallen. Dus input, throughput en output variabelen gekaderd door protocollen en procedures, met zo mogelijk evidence. Maar is sturen op outcome en impact waar we eigenlijk naar toe zouden moeten? Anders gezegd: belonen van langer gezond en goed leven accentueren in plaats belonen van verrichtingen en handelingen an sich. Hoe zien jullie dat in Deventer?</em></p>
<p>Engels: “Er zijn verschillende bekostigingsmodellen. Maar wij zitten vooralsnog vast aan het verrichtingen model; dat is niets nieuws. Maar dat mag geen excuus zijn om verder niet na te denken. Dat ontslaat ons ook niet van de plicht te kijken naar andere modellen waar we de outcome en impact van gedrag en gezondheid beter mee faciliteren binnen de gegeven kaders van beschikbare budgetten. Dus van ZZ naar GG, wat wij onderschrijven, zorgt ervoor dat wij ook zoeken naar andere mogelijkheden, aanvullende mogelijkheden in de bekostiging. Gelijktijdig zien we dat patiënten, inwoners, vaker oplossingen zoeken in het sociale domein. De verzekeraar is actief in het domein van de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet. Maar de verzekeraars realiseren zich ook dat er versterkingen nodig zijn in het sociale domein, willen verzekeringsbestedingen beter, doeltreffender en doelmatiger renderen. Het 1 + 1 = 3 effect levert dus aan beide kanten voordelen op; gemeenten zouden ook op ons een beroep kunnen doen en vice versa. Het lastige is dat de wettelijke kaders ons dat niet makkelijk mogelijk maken. Een paradigmashift is eigenlijk nodig, maar de realiteit leert ons ook dat dat niet in een klap gaat. We zoeken dus eerst de randen van beide stelsels op en kijken wat we daar al kunnen gaan doen”.</p>
<p>Kolkman: “Populatiebekostiging met shared savings is zo iets waar we als zorgverzekeraar en gemeente kansen zien om samen op te trekken en meer impact te genereren als het om gezondheid gaat. We zitten ook niet stil met verder denken wat het andere vertrekpunt is en hoe we nog beter aanvliegen, om impact op de gezondheid van de burgers te faciliteren en te bevorderen. Ik weet dat de verzekeraar binnen en buiten de promotiecoalitie aan andere projecten bijdraagt, samen met ons, zoals de beweegmakelaar, het loopparcours in Diepenveen en de activiteiten binnen de promotiecoalitie. De 3 jarige VWS bijdrage aan de Promotiecoalitie Deventer is voor systeemverandering; het is niet bedoeld voor activiteiten. Dat is eigenlijk maar goed ook. Op die manier weten wij nu al dat, als het systeem wat wijzigt, de partners wel moeten doorgaan. De samenwerking na drie jaar willen wij verder door ontwikkelen en faciliteren”.</p>
<h4></h4>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Kom er maar eens tussen&#8230;</h4>
<p><em>In het prachtige oude stadhuis met de schitterende</em> <em>nieuwe aanbouw in Deventer heerst serene rust. Een</em> <em>gebouwencomplex dat op zich al een bezoek waard is. Het gesprek tussen Jan Jaap Kolkman en Theo Engels loopt uit de afgesproken tijd. En het gaat als vanzelf over in een gedachten wisseling over hoe ze nog meer effect uit de promotiecoalitie kunnen halen. Ze maken elkaar zichtbaar nog enthousiaster. Zijn aan elkaar gewaagd. De interviewer komt er niet meer aan te pas, bijna dan. Ik vraag of ze nog een laatste boodschap hebben voor de lezers van VOZ Magazine.</em></p>
<p>Kolkman: “We spraken over de verschillende financieringsbronnen en soms de onmogelijkheden ook de randen van onze systemen open te krijgen, om iets te faciliteren waar de zorgverzekeraar én de gemeente baat bij hebben. Waar ZZ naar GG wordt versneld. Soms vallen goede voorstellen van burgers daardoor tussen wal en schip. Ik zou een oplossing willen zoeken in een structureel potje Versterking Preventie Structuur. Om de verbinding preventie, gedrag en gezondheid met en in het sociale domein te versterken vanuit het verzekeringsdomein en vice versa. Ingewikkelder moet je het nu dan ook niet maken. Een voorbeeld is de post met ROS gelden”.</p>
<p>Engels: “Dat zijn de Regionale Ondersteuningsstructuren, die adviseren en begeleiden de eerste lijn én betrokken partijen bij het realiseren van samenhangende zorg in de wijk en de regio. Een rijksbijdrage die zorgverzekeraars verdelen over de regionale verbanden in het land”.</p>
<p>“Als bijvoorbeeld een groot deel van zorggebruikers wil gaan hardlopen, dan loopt de atletiek vereniging en het trainerscorps over. Terwijl het wel goed zou zijn voor de betaalbaarheid door het preventie effect voor het zorgstelsel. In het huidige systeem kunnen wij als verzekeraar niets bieden. Laten we als zorgverzekeraars en gemeenten elkaar opzoeken en vooral kijken wat wèl kan. En dan lukt het vaak, ondanks systeembeperkingen, toch al samen essentiële dingen te bereiken”, voegt Engels toe.</p>
<p>Kolkman sluit af: “Dat wou ik nou net ook zeggen&#8230; Ik ben het dus weer helemaal met je eens, als we maar kijken naar het doel: nadruk verleggen naar gedrag en gezondheid, en als dat niet kan vliegen we het maar anders aan. We zoeken naar wat wèl kan! Jammer dat het interview nu moet stoppen want we hebben nog zoveel te delen&#8230;&#8230;”</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/dubbel-interview-jan-jaap-kolkman-theo-engels-over-de-zorg/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">18998</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Koplopers Top 50: Carla Overkamp // GGZ Rivierduinen</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-carla-overkamp-ggz-rivierduinen/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=koplopers-top-50-carla-overkamp-ggz-rivierduinen</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-carla-overkamp-ggz-rivierduinen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jaap Jan Brouwer]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 17 Jul 2019 09:00:17 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Home Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[innovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Koplopers in de Zorg]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=18871</guid>

					<description><![CDATA[Onder het motto ‘beter binnen bereik’ biedt GGZ Rivierduinen geestelijke gezondheidszorg aan de inwoners van het noorden en midden van Zuid-Holland. De organisatie biedt de zorg die het beste past bij [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>Onder het motto </em><a target="_blank" href="https://www.rivierduinen.nl/organisatie/missie-en-visie"><em>‘beter binnen bereik’</em></a><em> biedt GGZ Rivierduinen geestelijke gezondheidszorg aan de inwoners van het noorden en midden van Zuid-Holland. De organisatie biedt de zorg die het beste past bij de situatie van de cliënt: op de poli bij GGZ Rivierduinen, thuis bij de cliënt of in een van de opnameklinieken. Carla Overkamp is hier directeur Algemene Zaken.</em></p>
<h2><strong>Wat zijn op het ogenblik de belangrijkste onderwerpen die in de sector spelen?</strong></h2>
<p>Binnen de psychiatrie voor ouderen speelt een aantal thema’s. Deze hebben voor een deel te maken met de complexiteit van de problematiek, die bestaat uit een combinatie van somatiek en psychiatrie. Hierdoor is het vaak niet duidelijk welke setting het beste voor de cliënt is. Daarnaast is het voor veel mensen onduidelijk waar de GGZ wel en niet kan helpen en is het vaak acute karakter van de problematiek ook een punt van aandacht.</p>
<p>Een eerste thema waar de ketenpartners zich over gebogen hebben, is de vraag waar de oudere met acute problematiek waarvan het diagnostisch beeld niet helder is, moet worden gediagnostiseerd: in het verpleeghuis, het ziekenhuis of op een psychiatrische instelling. Een tussenoplossing waarin de expertise van alle betrokken organisaties te vinden is, zou hier een antwoord op kunnen zijn. Een dergelijke tussenoplossing zou minder gebruikt hoeven te worden als ouderen al gezien worden voor ze in crisis zijn. Om ouderen eerder te zien moet meer aandacht komen voor <em>casefinding</em> en vroegdetectie om de grote toename in vraag in de toekomst aan te kunnen.</p>
<p>Los hiervan bestaat een toenemende druk op de psychiatrie door de combinatie van dementie en ernstige gedragsproblemen. De vraag is hierbij telkens welke klinische setting het beste is voor de cliënt en wat de psychiatrie kan bijdragen aan het oplossen van de gedragsproblematiek in het verpleeghuis.</p>
<p>Veel heeft te maken met het delen van kennis: de noodzaak om kennis zoveel mogelijk tussen somatiek en psychiatrie over en weer te delen, door het netwerk en de wijk in te gaan en bijvoorbeeld vrijwilligers te trainen en te scholen in het herkennen van psychiatrische beelden. Dit maakt de eerder genoemde casefinding en vroegdetectie mogelijk, waardoor de oudere eerder kan worden geholpen en sneller bij de juiste organisatie aanklopt. Om dit te bevorderen is een van de prioriteiten van Rivierduinen de kennis zoveel mogelijk bij andere organisaties terecht te laten komen.</p>
<p>In het verlengde daarvan is het zaak om goed aan te geven waar de GGZ nu precies voor staat. Hiervoor is een goede positionering en profilering van de GGZ noodzakelijk. Deze ontbreekt nu deels en dat leidt tot onduidelijkheden, fricties en inefficiënties binnen het gehele systeem.</p>
<p>De vraag is verder hoe de capaciteit van het ziekenhuis en Rivierduinen gezamenlijk in te zetten, zeker omdat in toenemende mate sprake is van een combinatie van somatiek en psychiatrie. Hier moeten tussen beide partijen afspraken over worden gemaakt, bijvoorbeeld in de vorm van ouderenafdelingen in een ziekenhuis, waar psychiatrische zorg wordt geboden.</p>
<h2><strong>Hoe zou je de positie van jouw organisatie in de sector willen omschrijven?</strong></h2>
<p>Rivierduinen is een grote speler in de psychiatrie en een kleine speler in de ouderenzorgketen, die bereid is om op het terrein van ouderen zijn nek uit te steken. Dit doen we door zaken praktisch op te pakken, mensen rond de tafel te krijgen en samen te werken met als basishouding samen het probleem te willen oplossen.</p>
<h2><strong>Welke aansprekende innovaties hebben de afgelopen periode gespeeld?</strong></h2>
<p>In het verlengde van wat we hiervoor besproken, zijn de afgelopen periode veel sociale innovaties ontstaan op het gebied van het samenwerken binnen netwerken. Er is samen met de diverse partners gewerkt aan een visie op samenwerking waardoor Rivierduinen een heldere positie in het speelveld heeft gekregen. Het samenwerken met anderen heeft niet geleid tot verdamping van de organisatie. Psychiatrie is en blijft een vak; om de kennis en kunde op peil te houden is een organisatie als Rivierduinen nodig. Dit vereist wel dat Rivierduinen een verdieping van de kennis biedt aan professionals, noodzakelijk om hen te binden en te boeien.</p>
<h2><strong>Welke leerpunten hebben deze innovaties opgeleverd?</strong></h2>
<p>De leerpunten van de afgelopen periode laten zich als volgt samenvatten:</p>
<ul>
<li>Je moet gewoon aan de gang gaan met samenwerking.</li>
<li>Je moet niet werken met een uitgewerkt plan van aanpak, maar telkens pragmatisch kijken naar de volgende stap die nodig is. Binnen een netwerk werken klassieke planningsmodellen niet.</li>
<li>Een gezamenlijke visie is van belang om richting aan de stappen te kunnen geven.</li>
<li>Een goede methode om verder met samenwerking te komen, is het pitchen van oplossingen in de verschillende regionale netwerken. Hiermee wordt ook kennis en ervaring tussen de verschillende netwerken overgedragen.</li>
<li>Je moet de lokale netwerksituatie als uitgangspunt nemen: je kan er niet van uitgaan dat datgene wat in de ene regio werkt ook in de andere regio zal werken, omdat de samenstelling van de lokale netwerken verschilt.</li>
<li>Hoe netwerken in de praktijk werken is afhankelijk van de leden van de betrokken organisaties: verschillen in werkwijze in de keten van een min of meer gelijk netwerk kunnen andere vragen en dus ook een ander aanbod van de eigen organisatie opleveren.</li>
</ul>
<h2><strong>Welke kennis zou jouw organisatie graag willen delen?</strong></h2>
<p>Kennisdelen binnen de eigen organisatie en binnen de netwerken is van groot belang om een eenduidige wijze van werken te krijgen, bijvoorbeeld op het terrein van consultatie. Door kennis over te dragen, weten de partners binnen het netwerk wat ze wel en niet kunnen verwachten. Op deze wijze sluiten de activiteiten van de verschillende partners binnen de keten beter op elkaar aan.</p>
<h2><strong>Wat vind je de belangrijkste uitdagingen voor de toekomst?</strong></h2>
<p>De uitdaging voor de toekomst is het realiseren wat we gezamenlijk in gang hebben gezet, met als zichtbare resultaten:</p>
<ul>
<li>de tussenoplossing;</li>
<li><em>casefinding</em> en vroegdetectie;</li>
<li>klinische bedden in het algemeen ziekenhuis;</li>
<li>en helder hebben wat Rivierduinen voor de combinatie dementie en gedragsproblemen kan betekenen.</li>
</ul>
<p>Meer specifiek houdt dit het volgende in:</p>
<ul>
<li>Verpleeghuis, ziekenhuis en Rivierduinen werken in de tussenoplossing samen aan diagnostiek en behandeling van ouderen met psychiatrische problematiek.</li>
<li>Er zijn oriënterende gesprekken met ziekenhuizen over de realisatie van klinische bedden van GGZ Rivierduinen in algemene ziekenhuizen voor ouderen met somatische en psychiatrische problematiek.</li>
<li>De netwerkpartners weten wanneer ze een beroep op Rivierduinen kunnen doen op het gebied van dementie en gedragsproblemen.</li>
<li>De consultatie naar de VVT-sector en de huisarts is zo ingericht dat Rivierduinen op al hun vragen kan inspelen.</li>
<li>Er is een actieve rol voor <em>casefinding</em> in de verschillende netwerken.</li>
<li>De medewerkers zijn trots op hun werk.</li>
</ul>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-carla-overkamp-ggz-rivierduinen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">18871</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Hoe krijgen we mensen gelukkig, bevlogen en gezond? &#124; Interview met Suzanne Jungjohan</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/hoe-krijgen-we-mensen-gelukkig-bevlogen-en-gezond-interview-met-suzanne-jungjohan/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=hoe-krijgen-we-mensen-gelukkig-bevlogen-en-gezond-interview-met-suzanne-jungjohan</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/hoe-krijgen-we-mensen-gelukkig-bevlogen-en-gezond-interview-met-suzanne-jungjohan/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Zorgcommunity Redactie]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 15 Jul 2019 09:00:23 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[VOZ magazine]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=18861</guid>

					<description><![CDATA[Dat is de vraag die centraal staat wanneer VOZ Magazine Suzanne Jungjohann interviewt over de beweging Van ZZ naar GG. Op het moment van het interview was Suzanne directeur Human Resources bij Nationale-Nederlanden. In dit interview legt ze uit hoe de Nationale-Nederlanden actief investeert in de duurzame inzetbaarheid van haar medewerkers.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h2>Hoe krijgen we mensen gelukkig, bevlogen en gezond in alle facetten van het leven?</h2>
<p>Dat is de vraag die centraal staat wanneer VOZ Magazine Suzanne Jungjohann interviewt over de beweging Van ZZ naar GG. Op het moment van het interview was Suzanne directeur Human Resources bij Nationale-Nederlanden. In dit interview legt ze uit hoe de Nationale-Nederlanden actief investeert in de duurzame inzetbaarheid van haar medewerkers. <span id="more-18861"></span></p>
<h4></h4>
<h4>Focussen op duurzame inzetbaarheid in plaats van ziekteverzuim</h4>
<p><em>In het kader van het thema ‘Van Ziekte en Zorg (ZZ) naar Gezondheid en Gedrag (GG)’ wordt in deze uitgave van VOZ Magazine op verschillende plaatsen aangegeven dat ook de werkgever hier een belangrijke rol in speelt. Nationale-Nederlanden pakt deze handschoen op en is vorig jaar gestart met een vitaliteitsprogramma voor de medewerkers. Kunt u toelichten wat u beoogt met dit vitaliteitsprogramma en hoe deze is opgezet?</em></p>
<p>Jungjohann: “Bij Nationale-Nederlanden houden we ons op twee manieren bezig met gezondheid, in de rol van verzekeraar voor onze klanten en hun medewerkers en particuliere klanten, en daarnaast natuurlijk ook als werkgever van duizenden mensen. Kijk je naar onze rol als werkgever dan zie je dat met een kleine 10.000 mensen die bij ons in Nederland werken, er verschillende generaties vertegenwoordigd zijn. Je ziet ook dat het type klachten verandert als je de oudere generatie vergelijkt met de jongere. Waar de oudere generatie vaker lichamelijke klachten heeft, zien we bij de jongere collega’s een toename van druk vanuit de sociale omgeving”.</p>
<p>“We hebben te maken met een terugtredende overheid en mensen worden zelf verantwoordelijk gehouden voor hun gezondheid. Als werkgever willen wij daarom ook actief een rol oppakken. Mensen brengen immers veel tijd door op hun werk, dat is een heel cruciale plaats om aandacht te hebben voor gezondheid en vitaliteit. Ook bij Nationale-Nederlanden is dit een thema, bijvoorbeeld als het gaat om duurzame inzetbaarheid van onze collega’s. Ik zeg nadrukkelijk duurzame inzetbaarheid in plaats van ziekteverzuimbeleid, omdat we hiermee beogen preventief te zijn en zoveel mogelijk te voorkomen dat collega’s uitvallen. Vanuit deze ambitie zijn wij vorig najaar een pilot gestart met het vitaliteitsprogramma voor onze medewerkers, dat na toetsing op effect en het opnemen van de leerpunten de basis kan worden voor een product voor onze klanten en hun medewerkers”, vult Jungjohann aan. “De start van het programma was een analyse van de gezondheid van een collega. De persoonlijke uitdagingen zijn voor iedereen anders. Dit kan zijn op het terrein van mentale vitaliteit, fysieke gezondheid of meer op het vlak van de werk-privé balans. We stellen dan vragen als Wat vind je belangrijk in je leven en in je gezondheid? Als tweede stap biedt het programma coaching, training en workshops, en begeleiding, inclusief een fit tracker om de pols, om de voortgang te monitoren. Dat sluit goed aan bij het thema van deze uitgave: Van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag. Het vitaliteitsprogramma richt zich vooral op het gedrag en welke invloed je zelf hebt om je eigen gezondheid te bevorderen.”</p>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Bevlogenheid, eigenwaarde en vitaliteit</h4>
<p><em>Het vitaliteitsprogramma is door Nationale-Nederlanden opgezet als pilot, met daaraan gekoppeld een onderzoek dat samen wordt uitgevoerd met het Innovatieteam. Hierbij wordt het nut van het vitaliteitsprogramma onderzocht. Zijn er op dit moment al uitkomsten uit dit onderzoek, die relevant zijn om met onze lezers te delen?</em></p>
<p>Jungjohann: “Die zijn er zeker. Onze eerste vitaliteitspilot is nu afgerond en we hebben de effecten kunnen meten door twee groepen met elkaar te vergelijken. Een groep van ruim honderd collega’s, die aan het programma heeft deelgenomen, en een controlegroep van vergelijkbare omvang die niet heeft deelgenomen. Beide groepen hebben we een vragenlijst in laten vullen. Uit deze meting zijn drie effecten zichtbaar:</p>
<p>1. de bevlogenheid van de deelnemers aan het programma is toegenomen</p>
<p>2. de eigenwaarde is sterk verhoogd</p>
<p>3. en er is een beperkte stijging van vitaliteit met name op fysiek gebied</p>
<p>Het programma was zeker nog niet perfect, maar deze resultaten helpen ons wel om verder te gaan met onderzoek. Met de lessen die we in de eerste pilot hebben geleerd, willen we bij verdere positieve resultaten een nieuw programma op korte termijn gaan toetsen in een externe pilot met andere werkgevers in verschillende sectoren”.</p>
<p>UWV, gemeenten, professionals en cliëntorganisaties afspraken gemaakt die eraan moeten bijdragen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid vaker aan werk komen en dat werk ook behouden. Is er binnen Nationale-Nederlanden een specifieke visie rond de zorg voor werknemers, die op een bepaald moment te maken hebben gekregen met een psychische aandoening zoals burn-out?</p>
<p>Jungjohann: “Dat is lastig uit elkaar te trekken, omdat we in de praktijk vaak zien dat een combinatie van factoren kan leiden tot ziekte. Bijvoorbeeld, iemand ervaart werkdruk en ineens wordt een familielid ziek en moet diegene plotseling ook mantelzorg verlenen. Een ander voorbeeld is dat iemand zich fysiek niet fit voelt en er ook huwelijksproblemen ontstaan. Juist vanwege deze combinatie van factoren richten wij ons op verschillende thema’s zoals ook mentale vitaliteit. Dat doen wij zoals ik eerder aangaf vanuit onze visie op Duurzame Inzetbaarheid”.</p>
<p>“In onze visie op duurzame inzetbaarheid en het vitaliteitsprogramma gaan wij steeds uit van het individu. Als we het bijvoorbeeld hebben over burn-out, dan is dat zeer individueel bepaald. Denk bijvoorbeeld aan een jonge medewerker van 30 jaar met een uitdagende job, die een gezin, sport en een sociaal leven goed kan combineren, terwijl iemand anders van dezelfde leeftijd te veel druk ervaart vanuit de omgeving. Daarom is het van groot belang per individu te kijken naar de combinatie van vitaliteitsaspecten, waar het mentale aspect er zeker een van is”, licht Jungjohann toe.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h4>Werken is gezond</h4>
<p><em>In het kader van psychische kwetsbaarheid staat depressiepreventie bij het ministerie van VWS hoog op de agenda: “Depressie is een van de zes speerpunten van het preventiebeleid. Het gaat om een belangrijk probleem voor de volksgezondheid: per jaar maken ruim 800.000 mensen een depressie door. Depressie staat al jaren in de top vijf van aandoeningen met hoogste ziektelast en hoogste</em> <em>ziektekosten. Psychische aandoeningen zijn een belangrijke oorzaak van langdurig ziekteverzuim.</em></p>
<p><em>”Hoe kijkt u aan tegen deze ontwikkeling? Ziet u hiervoor een rol voor de werkgever, bijvoorbeeld door inzet van het vitaliteitsprogramma? En welke verantwoordelijkheid ziet u bij de werknemer zelf? Zijn er wat u betreft ook nog andere partijen die zich dienen in te zetten, om deze tendens te keren? Welke aanbevelingen heeft u aan zorgprofessionals en beleidsmakers om de verbinding zorg en werk/arbeid te versterken? Denk hierbij ook aan de toename van mensen met een chronische aandoening. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat ook mensen met een chronische aandoening langer aan het werk kunnen blijven en daarbij een goede kwaliteit van leven blijven ervaren?</em></p>
<p>Jungjohann: “Ik maak me zorgen over hoeveel mensen vaak ongewild en ongelukkig thuis komen te zitten. Er komen steeds meer onderzoeken beschikbaar over hoe gezond werken voor mensen is. Door te werken neem je deel aan de samenleving, je levert een bijdrage aan een organisatie, je bent onderdeel van een team, je hebt structuur in je leven, je krijgt erkenning, enzovoort. Als iemand thuis komt te zitten, dan is dat allemaal een gemis”.</p>
<p>“Daarom vond ik de uitkomsten van het vitaliteitsprogramma zo inspirerend. Als we het namelijk hebben over bevlogenheid, dan hebben we het over dat een medewerker lekker in z’n vel zit in zijn werk in de context van de werkgever. En als werkgever wil je dat ook, bevlogen mensen zijn over het algemeen productiever, ze letten ook beter op kosten en er vinden minder ongelukken plaats. Het andere resultaat met betrekking tot de eigenwaarde van medewerkers houdt verband met dit mentale aspect. Wanneer iemand zijn eigenwaarde toeneemt, wordt de kans op zoiets als een burn-out of een depressie kleiner”.</p>
<p>Jungjohann gaat verder: “In onze organisatie hebben we dat tot uiting gebracht door te investeren in onze collega’s en hun gezondheid. Daarin zie je onze waarde You Matter terug. De toename van de eigenwaarde, die we zagen in het vitaliteitsprogramma, laat zien dat we de goede groep deelnemers te pakken hadden. Bij de start bungelden zij onderaan wat betreft eigenwaarde, een half jaar later was hun score gemiddeld. Dat is You Matter in de praktijk”. “Op dit moment houden veel werkgevers zich voornamelijk bezig met de medewerker tussen 9 en 5 en de zorgsector richt zich juist op de ziekte of gezondheid. Dat zouden wij idealiter bij elkaar moeten brengen, zodat de zorg meer zicht krijgt op de gezondheid van de cliënt in zijn of haar werkomgeving. De vraag die wat mij betreft centraal staat is “Hoe krijgen we individuele mensen met hun individuele uitdagingen bevlogen en gezond?”.</p>
<p>Is er nog een specifieke ‘call to action’ richting de politiek, overheid en/of onze overige lezers, die u rond dit thema op deze plaats zou willen doen? Zijn er bijvoorbeeld enkele knelpunten te benoemen waar werkgevers, hulpverleners en/of beleidsmakers tegenaan lopen? En heeft u mogelijk aanknopingspunten hoe met deze knelpunten om te gaan?</p>
<p>Jungjohann sluit af: “Richting werkgevers zou ik de oproep willen doen, richt je vooral op wat iemand wel kan. Het bevordert het re-integratieproces, ook wanneer iemand bijvoorbeeld door een ernstige aandoening enige tijd niet in staat is te werken. Wanneer je direct vanaf het begin je richt op de vraag; “Wat kan je wel?” creëer je de mogelijkheid om iemand betrokken te laten zijn en daarmee maak je de terugkeer voor die persoon en zijn of haar collega’s aanzienlijk makkelijker”.</p>
<p>“Richting politiek en beleidsmakers zou ik willen zeggen, investeer in mensen, maak het mogelijk dat de zorgsector aansluiting vindt bij de werkgevers, uiteraard binnen de mogelijkheden van wet- en regelgeving en privacy. Meet ook de resultaten. Dan is direct zichtbaar wat het oplevert. Door aan de voorkant te investeren, faciliteren we ook dat mensen langer gezond kunnen blijven. Een preventieve aanpak is daarbij van wezenlijk belang. En niet op de laatste plaats vind ik snelheid erg belangrijk. In een rijk land als Nederland moeten we in staat zijn mensen snel te helpen zodat geluk, gezondheid en inzetbaarheid zo snel mogelijk herstellen in tijden van ziekte”.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/hoe-krijgen-we-mensen-gelukkig-bevlogen-en-gezond-interview-met-suzanne-jungjohan/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">18861</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Dubbelinterview Elly Rahder en Marlijn Aalders</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-elly-rahder-en-marlijn-aalders/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=dubbelinterview-elly-rahder-en-marlijn-aalders</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-elly-rahder-en-marlijn-aalders/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Zorgcommunity Redactie]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 03 Jul 2019 10:00:14 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Blogs]]></category>
		<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[interview]]></category>
		<category><![CDATA[VOZ magazine]]></category>
		<category><![CDATA[Zorgcommunity]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=18796</guid>

					<description><![CDATA[In de zorg draait het om patiënten, maar vreemd genoeg krijgen hun behoeften en ervaringen zelden echt een podium. In dit dubbelinterview stellen wij het perspectief van patiënten in de GG/ZZ-transitie centraal. Elly Rahder is diabetespatiënt én ervaringsdeskundige in trainingen en onderzoek van ROHA naar integrale, persoonsgerichte zorg. Marijn Aalders is ontwikkelaar en trainer van de GG/ZZ  Basis Leergang, fysiotherapeut en mede-oprichter van Bettery Institute. Hoe integreren we de ervaringen van patiënten in het veranderende zorgproces? De vraag; wat kan er beter wordt gesteld in dit interview van VOZ magazine.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h3><strong>Coachen op persoonlijke kracht, in plaats van sturen op medische waarden</strong></h3>
<p>In de zorg draait het om patiënten, maar vreemd genoeg krijgen hun behoeften en ervaringen zelden echt een podium. In dit dubbelinterview stellen wij het perspectief van patiënten in de GG/ZZ-transitie centraal. Elly Rahder is diabetespatiënt én ervaringsdeskundige in trainingen en onderzoek van ROHA naar integrale, persoonsgerichte zorg. Marijn Aalders is ontwikkelaar en trainer van de GG/ZZ  Basis Leergang, fysiotherapeut en mede-oprichter van Bettery Institute. Hoe integreren we de ervaringen van patiënten in het veranderende zorgproces? De vraag; wat kan er beter wordt gesteld in dit interview van VOZ magazine.<span id="more-18796"></span></p>
<p>Net terug van haar wekelijkse wandeling en druk met voorbereidingen van de Nationale Diabetes Challenge eind september in Amsterdam, steekt Rahder van wal. Nadat bij haar vrij onverwachts diabetes werd vastgesteld, kreeg ze van haar arts een praktijkondersteuner toegewezen. Die stimuleerde haar om anders te kijken naar het acceptatieproces. “Vanuit het positieve”, vertelt<br />
Rahder. “Vanuit de focus op eigen kracht en gedrag. Wat kan ik zelf doen en hoe kan een zorgverlener mij ondersteunen?”.</p>
<p><i>De patiënt centraal stellen, horen we vaak. Wat verstaan jullie daar precies onder?</i></p>
<p>Rahder: “Voor mij betekent het dat zorgverleners niet te veel sturen op het proces van verbetering en niet te snel een bijzonder resultaat willen zien, maar de bestaande situatie als uitgangspunt nemen. Als de thuissituatie of het sociale leven belangrijk zijn, verdient dat de aandacht. Dit is sterk afhankelijk van iemands persoonlijke omstandigheden en gemoedstoestand. Soms valt een advies het ene moment wel goed, maar het volgende moment niet. Het is dus altijd zoeken naar balans. Zorgverleners moeten rekening houden met (de leefomgeving van) de persoon, zonder de deskundigheid uit het oog te verliezen. Want daar heeft de patiënt natuurlijk wel behoefte aan; een professional is niet de buurvrouw”.</p>
<p>Aalders: “Wat veel professionals graag doen is hulp bieden. Iets willen onderzoeken en oplossen voor een ander. Het is veel krachtiger om naar de power van de ander te kijken. Om ruimte te geven aan wat er voor hem/haar toe doet en dáár met je kennis en kunde op aansluiten. Dat vinden professionals lastig. De patiënt centraal stellen betekent deze tot expressie laten komen”.</p>
<p><em>Als ervaringsdeskundige bij de ROHA draagt Elly Rahder bij aan o.a. rollenspellen en het bespreken van casuïstiek. </em></p>
<p><em>Vraag voor Rahder: Welke inzichten geef jij zorgverleners mee op basis van je eigen ervaringen?</em></p>
<p>“In deze rollenspellen kijk ik kritisch naar de houding van de zorgverlener: komt deze eerlijk over, betuttelend of ongeïnteresseerd terwijl ik mijn verhaal vertel? Ik vind het heel belangrijk dat ze geen spel spelen. Daarmee bedoel ik ook dat ze niet standaard handelingen uitvoeren met focus op medische waarden, maar creatief zijn in het samen zoeken naar vervolgstappen”, licht Rahder toe.</p>
<h4><strong>&#8220;De patiënt kan het niet alleen, maar de zorgverlener ook niet.&#8221;</strong></h4>
<p>Het verloop van het consult bepaalt dus grotendeels het succes van de behandeling? Hoe hoort die volgens jullie bij voorkeur te verlopen? Aalders: “In de training gebruiken wij de GG/ZZ gesprekstool. Dit is een leidraad om het gesprek te voeren en bestaat uit drie fasen:</p>
<p>1) een open explorerend deel over gezondheid, waarden en functioneren</p>
<p>2) een gedragsdeel waarin je richting, acties en vervolgstappen afstemt en</p>
<p>3) de hulpverlening. Dat laatste is soms helemaal niet meer nodig, omdat iemand heel duidelijk weet wat hij wil en gaat doen.”</p>
<p>Rahder: “Voor mij zijn veiligheid en vertrouwen belangrijk. Wanneer mijn zorgverlener op een ondersteunende en niet-veroordelende wijze reageert op mijn verhaal, kan ik mijn gedachten en gevoelens veilig uiten en mijn afweergedrag loslaten. Gevoelsgerichte positieve feedback draagt bij aan een betere dialoog tussen ons. Praktisch betekent dit: goed luisteren, empathie, erkenning, tone of voice, rust en geduld. Voor zorgverleners is het de kunst om iemand serieus te nemen, ook als het niet logisch is wat hij of zij zegt. Door de patiënt zelf het verhaal te laten vertellen, komt die zelf vaak tot oplossingen. Kleine dingen die kunnen bijdragen om je op lange termijn<br />
beter te voelen. In mijn geval ontdekte ik zo dat mijn bloedsuikerwaarden grotendeels zijn terug te brengen tot gedrag, zoals beweging of omgaan met stress”.</p>
<p>“Mijn adagium is dat ik zoveel mogelijk zelf de regie kan en moet nemen ten aanzien van mijn aandoening. Al kan het nooit<br />
volledige regie zijn; er is dialoog nodig om inhoudelijk te toetsen of gedrag aansluit bij de waarden van het ziektebeeld. De patiënt kan het niet alleen, maar de zorgverlener ook niet.”</p>
<h4><strong>&#8220;Mensen vinden het fijn om zelf aan het roer te staan.&#8221;</strong></h4>
<p><em>Elly Rahder had vanaf het begin een positieve ervaring met de praktijkondersteuner die haar werd toegewezen. Hoe werkt deze persoonsgerichte aanpak met patiënten die minder stevig in hun schoenen staan, weerstand hebben of gereserveerder het behandeltraject ingaan?</em></p>
<p>Aalders: “Het is een misvatting om te denken dat deze aanpak alleen bij gemotiveerde mensen werkt. Dat is nou juist zo leuk! Eén prikkelende vraag kan het verschil maken. De meeste mensen vinden het fijn om zelf aan het roer te staan en te vertellen wat er in hun leven speelt naast de klachten. Van daaruit kom je veel beter tot een richting en activatie. Patiënten kunnen dit proces helpen door goed te verwoorden wat ze belangrijk vinden. Nu komen ze vaak al geprogrammeerd bij een arts binnen met een veronderstelling wat die wil horen. Uiteindelijk vindt iedereen het leuk om zelf de eigen kracht te voelen, dat is mijn stellige overtuiging”.</p>
<p>Rahder: “Mijn ervaring is dat het fijn is om naar de praktijkondersteuner te gaan. Om samen te bespreken: waar staan we nu en wat kan er beter? Daarbij is een positieve benadering essentieel. Dus niet: je waarden zijn te hoog, dat is niet goed. Maar: je bent misschien minder ver gekomen dan gehoopt, wat gaan we nu doen? Probeer mensen te stimuleren om terug te komen en stap voor stap het proces richting te geven, rekening houdend met de etnische en culturele diversiteit van patiënten”.</p>
<h4><strong>&#8220;Verbindend werken, waarbij verschillende zorgverleners met één stem spreken.&#8221;</strong></h4>
<p><em>Deze cultuuromslag zal in de praktijk voor veel professionals buiten de comfortzone zijn en een flinke investering vragen&#8230;</em></p>
<p>Rahder: “In de rollenspellen valt het mij op dat artsen vaak het idee hebben dat ze al heel persoonsgericht werken. En ik denk ook dat ze het goed doen. Maar om de diepte in te gaan met patiënten is meer nodig, terwijl artsen tegen een barrière in tijd en geld aanlopen. Door laagdrempelige samenwerking met een praktijkondersteuner kan er verdieping ontstaan, waardoor er meer uitkomt bij een patiënt. Goed dat zorgverleners beseffen dat hiervoor een methodiek bestaat die effectief is”.</p>
<p>“Heel herkenbaar”, knikt Aalders. “Breed interviewen doe ik al, denken veel professionals, totdat ze in een training merken wat er nog meer mogelijk is. Wanneer we oefenen met het verschuiven van de regie, of stiltes durven laten vallen, schrikken ze hoeveel ze onbedoeld toch nog naar zich toe trekken en invullen. Dat is mens eigen. En ruimte geven is ook moeilijk wanneer er druk bestaat om in korte tijd tot een diagnose en registratie te komen. Tegelijkertijd raken ze geïnspireerd door alle nieuwe mogelijkheden die<br />
zichtbaar ontstaan”.</p>
<p><em>De grootste uitdaging is nu dat zorginstellingen het proces op dezelfde manier gaan inrichten. Hoe kunnen we dat gezamenlijk bereiken? </em></p>
<p>“Verbindend werken is essentieel”, beaamt Rahder. ”We hebben een integrale aanpak nodig, waarbij alle zorgverleners met één stem spreken.” Aalders: “Dat geldt in de eerste plaats voor het medische en sociale domein. Daarnaast moeten we erkennen dat het impact heeft op diverse niveaus: naast die van patiënt en zorgprofessional, ook van organisaties (cultuur-omslag) en het systeem van gemeente, verzekeraar en betaling. De huidige verzekeringsggelden zijn hier nog niet op ingericht; ook wat dat betreft handelen we<br />
buiten de comfortzone. Daar staat tegenover dat ook zorgverzekeraars nu interesse krijgen in producten als de gecombineerde leefstijlinterventie”.</p>
<p>Rahder: “Het stimuleren van het zelfherstellend vermogen van de patiënt als wezenlijk onderdeel van de integrale aanpak in de persoonsgerichte zorg is een meerwaarde voor alle partijen!”.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-elly-rahder-en-marlijn-aalders/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">18796</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Interview Corrie van Brenk, tweede kamerlid 50PLUS</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/interview-corrie-van-brenk-tweede-kamerlid-50plus/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=interview-corrie-van-brenk-tweede-kamerlid-50plus</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/interview-corrie-van-brenk-tweede-kamerlid-50plus/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Zorgcommunity Redactie]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 01 Jul 2019 09:00:33 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=18781</guid>

					<description><![CDATA[Dat we in Nederland nog veel te doen hebben rond duurzame inzetbaarheid van mensen, maakt Corrie van Brenk, Tweede Kamerlid 50PLUS, ons duidelijk in dit interview van VOZ Magazine. Van Brenk ziet veel kansen voor de beweging naar vakmanschap en de meerwaarde die dit heeft voor de gezondheid van medewerkers. De overheid pakt nu de faciliterende rol nog onvoldoende op. Van Brenk reikt ons enkele belangwekkende handvatten, om Nederland gezonder en actiever aan het werk te houden.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h3>Inzetten op ruimte voor vakmanschap</h3>
<p>Dat we in Nederland nog veel te doen hebben rond duurzame inzetbaarheid van mensen, maakt Corrie van Brenk, Tweede Kamerlid 50PLUS, ons duidelijk in dit interview van VOZ Magazine. Van Brenk ziet veel kansen voor de beweging naar vakmanschap en de meerwaarde die dit heeft voor de gezondheid van medewerkers. De overheid pakt nu de faciliterende rol nog onvoldoende op. Van Brenk reikt ons enkele belangwekkende handvatten, om Nederland gezonder en actiever aan het werk te houden.<span id="more-18781"></span></p>
<h4><strong>Ruimte voor vakmanschap krijgen, maar ook opeisen!</strong></h4>
<p><em>Al enige jaren wordt in Nederland gesproken over het innovatief opleiden van zorgprofessionals om hun competenties nog beter aan te laten sluiten op de zorgvraag van nu en van de toekomst. Een belangrijke beweging hierbij is die van Ziekte en Zorg (ZZ) naar Gezondheid en Gedrag (GG). In deze uitgave van VOZ Magazine hebben wij een interview gehouden met huisarts Hans Peter Jung. Hij gaf aan dat de productie gedreven wijze van werken bij hem tot grote vermoeidheid heeft geleid. Hoe ziet u deze ontwikkeling in de zorgsector?</em></p>
<p>Van Brenk: “De grootste discussie op dit moment in de Tweede Kamer is of er voldoende mankracht, geld en mogelijkheden zijn om maatwerk te bieden. Als we specifiek kijken naar de zorgsector dan is burn-out een veelvoorkomend probleem. Zelf heb ik ook van dichtbij meegemaakt hoe dat bijvoorbeeld in de jeugdzorg gebeurde. Dan begonnen mensen met veel enthousiasme aan hun nieuwe baan, maar liepen na 1,5 jaar tegen een muur op. Dat was dan vaak ingegeven doordat het werk anders bleek te zijn dan dat de mensen bij de start gedacht hadden. Dit werd vooral veroorzaakt door de vele regels en bureaucratie”.</p>
<p>“Een belangwekkende ontwikkeling hierbij is de beweging naar ‘Beroepseer’. Deze beweging beoogt de professional op de werkvloer weer in zijn of haar kracht te zetten, door meer vrijheid te geven aan de invulling van het eigen vak. Deze ruimte voor vakmanschap dient ingebed te worden in het (zorg) onderwijs, maar zeker ook in de praktijk. Dat zou een belangrijke meerwaarde kunnen betekenen in het voorkomen van uitval in de zorg, maar uiteraard ook in andere sectoren”, voegt Van Brenk toe.</p>
<p>“Wat mij zo positief verrast is dat de professionals nu zelf opstaan, om deze ruimte voor de eigen invulling van het vak op te eisen. Jij noemt als voorbeeld huisarts Hans Peter Jung. Een soortgelijk initiatief heb ik gezien bij een groep huisartsen die zich hebben gecommitteerd aan het initiatief ‘Het roer moet om’. Deze ontwikkeling zien we gelukkig terug in meerdere sectoren, dus wat mij betreft gaan we de goede kant op.”</p>
<p><em>Is er binnen 50PLUS een specifieke visie op deze ontwikkeling, hoe de politiek deze beweging zou kunnen ondersteunen en faciliteren?</em></p>
<p>Van Brenk: “Als 50PLUS hechten wij veel belang aan zelfredzaamheid en eigen regie. Een mooi voorbeeld hiervan is het Knarrenhof, waarbij ouderen die bij elkaar gaan wonen rond een hofje ook naar elkaar omkijken. Je woont zelfstandig, maar zorgt wel voor elkaar als daar reden toe is”.</p>
<h4><strong>We kunnen toch niet de kwetsbaren opzadelen met onze problemen?</strong></h4>
<p>In mei dit jaar hebben GGZ Nederland, UWV, gemeenten, professionals en cliëntorganisaties afspraken gemaakt die eraan moeten bijdragen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid vaker aan werk komen en dat werk ook houden.1 Is daar naar uw idee voldoende aandacht voor in de verschillende sectoren, bijvoorbeeld bij de overheid?</p>
<p>Van Brenk: “Het aan het werk krijgen en houden van mensen met een kwetsbaarheid is inderdaad een probleem dat niet voortvarend genoeg wordt aangepakt. Als we kijken naar de sector overheid, dan zouden wij het goede voorbeeld moeten geven. Helaas is dat niet het geval, en blijft ook de overheid achter als het hierom gaat. Ook als het gaat om mensen met een psychische aandoening, dan is daar in Nederland echt te weinig aandacht voor”.</p>
<p>“Als wij verwachten van het bedrijfsleven en andere sectoren dat zij mensen met een psychische kwetsbaarheid in dienst nemen, dan moet de overheid daarin een voortrekkersrol nemen. Het past niet om dan steeds naar anderen te wijzen. Als overheid moeten wij dus zelf aan de slag om meer mensen, die met een dergelijke aandoening te kampen hebben, te durven aannemen en dan bedoel ik wel dat het gaat om duurzame banen. Alleen dan kunnen wij verwachten dat mensen blijven deelnemen aan de samenleving”, geeft Van Brenk aan.</p>
<p>“Daarbij speelt ook nog mee dat bedrijven, die iemand willen aannemen met een kwetsbaarheid, dat met name doen als die kwetsbaarheid ook zichtbaar is. Iemand met een psychische aandoening is veel minder te herkennen dan bijvoorbeeld iemand met het syndroom van Down. Ook daarin zien we dus dat werkgevers keuzes maken. In de meeste gevallen gaat het ook om tijdelijke contracten, waar mensen natuurlijk ook niet heel gelukkig van worden.”</p>
<p>Van Brenk: “Waar wij ook niet blij mee zijn is de loondispensatie2 van staatssecretaris Van Ark voor mensen met een beperking. Bij loondispensatie hoeft de werkgever alleen te betalen voor wat de werknemer met een arbeidsbeperking kan presteren. Als dat lager is dan het minimumloon, dan krijgt de werknemer zonodig een aanvullende uitkering. Hij of zij bouwt wel minder aanvullend pensioen en WW op. Op deze wijze blijven mensen dus een leven lang aangewezen op een uitkering. Dat is geen goede aanpak, want je zadelt hiermee juist de kwetsbaren onder ons op met de problemen die wij hebben in het systeem zoals het nu is”.</p>
<h4><strong>Maak juist gebruik van de beschikbare kennis en infrastructuur! </strong></h4>
<p><em>U bent dan ook geen voorstander geweest voor het sluiten van de sociale werkplaatsen?</em></p>
<p>Van Brenk: “Dat was echt een verschrikkelijk besluit. Wat ook zeer kwalijk is, is dat we hiermee de kennis en de infrastructuur<br />
overboord hebben gegooid, die juist zo belangrijk is als het gaat om het bieden van werk voor mensen met een beperking. De sociale werkvoorziening was helemaal ingericht op hun specifieke doelgroep, zowel qua werkwijze maar ook hoe om te gaan met in- en uitstroom van mensen. Nu zien we dat deze kennis bij gemeenten ontbreekt en we vaak niet goed weten hoe om te gaan met mensen met een kwetsbaarheid, als het gaat om hun inzetbaarheid te borgen”.</p>
<p>Als we dit besluit afzetten tegen de gevolgen voor de zorg, dan kunnen we ons ook afvragen of we deze gevolgen genoeg gewogen hebben. Werken is namelijk gezond. Van Brenk: “Absoluut! We weten ook dat wanneer mensen werkeloos worden, ze vaker naar de huisarts gaan. Als jij actief bent, naar je werk gaat en met je collega’s samenwerkt dan is dat ontzettend belang-<br />
rijk voor je geestelijk welzijn”.</p>
<p><em>In het kader van psychische kwetsbaarheid staat depressiepreventie ook bij het ministerie van VWS hoog op de agenda. Hoe kijkt u aan tegen deze ontwikkeling en zijn wij op dit moment in Nederland voldoende toegerust om vanuit SZ&amp;W perspectief deze patiëntengroep effectief te begeleiden in het behoud of re-integreren naar werk?</em></p>
<p>Van Brenk: “We zien dat we aan alle kanten ontzettend veel bezuinigd hebben. Dat geldt ook voor het UWV. Daar speelt natuurlijk de moeilijkheid dat we wel veel geld beschikbaar stellen aan de UWV organisatie, maar onvoldoende verantwoording zien of deze middelen effectief zijn ingezet. Dat gezegd hebbende, hebben de bezuinigingen op menskracht er ook toe geleid dat de begeleiding van mensen naar werk nu niet altijd op maatwerk wordt ingericht. Juist als het gaat om mensen met een psychische kwetsbaarheid, dan is meer nodig dan alleen het invullen van het CV. Deze mensen hebben een gesprek nodig en aan de kant van UWV moet ook goed gekeken worden of iemand past bij een bedrijf”.</p>
<p>“Verder hebben wij als 50PLUS, toen de decentralisatie richting de gemeenten in gang werd gezet, steeds gezegd ‘Lever nu een basispakket. Een pakket aan zorgvoorzieningen, waar elke gemeente in ieder geval aan moet voldoen’. Maar deze aanbeveling werd niet aangenomen, want de beleidsvrijheid van de gemeenten mocht niet ingeperkt worden. En dat dit niet goed werkt blijkt bijvoorbeeld uit de brieven die wij ontvangen van mensen, die zeggen dat zij gehandicapt zijn en geen zorg of begeleiding krijgen in de eigen gemeente. Maar als diezelfde persoon met een beperking verhuist naar de buurgemeente, dan komt die weer wel in aanmerking voor ondersteuning. Dat is volstrekte willekeur!”, stelt Van Brenk kritisch.</p>
<p>“Daarnaast, bezien vanuit de politiek, hebben we onze mond vol van een ‘Leven Lang Leren’. Ik heb daar toen een debat over aangevraagd, omdat blijkbaar niemand weet hoe weinig wij investeren in volwassenenonderwijs: 0,2%! Nu is er 38 miljoen extra toegezegd, maar dat is nog steeds slechts 1,2% van het beschikbare onderwijsbudget. In andere landen is daar een veel betere infrastructuur voor beschikbaar. In Nederland moet je een omscholing van bankmedewerker naar verpleegkundige zelf betalen. En dat terwijl in de zorg, maar ook in de techniek enzovoort er een groot tekort is aan mensen”, vult Van Brenk aan.</p>
<h4><strong>Kijk vooral naar de mogelijkheden</strong></h4>
<p>Is er nog een specifieke ‘call to action’ richting de politiek, overheid en/of onze overige lezers, die u rond dit thema op deze plaats zou willen doen? Heeft u mogelijk aanknopingspunten hoe met bestaande knelpunten om te gaan? Van Brenk sluit af: “Luister naar de professionals! Betrek zoveel mogelijk de werkvloer bij (nieuwe) ontwikkelingen, ook als het gaat om opleidingen”.</p>
<p>“Daarnaast is vroeg signalering bij werkgevers cruciaal. Als je ziet dat een medewerker niet goed in z’n vel zit, kijk dan niet alleen naar wat dat betekent voor de productiviteit. Ga het gesprek aan, kijk wat er echt speelt. Sluiten de competenties nog voldoende aan? Is er wellicht iets mogelijk in omscholing? Dit soort vragen moeten we dan niet stellen tegen de achtergrond dat iemand niet goed functioneert, maar puur vanuit het welzijn van de medewerker en de mogelijkheden.”</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/interview-corrie-van-brenk-tweede-kamerlid-50plus/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">18781</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Dubbelinterview Pauline Terwijn en Hans Peter Jung</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-pauline-terwijn-en-hans-peter-jung/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=dubbelinterview-pauline-terwijn-en-hans-peter-jung</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-pauline-terwijn-en-hans-peter-jung/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Zorgcommunity Redactie]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 17 Jun 2019 09:00:13 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[dubbelinterview]]></category>
		<category><![CDATA[VOZ magazine]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=18699</guid>

					<description><![CDATA[Dit bubbelinterview met Pauline Terwijn en Hans Peter Jung gaat over dat aandacht de ruimte creëert om de onderliggende vraag te herkennen. Volgens Jung moet de zorg rigoureus worden omgegooid, in dit interview wordt zijn visie omschreven.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Dit dubbelinterview met Pauline Terwijn en Hans Peter Jung gaat over dat aandacht de ruimte creëert om de onderliggende vraag te herkennen. Volgens Jung moet de zorg rigoureus worden omgegooid, in dit interview wordt zijn visie omschreven.<span id="more-18699"></span></p>
<p>Hans Peter Jung besloot enkele jaren geleden niet verder te willen op de productie gedreven manier van werken. Hij koos ervoor weer met passie zijn werk te willen doen. Deze omschakeling zorgde ervoor dat zijn huisartsenpraktijk maar liefst 25% minder doorverwijzingen realiseerde naar de tweedelijns zorg. Hoe kijkt het ziekenhuis aan tegen deze ontwikkeling en hoe kan aangesloten worden op de beweging van ZZ naar GG? VOZ Magazine interviewt Pauline Terwijn, bestuursvoorzitter Pantein Zorggroep, en huisarts Hans Peter Jung. Hans Peter Jung verteld aan de hand van een inspirerend verhaal waarom het model van de Nederlandse gezondheidszorg rigoureus moet worden omgegooid.</p>
<p><!--more--></p>
<p><strong>Niet langer verder op de productie gedreven manier </strong></p>
<p><em>Vorig jaar heeft Trouw een artikel gepubliceerd “De dokter neemt meer tijd voor een patiënt”, waarbij nadrukkelijk wordt stil gestaan bij de verandering in uzelf hoe u met uw vak als huisarts wilde omgaan. U gaf aan dat u op de productie gedreven manier van zorg verlenen niet verder wilde gaan en dat u op die wijze de passie voor uw vak was verloren. Kunt u daar iets meer over vertellen? </em></p>
<p>Jung: “Laat ik beginnen te vertellen dat enige jaren geleden mijn vrouw en ik constateerden dat we steeds meer vermoeidheidsverschijnselen vertoonden. Wij dachten in eerste instantie dat dit met name werd veroorzaakt door de zorg die wij toen hadden voor onze gehandicapte dochter. We vroegen ons ook af of we dat wel vol zouden houden, of dat er mogelijk een moment zou komen dat we de zorg voor onze dochter niet meer geheel zelf zouden kunnen bieden en deels uit handen zouden moeten geven. Plotseling echter kwam onze dochter te overlijden door een longontsteking. Mijn vrouw en ik hebben deze wending in ons leven uiteindelijk kunnen accepteren, wetende dat wij alles hebben gedaan wat wij konden en het leven van onze dochter als compleet te beschouwen. Binnen enkele weken ben ik weer begonnen met werken. Maar meteen bij de eerste dag dat ik weer aan het werk was werd mij duidelijk dat mijn vermoeidheid niet door de zorg voor mijn dochter kwam! Ik was vermoeid door het werk. Daarna heb ik ook bijna een jaar niet gewerkt”.</p>
<p>Jung gaat verder: “In deze periode dat ik niet werkte heb ik mezelf allerlei vragen gesteld. Zou ik wel weer dokter kunnen zijn na de dood van mijn dochter? Hoe heb ik mij zo kunnen vergissen in de reden van mijn vermoeidheid? Ik heb toen ook data opgevraagd over de praktijk en wat bleek, in de 20 jaar dat ik begon als huisarts tot het moment dat mijn dochter overleed was het aantal consulten verviervoudigd! Daarnaast waren er ook allerlei andere zaken toegevoegd aan het werk van de huisarts, die niet in lijn stonden met mijn ambitie om huisarts te zijn. De reden waarom ik huisarts wilde worden was juist vanwege het patiëntencontact. De ontstane situatie van het grote aantal consulten, gecombineerd met de daarbij geldende voorwaarden als het 10 minuten contact, druiste in tegen mijn passie voor het vak. Toen heb ik mijzelf afgevraagd wil ik wel verder als huisarts onder deze voorwaarden of kan ik het werk zo ombuigen, dat ik wel met drive verder kan?”.</p>
<p>“Eerst dacht ik de drukte te kunnen verdelen door een collega aan te nemen. Wat bleek echter, dat we in een jaar het nog veel drukker hadden gekregen dan daarvoor! Wij kregen immers 9 euro per patiënt, dus werk overhevelen naar mijn collega zou betekenen dat dit ten koste zou gaan van mijn inkomsten bij een gelijkblijvend aantal patiënten. Wij hebben de ambitie dus opgeschroefd in dat eerste jaar, maar de werkdruk was voor ons beide te veel geworden. Na goed overleg met mijn collega bleek dat de financiering van ons werk dit zo veroorzaakte. We hadden bedacht dat een vaste vergoeding per patiënt veel beter zou passen voor ons werk als huisarts. We besloten VGZ uit te nodigen om eens een dag mee te lopen met ons werk, zodat we ook inzichtelijk konden maken op welke wijze wij eigenlijk wel wilden werken en welke financiering daar het beste bij zou passen”, legt Jung uit.</p>
<p>“Voor onze nieuwe werkwijze kozen wij voor meer tijd (van 10 minuten naar 15 minuten gemiddeld per patiënt) voor het gesprek met de patiënt en het model van Positieve Gezondheid. Wij gebruiken het Spinnenweb ter ondersteuning van het patiënt gesprek. De directeur van VGZ liep een dag mee om te zien hoe zo’n gesprek met een aantal van onze terminale patiënten verliep en zij was hier zeer door geraakt. Dit heeft de ruimte gecreëerd dat VGZ onze praktijk de kans wilde geven om te laten zien dat deze werkwijze voor iedereen beter zou zijn: voor de patiënt, voor de huisarts, maar uiteindelijk ook voor de verzekeraar. Wij waren overtuigd dat met deze nieuwe werkwijze, zelfs met een derde huisarts collega erbij, het aantal consulten zouden dalen. En dat is ons gelukt. Het aantal doorverwijzingen naar de tweedelijn is zelfs met 25% gedaald.”</p>
<p><em>In dit proces is ook de wijze waarop de ‘verwijzingenbespreking’ plaatsvindt een belangrijke stap geweest. Kunt u daar iets over vertellen?</em></p>
<p>Jung: “Inderdaad. Vanaf 1 mei 2016 startten de drie huisartsen met een wekelijkse onderlinge inhoudelijke beoordeling van alle verwijzingen die de afgelopen week hadden plaatsgevonden. Kritisch werd gekeken of deze voorkomen hadden kunnen worden en wat daar voor nodig was geweest. Het blijkt een makkelijke werkvorm die erg inspirerend bleek. Gaandeweg bleek dat we de lessen die we hier leerden gingen toepassen en de wekelijkse bijeenkomsten houden ons scherp”.</p>
<p>Jung vult aan: “We merkten bijvoorbeeld dat verwijzingen voorkomen kunnen worden door telefonisch te overleggen met de specialist. De specialist is in onze regio over het algemeen bereid om hier aan mee te werken, maar een telefonisch overleg levert hem of haar niets op. Een voorbeeld is het beoordelen van een audiogram door de kno arts, die hem gemaild wordt om te beoordelen of de patiënt zonder verwijzing toch een hoortoestel kan krijgen. Er zijn tal van mogelijkheden in de regio om hierover afspraken te maken met kno artsen, dermatologen, longartsen et cetera. Dit zou het aantal verwijzingen nog verder kunnen laten dalen. In juni is het Maas-<br />
ziekenhuis met de huisartsen van de regio in gesprek gegaan om dit soort samenwerkingsverbanden te exploreren en vorm te gaan geven”.</p>
<p><strong>“Wat kunnen we samen doen om de mensen gezond te houden?” </strong></p>
<p><em>De constatering van de heer Jung, dat de huisartsenzorg te veel productie gedreven is geworden en dat als gevolg hiervan patiënten te weinig spreektijd krijgen, herkent u dit fenomeen ook in de ziekenhuiszorg? </em></p>
<p>Terwijn: “Daarin zit herkenning. Het is inderdaad zo dat als een medisch specialist meer tijd neemt voor het gesprek met de patiënt, dat zijn agenda dan gaat knellen. Het is belangrijk dat de arts en de verpleegkundige de tijd krijgen om te doen wat ze vinden dat ze moeten doen; datgene wat aansluit bij de patiënt. Een manier daarvoor is het goede gesprek voeren, maar ook het kritisch bekijken op welke plek de zorg het beste geboden kan worden als het niet echt ziekenhuiszorg betreft. Bepaalde zorg kan bijvoorbeeld vanuit de<br />
thuiszorg geleverd worden. We moeten alleen die zorg toevoegen die echt nodig is”. Terwijn voegt toe: “We zoeken de samenwerking met de huisarts ook op, omdat we vanuit het gedachtengoed van Positieve Gezondheid gezamenlijk vaststellen dat in bepaalde situaties zorg bieden niet de oplossing is voor de inwoner. Soms is bijvoorbeeld een rol weggelegd voor de gemeente of werkgevers. Daarom zoeken wij ook naar samenwerking met deze partners. De vraag die steeds centraal staat is: “Wat kunnen wij gezamenlijk doen om de mensen gezond te houden en te zorgen dat ze ook zelf gezond willen blijven? Want dat zien wij als een kritische succesfactor. Als we ons gezamenlijk actiever inspannen om mensen gezond te houden, kunnen wij op de lange termijn de zorgvraag beter aan. Doen we dat niet, dan hebben we maatschappelijk een probleem. Er zullen dan te weinig zorgverleners beschikbaar zijn”.</p>
<p><em>Is naar jullie idee de verandering in de zorg vooral ingegeven door tekorten in de zorg? Tekort aan mensen en ook tekort aan middelen of speelt er meer en is het wat jullie betreft de weg die we moeten gaan?</em></p>
<p>Jung: “Ik weet niet of het de weg is die wij moeten gaan. Als ik voor mezelf spreek kan ik zeggen dat ik mijn drive weer gevonden heb en mijn werk weer met plezier doe en dat patiënten dit ook echt nodig hebben. Ook voor mijn collega’s in de praktijk geldt dat ze meer werktevredenheid ervaren dan in de oude situatie het geval was. Willen wij de huisartsenzorg overeind kunnen houden, dan zou dit zeker een goede manier kunnen zijn. Ik denk dat dit thema ook speelt in het ziekenhuis en in het sociale domein. Het werkplezier van artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis staat ook onder druk.”</p>
<p>Terwijn: “Oog hebben voor werkplezier en dat behouden is zeker belangrijk. Je wilt via je werk waarde kunnen toevoegen aan het dagelijks leven van mensen. Als wij dat vanuit onze intrinsieke motivatie kunnen doen levert dat voor iedereen een beter resultaat op. Bewoners kunnen dan als het nodig is goed terecht in het ziekenhuis en de wijkverpleegkundige voegt waarde toe als die langskomt et cetera. Als we deze lijn van zorgconsumptie echter doorzetten, dan zullen we uiteindelijk de zorgvraag niet aan kunnen. Van cruciaal belang is dat we naast onze eigen betrokkenheid voor het vak ons ook inzetten om de mensen zoveel mogelijk gezond te houden”.</p>
<p>“Een belangrijk thema voor het ziekenhuis is dus dat we niet alleen de zorg goed willen organiseren en op een nieuwe manier, zoals aan de hand van het gedachtengoed van Positieve Gezondheid. We willen ook samen onderzoeken wat we kunnen doen voordat mensen ziek worden en wat we in gezamenlijkheid daarin kunnen betekenen”, vult Terwijn aan.</p>
<p><strong>“De financiële schotten moeten bij elkaar gebracht worden.”</strong></p>
<p><em>Zoals aangegeven is een van de uitkomsten van de nieuwe werkwijze dat vanuit uw huisartsenpraktijk in Afferden 25% minder doorverwijzingen zijn gedaan naar het ziekenhuis. Wat is uw visie aangaande deze ontwikkeling? Vanuit het ministerie van VWS wordt al jaren ingezet op de zogeheten ‘afschaling’ van de zorg. Met deze werkwijze lijkt u een concrete stap te hebben gezet om deze doelstelling te realiseren. Hoe ziet u de rol van het ziekenhuis gegeven deze ontwikkeling?</em></p>
<p>Jung: “Toen wij in overleg met VGZ deze nieuwe werkwijze zouden gaan toetsen op haalbaarheid en andere aspecten in de business case, was nog niet duidelijk of het zou gaan werken. Op dat moment hebben wij nog niet overleg gehad met het Maasziekenhuis over dit project. Zoals er ook projecten zijn in het ziekenhuis die niet allemaal met ons worden afgestemd. Nu het echter wel zo blijkt te werken, dat er minder doorverwijzingen zijn, is het overleg met het ziekenhuis wel degelijk nodig. Anders lopen we het risico dat er een<br />
tegenbeweging ontstaat, die de behaalde resultaten teniet kan doen”.</p>
<p>Terwijn: “Als je het enkelvoudig schetst dan is het uiteraard zo dat bij minder doorverwijzingen het ziekenhuis dat merkt in financieel opzicht. Maar daarom is het zo belangrijk om deze ontwikkeling vanuit het bredere perspectief te beschouwen. Wij geloven namelijk ten<br />
zeerste dat bij ongewijzigd beleid wij op termijn de zorgvraag niet meer aankunnen. Het voorbeeld van Hans Peter verdient wat ons betreft dus navolging op zoveel mogelijk plekken binnen en buiten de zorg. We moeten er echter wel rekening mee houden dat de financiële schotten op dit moment daar nog niet in voorzien, die zouden op z’n minst bij elkaar gebracht moeten worden. We zullen namelijk een verschuiving van de inzet van mensen gaan zien, als we deze verandering op meer plekken doorvoeren”.</p>
<p>Terwijn illustreert: “Een mooi voorbeeld hiervan is dat een van onze kinderartsen recent bij een school is langs geweest om de kinderen en jongeren uitleg te geven over gezond gedrag. Thema’s die daarbij voorbijkomen zijn alcoholgebruik, roken, gezonde voeding et cetera. Onze overtuiging is dat als een kinderarts dat doet, dit heel anders overkomt bij jongeren dan wanneer een ouder of een docent dit zou doen. Wij doen dit omdat we zien dat mensen op steeds jongere leeftijd chronisch ziek worden. Door steeds vroeger de kinderen te informeren over gezond gedrag willen we een bijdrage leveren aan preventie”.</p>
<p><strong>Waarachtige aandacht is de kern </strong></p>
<p><em>Zouden we kunnen zeggen dat de kern van de nieuwe</em> <em>werkwijze voor de huisarts, en waar mogelijk ook</em> <em>in het ziekenhuis, is dat we de patiënt waarachtige</em> <em>aandacht geven? Lossen we de helft van het probleem</em> <em>op als we echte aandacht geven?</em></p>
<p>Terwijn: “Dat zou ik niet zo kunnen zeggen, daar is mij ook geen onderzoek over bekend. Wat ik echter wel geloof is dat als we ons werk goed willen doen, aandacht geven een belangrijk element is. Dat begint al meteen op het moment dat de patiënt in het ziekenhuis komt en de arts zijn of haar patiënt in veel gevallen bij naam weet te herkennen, dat we met aandacht naar de zorgvraag luisteren. Maar aandacht is ook dat wanneer wij de zorg aan de patiënt geleverd hebben, dat we deze patiënt weer zorgvuldig overdragen aan de huisarts. Aandacht is dat de patiënt erop kan vertrouwen dat wanneer hij contact opneemt met de huisarts, alles tijdig bekend is over de zorg die vanuit het ziekenhuis is geleverd”.</p>
<p>Jung: “Aandacht is inderdaad de kern, omdat je daarmee de vraag achter de vraag kunt horen. In enkele gevallen staat namelijk de zorgbehoefte niet gelijk aan hetgeen de patiënt denkt nodig te hebben. Aandacht en tijd creëren de ruimte om te kunnen doen wat echt nodig is. Positieve Gezondheid geeft ons daarbij kansen om de vraag breder te beschouwen dan strikt de medische context. We zijn als sector erg gericht op het aanbod wat wij beschikbaar hebben, echter sluit de vraag van een patiënt niet altijd hierop aan. Wij moeten dan niet proberen het ene toch op het andere aan te laten sluiten maar juist onderzoeken wat we kunnen doen om ervan te leren en het aanbod te verrijken”.</p>
<p>Terwijn vult aan: “Een mooi voorbeeld komt uit onze omgeving, waarin een vrouw vaak bij de huisarts kwam met onduidelijke klachten. Na goed doorvragen van de huisarts bleek dat de vrouw stress had vanwege het feit dat ze steeds haar dochter naar school moest brengen omdat de dochter niet kon fietsen en daardoor de moeder steeds te laat op werk kwam. In overleg met de gemeente is er toen door de gemeente een fiets aangeschaft, heeft zij leren fietsen en kon haar moeder daarna gewoon op tijd naar werk. Haar klachten zijn daarna ook verdwenen. Mijn rol binnen Pantein is om mogelijk te maken dat ook onze artsen en verpleegkundigen die tijd krijgen, om dezelfde ruimte te creëren en de behoefte van onze patiënten goed in te schatten”. De volgende stap: regionale financiering! In de pilot van Hans Peter Jung is het mogelijk geweest om samen met de zorgverzekeraar een aangepaste financiering te realiseren voor de vergoeding, zodat u meer (spreek)tijd kon besteden aan de patiënt en het zelfs mogelijk was een extra huisarts te betrekken. Denkt u dat dergelijke wijzigingen in de financiering van de zorg ook nodig zijn in andere plaatsen van het zorgsysteem, bijvoorbeeld in het ziekenhuis?</p>
<p>Terwijn: “Ik denk dat het profiel van het ziekenhuis gaat veranderen. De mensen die nu niet meer naar het ziekenhuis komen, omdat ze niet meer worden doorverwezen, maken het mogelijk dat bepaalde zorg uitgebreid kan worden, zoals electieve zorg. Chronische zorg zal meer vanuit het ziekenhuis naar thuis verschuiven. In de gezamenlijkheid van de financiën zal dit ruimte moeten krijgen. Ziekenhuispersoneel zal naar mijn idee altijd nodig blijven, maar onze zorgprofessionals hoeven de benodigde zorg in dat geval niet altijd binnen de muren van het ziekenhuis te leveren”.</p>
<p>Terwijn voegt toe: “Een ander voorbeeld in dit kader is dat wij binnen het ziekenhuis een communicatie App inzetten waarbij patiënten rechtstreeks met hun specialist kunnen communiceren, vergelijkbaar als whats-app. Het blijkt op verschillende manieren veel op te leveren: a) de patiënt hoeft niet eerst te bellen om te zien wanneer een afspraak gemaakt kan worden, b) in veel gevallen blijkt het niet altijd nodig te zijn dat de patiënt ook daadwerkelijk langskomt en c) de specialist krijgt meer ruimte voor de patiënten, die wel naar het ziekenhuis moeten komen. De aandacht op deze manier werpt dus ook vruchten af. Maar door deze wijze van werken verlagen we ook ons werkvolume en daarom is het nodig dat de zorgverzekeraar de financiering regelt voor de gehele regio. De zorgverlenende partijen kunnen dan zelf in goed overleg af- stemmen hoe de zorg voor de regio het beste geregeld kan worden. Zo zetten we de financiële prikkels in de goede richting. Financiering op basis van een gezonde regio!”. Jung: “Een tweede manier om richting regio financiering te gaan is om als huisartsen en streekziekenhuis gezamenlijk op te gaan trekken bij gesprekken met de preferente zorgverzekeraar. Dan is belangrijk gezamenlijk meerjarige afspraken te gaan maken op basis van inhoud en kwaliteit, waarbij zinnige zorg op de juiste plek plaats kan vinden. Ook de gemeenten zullen hierbij betrokken moeten worden. In september heeft hierover een overleg plaatsgevonden met de NZa, de landelijke huisartsenvereniging, het Maasziekenhuis en de huisartsen in aanwezigheid van twee gedeputeerden van de provincie Limburg, die dit proces graag zouden willen ondersteunen”.</p>
<p>Terwijn: ‘Hans Peter geeft dit uitstekend weer. Er is een steeds nauwere samenwerking tussen huisartsen en specialisten langs de lijn van patiëntgroepen. Hierdoor lukt het ons goed om de zorgverlening op elkaar af te stemmen. Huisartsen en specialisten kunnen elkaar makkelijk vinden voor het overdragen van zorg of meekijken bij de zorgverlening. Door deze korte lijnen stemmen we goed af, vullen we elkaar aan en sluiten we zo goed mogelijk aan op de behoeften in de regio. Doordat we steeds breder kijken, ook bijvoorbeeld met gemeenten werken we ook preventief en zetten we samen mooie stappen voor een regionale kijk op gezondheid”.</p>
<p><em>Is er nog een specefieke &#8216;call ro action&#8217; richting de politiek, overheid en/of onze overige lezers, die u rond dit thema op deze plaats zou willen doen? Zijn er bijvoorbeeld enkele knelpunten te benoemen waar hulpverleners en/of beleidsmakers tegenaan lopen? En hebben jullie mogelijk aanknopingspunten hoe met deze knelpunten om te gaan?</em></p>
<p>Jung: “Vanuit onze praktijk hebben wij een concreet plan, waarbij wij de besparingen die wij in de tweede lijn voor de zorgverzekeraar hebben gerealiseerd met de nieuwe werkwijze, 350.000 euro, graag zouden investeren als ‘shared savings’ in het welzijnsdomein. In dat kader hebben wij 18 juni jl. een bezoek gehad van minister Bruno Bruins, aangevuld met de directeur van VGZ, Pauline Terwijn, directeur van het Maasziekenhuis en de wethouder van de gemeente Bergen. Wij willen deze ambitie samen met de gemeente en<br />
ziekenhuis vormgeven”.</p>
<p>Terwijn: “Wij doen vol mee in deze ambitie. Daarnaast is mijn oproep dat waar we in onze regio al zoveel bereiken met mensen die dezelfde gerichtheid hebben, dat we nu de volgende stap zetten en ook de financiering in de regio gezamenlijk afstemmen. Mijn oproep is dus naar de zorgverzekeraar dat onze regio zich bij uitstek leent om deze financiering regionaal aan te pakken. Laten we dit nu echt doen!”.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong><em>Dit bericht komt uit het VOZ magazine van 2018 met de titel van ZZ naar GG. </em></strong></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/dubbelinterview-pauline-terwijn-en-hans-peter-jung/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">18699</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Gezond leven is geen straf maar een feestje; de kunst van agendasetting.</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/gezond-leven-is-geen-straf-maar-een-feestje-de-kunst-van-agendasetting/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=gezond-leven-is-geen-straf-maar-een-feestje-de-kunst-van-agendasetting</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/gezond-leven-is-geen-straf-maar-een-feestje-de-kunst-van-agendasetting/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Zorgcommunity Redactie]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 11 Jun 2019 09:11:50 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Home Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://zorgcommunity.com/?p=18466</guid>

					<description><![CDATA[Hans de Goeij gaat in gesprek met straatssecretaris Paul Blokhuis van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport. Dit intervieuw is afkomstig uit het VOZ magazine uitgave 'Van ZZ naar GG'. ]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>VOZ Magazine spreekt met Staatssecretaris Blokhuis van het ministerie van VWS over preventie en de wegen om het verschil te gaan maken. Preventie wat leidt tot meer gezondheid en welzijn wordt door velen onderschreven, maar hoe kom je nu sneller bij dat doel? Blokhuis heeft een scherpe visie daarop, probeert slimme en eigentijdse verbindingen te leggen met andere domeinen en partijen binnen en buiten het publieke domein. Hij bouwt door op wat al bereikt is. Hij is gedreven om ruimte te zoeken én te nemen, om het nog niet gerealiseerde sneller en dichterbij te brengen. Oude wijn in nieuwe zakken? Of echt een keerpunt in de lange geschiedenis van de volksgezondheid van nu en de toekomst?</p>



<p><span id="more-18466"></span></p>



<p><em>De overbodige openingsvraag stel ik toch maar: preventie is onderdeel van uw portefeuille. Waarom is preventie zo belangrijk voor het departement dat vooral met de gezondheidszorg bezig is?</em></p>



<p>Blokhuis: “Sterker nog, het is het departement van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Als je kijkt naar de 4 jaarlijkse toekomstverkenningen van het RIVM dan zie je dat Nederland het relatief best goed doet op het terrein van gezondheid en zorgstelsel en dat we mondiaal in de top zitten. Het gaat dus heel goed, maar er is ook nog een flink aantal lastige, hardnekkige punten. Het RIVM brengt goed in beeld waar de grootste schadelastpunten zitten qua aandeel van de zorgkosten, maar ook in gezondheid en levensvreugde van mensen. Als we niet meer aan de voorkant van de zorg gaan zitten, lopen we nog grotere risico’s. Ik noem alleen maar de schade, ellende en overlast door roken en overgewicht”.</p>



<p><strong>“Wij hebben een dure maatschappelijke plicht.”</strong></p>



<p>Blokhuis gaat verder: “Maatschappelijk en in de persoonlijke levenssfeer. 20.000 doden door roken, wat moet ik nog meer zeggen dan dit feitelijke getal nog afgezien van het persoonlijk leed en verloren levensjaren en gemiste levenskwaliteit? Dat kunnen we niet onaangeroerd voorbij laten gaan. Daarnaast weten we ook dat toenemend overgewicht enorm effect heeft op hoe vaak mensen problemen krijgen met diabetes II en hart- en vaatziekten. Dit kabinet maakt echt een heel nieuwe beweging. We leggen veel meer nadruk op het voorkomen van gezondheidsproblemen. Dat doen we op allerlei manieren. Bijvoorbeeld door het mogelijk te maken dat de zogenaamde Gecombineerde Leefstijl Interventie nu in het zorgverzekeringspakket zit. Maar ook met alle nieuwe plannen in het Nationaal Preventieakkoord – over het tegengaan van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik &#8211; die in oktober het licht zullen zien. De vrijblijvendheid gaat er af”.</p>



<p><em>Hoeveel steun ervaren jullie voor deze koerswijziging op preventiegebied?</em></p>



<p>Blokhuis: “Laat ik benadrukken dat eerdere kabinetten hier ook op stuurden. Maar dit kabinet kon daardoor een stap verder zetten en wij worden daarin gesteund door een brede maatschappelijke beweging. Alles is Gezondheid&#8230; is zo’n beweging, waarin partijen afspraken maken om gezamenlijk acties te ondernemen. Zij brachten en brengen een beweging op gang die moet leiden tot een gezonder en vitaler Nederland”.</p>



<p><strong>Breed gedragen beleid intensiveren</strong></p>



<p>Blokhuis: “Maar ook GGD Nederland, de SER en anderen drukken nu heel hard op meer investeren in preventie, de voorzorg. En dat heeft er ook toe geleid dat de onderhandelaars bij het huidige regeerakkoord aangaven dat er veel meer werk van gemaakt moet worden”. “Het is in ieder geval een beweging in de goede richting. We willen met onze speerpunten de mensen ondersteunen de goede keuzes te maken. Die speerpunten zijn niet roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Veel mensen zien door de bomen het bos niet meer. We willen de mensen faciliteren bij het makkelijker maken van bewuste en goede keuzes. En dan kunnen we ze helpen door in ieder geval al in de producten modificaties aan te brengen, waardoor zout en suiker sterk dalen. Albert Heijn bijvoorbeeld neemt nu zelf initiatieven bij de eigen pizza’s, die met minder zout dan de andere bekende producenten wordt gemaakt. Daarnaast gaan ze de komende jaren naar eigen zeggen 1 miljard minder suikerklontjes in hun producten stoppen”, geeft Blokhuis aan.</p>



<p><em>U bent dus heel expliciet in wat het kabinet wil en hoe u dat aanvliegt!</em></p>



<p>Blokhuis: “Ja dat klopt, we zijn als bewindslieden ingehuurd om met agendasetting bezig te zijn. Ik zie bij de drie thema’s van het preventie-akkoord overigens dat we soms als overheid links en rechts worden ingehaald. Als men mij vraagt wat ik ervan vind om de energiedrankjes onder een bepaalde leeftijd te verbieden en ik ben wat voorzichtig, word ik de week erna ingehaald door Aldi en Lidl die er gewoon beleid van maken en het niet meer gaan verkopen onder die leeftijdsgrens. Dat zijn mooie bewegingen. Nu is het zaak om van die grote hoeveelheid individuele initiatieven een grote beweging te maken die de hele samenleving raakt”.</p>



<p><em>Het beleid is dus gestoeld op “en de peen,</em> <em>en de preek en de zweep”. Instrumenten</em> <em>die de overheid kan gebruiken bij het</em> <em>bevorderen van het gezonde en bewuste</em> <em>gedrag. De peen van het voorlichten en</em> <em>verleiden, de preek als wat duwend en</em> <em>directief richting geven en leiden en</em> <em>de zweep als metafoor voor geboden en</em> <em>verboden.</em></p>



<p>Blokhuis: “Dat vind ik een mooie beeldspraak, maar ik wil direct daaraan toevoegen dat ik zoveel mogelijk met die ‘peen’ wil werken. Mensen verleiden de goede keuzes te maken. Die zweep kan ook op tafel komen maar het hoeft niet. Als producenten bijvoorbeeld zelf verregaande stappen nemen om hun producten gezonder te maken door minder suiker toe te voegen aan de producten”.</p>



<p>“Dat debat voeren we dus ook met de maatschappelijke partners. Met de vraag welke stappen men bereid is te zetten en welke niet. Ik kan het beleidsinstrumentarium dan aanvullend inzetten waar het moet. En producenten hoeven in de concurrentie onderling geen schade te lijden als ze allemaal zelf de producten zo aanpassen dat er sprake is van aanzienlijke gezondheidswinst. Het speelveld is dan voor een ieder hetzelfde.</p>



<p><strong>Eigen verantwoordelijkheid, gelijk speelveld</strong></p>



<p><em>Hoe verleiden jullie dan producenten van</em> <em>genotsmiddelen, dranken en voeding?</em></p>



<p>Blokhuis: “Wij hebben ook het goede voorbeeld van Lidl gezien rond het stoppen van verkoop tabaksproducten uiterlijk 2022. In Nederland is het de eerste supermarkt die dat besloten heeft, om in alle filialen het niet meer in het schap te hebben. Dat was voor mij de trigger de andere grotere bedrijven uit te nodigen en te vragen: ‘Wanneer gaan jullie dat doen, het goede voorbeeld volgen? Het is niet meer van deze tijd om tabak te verkopen. Ik kijk met grote interesse naar bijvoorbeeld IJsland waar de jongeren zeggen: roken is niet van deze tijd. Roken is voor oude mensen, het is totaal niet cool”.</p>



<h2 class="wp-block-heading"><em><strong>“Gezond eten en gezond leven moeten we niet zien als een straf maar juist ook als een vehikel om gelukkig te worden.” &#8211; Blokhuis</strong></em></h2>



<p><em>Maar nu de verbinding van preventie</em> <em>met zorg, welzijn en andere domeinen?</em></p>



<p>Blokhuis: “Natuurlijk is preventie om meer gezondheid en gezondheidswinst te boeken niet het exclusieve domein van mijn portefeuille of van dit departement. Zo is er vanaf 2019 meer ruimte voor preventieve gezondheidszorg vanuit het basispakket van de zorgverzekering. Huisartsen kunnen mensen met een gezondheidsrisico door overgewicht verwijzen naar een zogenaamde gecombineerde leefstijl interventie (GLI). Aanbieders van een GLI-programma kunnen de kosten daarvan declareren bij de zorgverzekeraar. Mijn collega minister Bruins voor Medische Zorg en ik verwachten hiermee dat meer aandacht voor preventie zal leiden tot minder beroep op andere vormen van zorg en meer participatie”.</p>



<p><strong>Zoeken en aangaan slimme verbindingen</strong></p>



<p>Blokhuis: “Wij kijken niet alleen binnen de muren van dit departement. Nederlanders worden steeds ouder, de jaren in gezondheid nemen toe, maar de verschillen tussen mensen met een hoge opleiding en inkomen versus mensen met een lage opleiding en laag inkomen zijn hoog: ongeveer 15 jaar aan gezonde levensjaren. Dat verschil wil ik verkleinen. Dat is al een gevecht van vele jaren, en links en rechts is daar breed draagvlak voor. Het is dus zeker niet alleen een feestje van VWS, maar ook van overige beleidsdomeinen en bewindslieden van andere departementen”. Blokhuis vervolgt: “Zo werk ik bijvoorbeeld op het terrein van de schuldhulpverlening<br />samen met staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De mensen die daar mee te maken hebben, roken bijvoorbeeld meer dan gemiddeld en hebben vaker dan gemiddeld te maken met overgewicht. Dus dan is het goed om juist vanuit verschillende beleidsterreinen samen op te trekken voor deze mensen. Als het ons lukt om mensen gezonder te laten leven, heeft dat ook invloed op hoe ze kunnen meedoen in de samenleving.”</p>



<p><strong>Feest, geen straf</strong></p>



<p>Blokhuis sluit desgevraagd af met: “Gezond eten en gezond leven moeten we niet zien als een straf maar juist ook als een vehikel om gelukkig te worden. Dat ligt heel dicht ook bij mijzelf. Korter kan ik het eigenlijk niet zeggen. Of nee, ik kan het nog korter zeggen: gezond leven is geen straf maar een feestje!”.</p>



<h3 class="wp-block-heading"><strong>Achtergrond informatie:</strong></h3>



<p><strong>Drs. Paul Blokhuis (1963) </strong>is vanaf oktober 2017 Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het kabinet-Rutte III. Hij is belast met onder andere de portefeuilles preventie, geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijk opvang en de maatschappelijke diensttijd.</p>



<p>Tekst: Hans de Goeij. Fotografie: Marcel Israel</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/gezond-leven-is-geen-straf-maar-een-feestje-de-kunst-van-agendasetting/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">18466</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Aan het woord: Barbara van Ede van UMC Utrecht</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-barbara-van-ede-van-umc-utrecht/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=aan-het-woord-barbara-van-ede-van-umc-utrecht</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-barbara-van-ede-van-umc-utrecht/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jet Dingemans]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 22 Mar 2019 08:00:19 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[uitgelicht]]></category>
		<category><![CDATA[UMC Utrecht]]></category>
		<category><![CDATA[verpleegkundigen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=10135</guid>

					<description><![CDATA[Barbara van Ede is medium care vepleegkundige bij het UMC Utrecht. In dit interview vertelt ze over werken in de zorg, de uitdagingen in de zorgsector en haar visie op de toekomst van zorg.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>INTERVIEW // Wat vinden jullie van de Nederlandse zorgsector? Om daar achter te komen gaan we het gesprek aan met professionals op verschillende posities en uit verschillende sectoren in de zorg. Barbara van Ede is Medium Care Verpleegkundige bij het UMC Utrecht. In dit interview vertelt ze over werken in de zorg, de uitdagingen in de zorgsector en haar visie op de toekomst van zorg.</p>



<p><strong>‘Vechten tegen de realiteit verlies je altijd’ &#8211; met andere woorden: het heeft geen zin om je druk te maken over dingen waar je geen invloed op hebt.</strong></p>


<div style="background-color: #fff7ff; padding: 5px; margin: 10px; border: 1px solid #CDC7CB;">Het UMC Utrecht is een Academisch Ziekenhuis verbonden aan de Universiteit Utrecht. Hierbij ligt de focus op patiëntenzorg, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs binnen zes speerpunten: hersenen, infectie &amp; immunologie, hart &amp; vaten, kanker, regeneratieve geneeskunde en kindzorg. In het UMCU werken meer dan 11.000 mensen, waaronder bijna 1900 verpleegkundigen en verzorgenden.</div>


<h2 class="wp-block-heading"><strong>Kiezen voor de zorg</strong></h2>



<div class="wp-block-image"><figure class="alignleft is-resized"><img decoding="async" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/03/Barbara-cover-1-e1553185617149.jpg" alt="Barbara van Ede - verpleegkundige" class="wp-image-10270" width="201" height="247" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/03/Barbara-cover-1-e1553185617149.jpg 488w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/03/Barbara-cover-1-e1553185617149-244x300.jpg 244w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/03/Barbara-cover-1-e1553185617149-300x369.jpg 300w" sizes="(max-width: 201px) 100vw, 201px" /></figure></div>



<p>‘Rond mijn zestiende wist ik echt niet wat ik wilde worden. Na heel veel dingen weggestreept te hebben bleef de zorg nog over als optie. Ik wist toen niet echt goed waar ik voor koos, maar had al snel door dat het een goede keuze was. Dat heb ik ook zeker te danken aan mijn moeder, zij heeft me gestimuleerd om de zorg in te gaan. Ik werk nu alweer twintig jaar op dezelfde afdeling: mediumcare neurologie/neurochirurgie van het UMCU. Op onze mediumcare is er plaats voor acht patiënten. De patiënten die ik verzorg op de mediumcare zijn vaak instabiel, zorgzwaar en hoogcomplex. Hersenbloedingen, herseninfarcten, hersentumoren, (neuro)trauma’s, epilepsie, dwarsleasie zijn voorbeelden van ziektebeelden die we vaak tegenkomen. Hoe hoogcomplex de zorg ook is die ik verleen aan patiënten, toch krijg ik de meeste energie en voldoening van de persoonlijke verzorging. Zodat familieleden door alle slangetjes, draadjes en apparatuur heen hun geliefde blijven zien. Ik vind het belangrijk om zo snel mogelijk de patiënt hun eigen kleding weer aan te trekken. Eigen kleding, eigen toiletspullen, eigen luchtje op: alles om patiënten zichzelf weer een beetje mens te laten voelen. Het mooiste aan werken in de zorg vind ik dat geen dag hetzelfde is en je altijd met mensen werkt. Minder mooi is dat het lichamelijk zwaar is en je ook vaak nachtdiensten werkt.’</p>



<h3 class="wp-block-heading"><strong>Waar moeten we naartoe in de zorgsector?</strong></h3>



<p>‘De zorgorganisatie van de toekomst zal in mijn dromen meer geleid worden van binnenuit in plaats van van buitenaf. Dus minder bemoeienissen van zorgverzekeraars en meer gestuurd door gedreven, betrokken en kundige mensen. Ook hoop ik dat verpleegkundigen veel meer zullen doordringen in bestuursfuncties. Als het gaat over het terugdringen van curatieve zorg en de focus op preventie zie ik zeker een taak weggelegd voor verpleegkundige specialisten. Zij hebben vaak iets meer tijd per patiënt die ze zien op de poli. Daardoor kunnen ze beter inspelen op eventuele problemen. Aan het verlagen van de kosten zou minder bureaucratie bijdragen, maar ook minder verspilling van spullen! Als je ziet wat er bij ons op de afdeling weggegooid wordt dan schrik je…’</p>



<p>‘Twee jaar geleden schreef ik een blog met de titel ‘<a target="_blank" href="https://zalmeeenzorgzijn.blogspot.com/" target="_blank" rel="noreferrer noopener">Waarom verpleegkundigen zo veel achter de computer zitten</a>’, die werd heel goed opgepikt door social media. Een jaar later deed ik mee met Hacking Health waar ik het probleem Registratielast aan de orde stelde in het UMCU. In de jury zat een lid van de Raad van bestuur en zij beloofde dat het verminderen van registratielast hoog op de agenda zou komen te staan in 2018. Intussen wordt er binnen het UMCU hard gewerkt om de registratielast aan te pakken. Er is een projectgroep Zinvolle registratie in het leven geroepen en er wordt nu zelfs landelijk overlegd tussen verschillende ziekenhuizen om van elkaar te leren. Alhoewel ik goed begrijp dat het belangrijk is om goede wet- en regelgeving te hebben, merk ik ook dat we hier in Nederland wat doorslaan naar het Amerikaans systeem van “alles dicht willen timmeren” om bij voorbaat al sterk te staan bij een eventuele rechtszaak. Vooral de plicht om een goede verslaglegging te hebben is er zo eentje. Ik zou, in het kader van het terugdringen van registratielast, dolgraag alle overbodige, overdreven checklisten, vinkjes en scorelijsten de prullenbak in doen.’</p>



<h4 class="wp-block-heading"><strong>Uitdagingen en dromen</strong></h4>



<p>‘Door vraag en aanbod beter op elkaar te laten aansluiten valt ook nog veel winst te behalen. Neem bijvoorbeeld de verpleeghuiszorg: in de toekomst zullen er veel meer ouderen langer intensieve zorg nodig hebben. Alleen als er genoeg opgeleide verzorgenden en verpleegkundigen zijn om die taken goed te doen, kun je kwaliteit leveren. Technologie, innovaties, e-health, allemaal heel mooi en zeker ook een verrijking voor ons vak, maar verplegen en verzorgen is allereerst mensenwerk. Ik verwacht dat de zorgrobot in de toekomst misschien wel ingeburgerd raakt. Maar of ik, als ik straks oud en grijs ben en in een verpleeghuis woon, blij zal worden van een robot die me naar het toilet brengt? Ik denk het niet.’</p>



<p>‘We hebben al jaren te kampen met personeelstekorten en financiële tekorten. Dus de grootste uitdaging voor ons is eigenlijk om gemotiveerd blijven! Door het samenvoegen van verschillende zorglijnen binnen neurologie werken we naar een gezondere toekomst toe. Bij deze reorganisatie hoort ook een verbouwing waarbij twee mediumcare afdelingen bij elkaar worden gebracht. Momenteel zijn we al samengevoegd, maar in een naar verhouding veel te kleine en verouderde ruimte. We kijken allemaal uit naar een splinternieuwe mediumcare. Waarschijnlijk is het een kwestie van een lange adem en proberen de motivatie vast te houden.’</p>



<p>‘Ooit zou ik op onze neurologie-afdeling heel graag een ruimte willen hebben om te oefenen en trainen met de patiënten. Het is voor de revalidatie van neurologiepatiënten van groot belang om zo snel mogelijk te beginnen met oefenen en revalideren. In mijn dromen zie ik een grote ruimte waarin patiënten bijvoorbeeld op grote schermen en met 3D-beeld hun been- en armfuncties kunnen trainen.’</p>



<p>Ik hoop dat medewerkers zich in de toekomst sneller aangesproken voelen en zich verantwoordelijk (gaan) voelen voor hun eigen ontwikkeling. Vroeger werden er bijvoorbeeld cursussen of lesdagen georganiseerd en daar werd je toe ‘verplicht’ door je werkgever. Nog altijd zijn er verplichte cursussen, maar op de hoogte blijven van veranderingen in je vak is ook een eigen verantwoordelijkheid. Het is trouwens ook veel leuker en leerzamer om vanuit eigen interesse een cursus of scholing te doen.&#8217;</p>



<h3 class="wp-block-heading"><strong>Welk advies geef je de minister en de Secretaris-Generaal van VWS?</strong></h3>



<p>‘Blijf vooral in nauw contact staan met jullie doelgroepen. Luister goed naar verpleegkundigen en neem hun mening serieus…En volg mij op twitter! ;)’</p>



<h4 class="wp-block-heading"><strong>Dit inspireert Barbara</strong></h4>



<p>Ik luister graag naar verschillende TEDtalks, sprekers of podcasts. Een favoriet van mij is Percy Tienhooven. Percy volg ik al een tijdje via social media (nu voornamelijk youtube). Hij is geboren met een handicap door een syndroom en ondervindt daar dagelijks hinder van. Toch ken ik geen positiever persoon dan Percy. Zijn positiviteit, instelling en levenslust werken op mij altijd heel inspirerend.</p>



<figure class="wp-block-embed-youtube wp-block-embed is-type-video is-provider-youtube wp-embed-aspect-16-9 wp-has-aspect-ratio"><div class="wp-block-embed__wrapper">
<iframe title="Hoe Buiten de Boot Vallen Je Leven Kan Redden" width="900" height="506" src="https://www.youtube.com/embed/I6VdhnVNazA?feature=oembed" frameborder="0" allow="accelerometer; autoplay; clipboard-write; encrypted-media; gyroscope; picture-in-picture; web-share" referrerpolicy="strict-origin-when-cross-origin" allowfullscreen></iframe>
</div></figure>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-barbara-van-ede-van-umc-utrecht/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>3</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">10135</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Aan het woord: Mark Vervuurt van ASVZ</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-mark-vervuurt-van-asvz/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=aan-het-woord-mark-vervuurt-van-asvz</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-mark-vervuurt-van-asvz/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jet Dingemans]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 18 Feb 2019 08:00:07 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[ASVZ]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=9305</guid>

					<description><![CDATA[INTERVIEW // Wat vinden jullie van de Nederlandse zorgsector? Om daar achter te komen gaan we het gesprek aan met professionals op verschillende posities en uit verschillende sectoren in de [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>INTERVIEW // Wat vinden jullie van de Nederlandse zorgsector? Om daar achter te komen gaan we het gesprek aan met professionals op verschillende posities en uit verschillende sectoren in de zorg. Mark Vervuurt is orthopedagoog/GZ-psycholoog en projectleider eHealth bij ASVZ. In dit interview vertelt hij over werken in de zorg, de uitdagingen in de zorgsector en zijn visie op de toekomst van zorg.</p>
<p>&nbsp;</p>
<div style="background-color: #fff7ff; padding: 5px; margin: 10px; border: 1px solid #CDC7CB;">
<p style="padding-left: 30px;">ASVZ is een organisatie voor zorg- en dienstverlening aan mensen met een verstandelijke beperking. Meer dan 5000 medewerkers zetten zich samen met ruim 1200 vrijwilligers in voor ongeveer 5000 cliënten. Dat kunnen (jong) volwassenen zijn, ouderen, kinderen of het hele gezin.</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>‘Om iets los te laten moet je het eerst echt vastpakken.’</strong></p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class=" wp-image-9310 alignright" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/02/Mark-Vervuurt-ASVZ-268x300.jpg" alt="Mark Vervuurt ASVZ interview" width="280" height="313" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/02/Mark-Vervuurt-ASVZ-268x300.jpg 268w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/02/Mark-Vervuurt-ASVZ-768x861.jpg 768w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/02/Mark-Vervuurt-ASVZ-913x1024.jpg 913w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/02/Mark-Vervuurt-ASVZ-2000x2242.jpg 2000w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/02/Mark-Vervuurt-ASVZ-1600x1794.jpg 1600w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/02/Mark-Vervuurt-ASVZ-300x336.jpg 300w" sizes="auto, (max-width: 280px) 100vw, 280px" />‘Ik maakte de keuze voor de zorgsector al in 1990. Het werken als behandelaar – destijds creatief therapeut – is een hele boeiende baan. Ik mag even meelopen in het levensverhaal van mensen en kan daar zelfs een beetje in regisseren. Werken in de zorg geeft de gelegenheid om in direct contact, betekenisvol met mensen te werken. Daarin groei je ook persoonlijk, door de feedback die je altijd krijgt in de ontmoeting. Het is complex en geen dag is hetzelfde. Zo gaf iemand die ik in behandeling had me bij afsluiting spontaan een ferme omhelzing en zei: ‘dank je broeder’. Het was een man die bij het eerste gesprek zei: ik durf geen contact aan en al zeker niet met mannen.’</p>
<p>‘Minder mooi aan de zorg is dat het op grote lijnen op organisatie- en maatschappijniveau soms erg lang duurt voor er daadwerkelijk veranderingen plaatsvinden. Dat heeft te maken met een natuurlijke weerstand tegen verandering bij mensen in het algemeen, maar vooral met een nog steeds te beheersmatige insteek vanuit de wetgever. Men zou veel meer moeten vertrouwen op de professionaliteit van zorgverleners, inhoudelijke verantwoording en de kracht van oplossingen. Dan kan volgens mij enorm bespaard worden op bureaucratie en regelwerk. Nu zijn hele afdelingen opgetuigd bij zorgorganisaties om de ingewikkelde en verschillende voorwaarden van zorgindicaties van gemeentes, zorgkantoor en zorgverzekeraar te behappen. En in de praktijk blijkt dat het zelfs dan nog vaak misgaat, omdat het hele indicatie- en verantwoordingsproces veel te ingewikkeld en complex is gemaakt. Verschrikkelijk.’</p>
<h4><strong>Actueel in de sector en bij ASVZ</strong><strong> </strong></h4>
<p>‘Momenteel kom ik in mijn sector de thema’s positieve psychologie en de kracht van relaties veel tegen. Daarnaast is er ook meer aandacht voor richtlijnen – ontwikkeld vanuit gedegen ervaring – die houvast geven bij de over het algemeen hele complexe problematiek. Wanneer ik vooruit kijk naar de komende jaren zal een van de grootste uitdagingen zijn om alle mooie initiatieven die we hebben op gebied van zorgtechnologie ook daadwerkelijk beter met en op de werkvloer geïmplementeerd te krijgen. De visie op digitale inclusie is dan niet alleen mooi om naar te kijken op papier, maar echt voelbaar en zichtbaar.’</p>
<p>‘Bij ASVZ hebben we al een aantal mooie innovatieprojecten doorgevoerd in de afgelopen tijd. Zo hebben we een makkelijke uitleen van zorgtechnologie opgezet voor laagdrempelige praktische digitale inclusie – met meer dan 200 middelen. Ten behoeve van de eigen regie van cliënten zetten we ook informatieschermen in, wat we dit jaar opschalen naar 30% van de ruim 300 woningen. Ook kunnen cliënten 24/7 een beroep doen op begeleiding via beeldzorg. De kennis en expertise van medewerkers, cliënten en andere betrokkenen over toepassingen zorgtechnologie groeit sterk en maakt minder afhankelijk van de leverancier. Cliënten en medewerkers maken al goed gebruik van de mogelijkheden we krijgen enthousiaste reacties. We staan, in samenwerking met expertisenetwerk e-LVB, aan de start van de ontwikkeling van een app voor het bevorderen van gezondheid bij mensen met een licht verstandelijke beperking en hun begeleiders. Met als uitgangspunt de positieve psychologie. Ik kijk heel erg uit naar deze toepassing, het wordt een praktische laagdrempelige aanpak en richtlijn ineen.’</p>
<h4><strong>De toekomst van zorg</strong></h4>
<p>‘We kunnen in de Nederlandse zorg nog veel winst behalen op het gebied van kwaliteit door samenwerking van verschillende expertises en sectoren meer te faciliteren en door vertrouwen en inhoudelijke professionaliteit voorop te stellen! De organisatie van de toekomst kenmerkt zich volgens mij als een soort gemeenschap, waarin ieders talenten en mogelijkheden veel nadrukkelijker tot uitdrukking komen in groei naar anders. Gelijkwaardige samenwerking en kennisdeling (in plaats van aanbodgericht werken) staan dan voorop en zorgtechnologie kan dat ondersteunen. Ik verwacht vooral veel van online platforms en de inzet van gebruiksvriendelijke software en hardware waardoor samenwerking en communicatie steeds laagdrempeliger worden en beter passen bij de mogelijkheden van betrokkenen.’</p>
<p>‘We gaan naar steeds meer participatie en gelijkwaardigheid, waarbij de menselijke maat centraal staat. Zorg vindt plaats in samenspraak, waarbij de regie meer bij de cliënt ligt. Dan sluit je beter aan op de werkelijkheid en het vermogen van de cliënt. Hier schreef ik ook <a target="_blank" href="http://www.markvervuurt.nl/boek/boek.html">een boek</a> over. Door professionals meer ruimte te geven voor samenwerking (zoals door intervisie) en kennisdelen, krijg je ook een beter beeld. Betrek daar ook hogescholen en universiteiten bij om dit te ondersteunen, waarbij zij op hun beurt weer leren van de actuele praktijk. Ook goede monitoring van ingezette zorg is nodig. Dan kun je namelijk leren van de geschiedenis van een zorgtraject. En dan bedoel ik ook monitoring van jezelf als professional, dus maak tijd voor zelfreflectie en ethische gesprekken. Leren doe je een leven lang!’</p>
<h4><strong>Advies aan de minister en de Secretaris-Generaal van VWS</strong></h4>
<p>‘Alle verschillende wetten ten aanzien van langdurige zorg (WLZ), begeleiding (WMO) en zorgverzekeringswet leveren veel gedoe en bureaucratie op. Hoe moeten we dat anders aanpakken? Dat is ingewikkeld, maar in ieder geval moet het uitgangspunt zijn: een open en inhoudelijke blik op kwaliteit (en zin) van leven van een mens en wat daarvoor nodig is. Als je meer zelfkennis hebt en inzicht in je eigen vaardigheden, dan kun je professioneel en eigenwijs omgaan met protocollen en richtlijnen. In het hier en nu zijn ­– in contact (present) – is essentieel. Daarnaast, zoals ik al noemde: de zorg moet naar gelijkwaardige samenwerking en optimale kennisdeling. Iedereen participeert daarin met zijn of haar kennis en talenten. Positief naar een zinvol leven!’</p>
<h4><strong>Deze video inspireert Mark</strong></h4>
<p>‘Ik vind het interview van Zomergasten met Glenn Hellberg heel mooi. Gaat over je durven laten raken en over inclusie en gelijkwaardigheid. Zo wezenlijk voor de ontmoeting tussen mensen.’</p>
<p><iframe loading="lazy" title="Glenn Helberg - VPRO Zomergasten in 5 minuten" width="900" height="506" src="https://www.youtube.com/embed/ASoxeBeJYMs?feature=oembed" frameborder="0" allow="accelerometer; autoplay; clipboard-write; encrypted-media; gyroscope; picture-in-picture; web-share" referrerpolicy="strict-origin-when-cross-origin" allowfullscreen></iframe></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-mark-vervuurt-van-asvz/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">9305</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Gezond leven is geen straf maar een feestje</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/in-gesprek-met-paul-blokhuis/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=in-gesprek-met-paul-blokhuis</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/in-gesprek-met-paul-blokhuis/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[VOZ Magazine]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 24 Jan 2019 08:00:12 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[Bettery]]></category>
		<category><![CDATA[interview]]></category>
		<category><![CDATA[ministerie van VWS]]></category>
		<category><![CDATA[preventie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=8900</guid>

					<description><![CDATA[Hans de Goeij ging in gesprek met staatssecretaris Paul Blokhuis van het ministerie van VWS. Preventie die leidt tot meer gezondheid en welzijn wordt door velen onderschreven, maar hoe kom je sneller bij dat doel?]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<h3 class="wp-block-heading">De kunst van agendasetting&nbsp;</h3>



<p>VOZ Magazine spreekt met Staatssecretaris Blokhuis van het ministerie van VWS over preventie en de wegen om het verschil te gaan maken. Preventie die leidt tot meer gezondheid en welzijn wordt door velen onderschreven, maar hoe kom je nu sneller bij dat doel? Blokhuis heeft een scherpe visie daarop, probeert slimme en eigentijdse verbindingen te leggen met andere domeinen en partijen binnen en buiten het publieke domein. Hij bouwt door op wat al bereikt is. Hij is gedreven om ruimte te zoeken én te nemen, om het nog niet gerealiseerde sneller en dichterbij te brengen. Oude wijn in nieuwe zakken? Of echt een keerpunt in de lange geschiedenis van de volksgezondheid van nu en de toekomst?&nbsp;</p>



<p><em>De overbodige openingsvraag stel ik toch maar: preventie is onderdeel van uw portefeuille. Waarom is preventie zo belangrijk voor het departement dat vooral met de gezondheidszorg bezig is?&nbsp;</em></p>



<p>Blokhuis: &#8216;Sterker nog, het is het departement van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Als je kijkt naar de vier jaarlijkse toekomstverkenningen van het RIVM dan zie je dat Nederland het relatief best goed doet op het terrein van gezondheid en zorgstelsel en dat we mondiaal in de top zitten. Het gaat dus heel goed, maar er is ook nog een flink aantal lastige, hardnekkige punten. Het RIVM brengt goed in beeld waar de grootste schadelastpunten zitten qua aandeel van de zorgkosten, maar ook in gezondheid en levensvreugde van mensen. Als we niet meer aan de voorkant van de zorg gaan zitten, lopen we nog grotere risico’s. Ik noem alleen maar de schade, ellende en overlast door roken en overgewicht.&#8217;&nbsp;</p>



<p><strong>&#8216;Wij hebben een dure maatschappelijke plicht.&#8217;</strong></p>



<p>Blokhuis gaat verder: &#8216;Maatschappelijk en in de persoonlijke levenssfeer. 20.000 doden door roken, wat moet ik nog meer zeggen dan dit feitelijke getal, nog afgezien van het persoonlijk leed en verloren levensjaren en gemiste levenskwaliteit? Dat kunnen we niet onaangeroerd voorbij laten gaan. Daarnaast weten we ook dat toenemend overgewicht enorm effect heeft op hoe vaak mensen problemen krijgen met diabetes II en hart- en vaatziekten. Dit kabinet maakt echt een heel nieuwe beweging. We leggen veel meer nadruk op het voorkomen van gezondheidsproblemen. Dat doen we op allerlei manieren. Bijvoorbeeld door het mogelijk te maken dat de zogenaamde Gecombineerde Leefstijl Interventie nu in het zorgverzekeringspakket zit. Maar ook met alle nieuwe plannen in het Nationaal Preventieakkoord – over het tegengaan van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik &#8211; die in oktober het licht zullen zien. De vrijblijvendheid gaat er af.&#8217;&nbsp;</p>



<p><em>Hoeveel steun ervaren jullie voor deze koerswijziging op preventiegebied?&nbsp;</em></p>



<p>Blokhuis: &#8216;Laat ik benadrukken dat eerdere kabinetten hier ook op stuurden. Maar dit kabinet kon daardoor een stap verder zetten en wij worden daarin gesteund door&nbsp;een brede maatschappelijke beweging. &#8216;Alles is Gezondheid&#8217; is zo’n beweging, waarin partijen afspraken maken om gezamenlijk acties te ondernemen. Zij brachten en brengen een beweging op gang die moet leiden tot een gezonder en vitaler Nederland.&#8217;&nbsp;</p>



<div class="wp-block-image"><figure class="alignleft is-resized"><img loading="lazy" decoding="async" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/01/Schermafbeelding-2019-01-23-om-11.57.13.png" alt="" class="wp-image-8904" width="250" height="462" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/01/Schermafbeelding-2019-01-23-om-11.57.13.png 463w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/01/Schermafbeelding-2019-01-23-om-11.57.13-162x300.png 162w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2019/01/Schermafbeelding-2019-01-23-om-11.57.13-300x554.png 300w" sizes="auto, (max-width: 250px) 100vw, 250px" /></figure></div>


<div style="background-color: #fff7ff; padding: 5px; margin: 10px; border: 1px solid #CDC7CB;">
<p style="padding-left: 30px;"><strong>Drs. Paul Blokhuis (1963)&nbsp;</strong>is vanaf oktober 2017 Staatssecretaris<br>van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het kabinet-Rutte III. Hij is belast met onder andere de portefeuilles preventie, geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang en de maatschappelijke<br>diensttijd. Blokhuis behaalde zijn doctoraal geschiedenis aan de Universiteit in Leiden. Vanaf 1988 was hij 5 jaar voorzitter van<br>de RPF jongeren, en in 1990 werd hij medewerker van de RPF Tweede Kamer fractie die later overging in de Christen Unie. Vanaf 1998 had hij zitting in raadscommissies van de gemeente Apeldoorn. In 2003 werd hij 4 jaar lid van Provinciale Staten van Gelderland en in 2006 lijsttrekker bij de gemeenteraadsverkiezingen in Apeldoorn. Hij was daarna 11 jaar wethouder in Apeldoorn met onder meer de portefeuilles welzijn, zorg, dienstverlening en facilitaire zaken. Na een korte onderbreking in maart 2012 werd hij opnieuw gekozen als wethouder. Eind 2017 maakt hij de overstap naar het kabinet in Den Haag.</p>
</div>


<p></p>



<h4 class="wp-block-heading"><strong>Breed gedragen beleid intensiveren&nbsp;</strong></h4>



<p>Blokhuis: &#8216;Maar ook GGD Nederland, de SER en anderen drukken nu heel hard op meer investeren in preventie, de voorzorg. En dat heeft er ook toe geleid dat de onderhandelaars bij het huidige regeerakkoord aangaven dat er veel meer werk van gemaakt moet worden.&#8217;&nbsp;</p>



<p>&#8216;Het is in ieder geval een beweging in de goede richting. We willen met onze speerpunten de mensen ondersteunen de goede keuzes te maken. Die speerpunten zijn <em>niet roken, overgewicht </em>en <em>problematisch alcoholgebruik</em>. Veel mensen zien door de bomen het bos niet meer. We willen de mensen faciliteren bij het makkelijker maken van bewuste en goede keuzes. En dan kunnen we ze helpen door in ieder geval al in de producten modificaties aan te brengen, waardoor zout en suiker sterk dalen. Albert Heijn bijvoorbeeld neemt nu zelf initiatieven bij de eigen pizza’s, die met minder zout dan de andere bekende producenten wordt gemaakt. Daarnaast gaan ze de komende jaren naar eigen zeggen 1 miljard minder suikerklontjes in hun producten stoppen&#8217;, geeft Blokhuis aan.&nbsp;</p>



<p><em>U bent dus heel expliciet in wat het kabinet wil en hoe u dat aanvliegt!&nbsp;</em></p>



<p>Blokhuis: &#8216;Ja dat klopt, we zijn als bewindslieden ingehuurd om met agendasetting bezig te zijn. Ik zie bij de drie thema’s van het preventie-akkoord overigens dat we soms als overheid links en rechts worden ingehaald. Als men mij vraagt wat ik ervan vind om de energiedrankjes onder een bepaalde leeftijd te verbieden en ik ben wat voorzichtig, word ik de week erna ingehaald door Aldi en Lidl die er gewoon beleid van maken en het niet meer gaan verkopen onder die leeftijdsgrens. Dat zijn mooie bewegingen. Nu is het zaak om van die grote hoeveelheid individuele initiatieven een grote beweging te maken die de hele samenleving raakt.&#8217;&nbsp;</p>



<p><em>Het beleid is dus gestoeld op &#8216;en de peen, en de preek en de zweep&#8217;. Instrumenten die de overheid kan gebruiken bij het bevorderen van het gezonde en bewuste gedrag. De peen van het voorlichten en verleiden, de preek als wat duwend en directief richting geven en leiden, en de zweep als metafoor voor geboden en verboden.&nbsp;</em></p>



<p>Blokhuis: &#8216;Dat vind ik een mooie beeldspraak, maar ik wil direct daaraan toevoegen dat ik zoveel mogelijk met die ‘peen’ wil werken. Mensen verleiden de goede keuzes te maken. Die zweep kan ook op tafel komen maar het hoeft niet. Als producenten bijvoorbeeld zelf verregaande stappen nemen om hun producten gezonder te maken door minder suiker toe te voegen aan de producten.&#8217;&nbsp;</p>



<p>&#8216;Dat debat voeren we dus ook met de maatschappelijke partners. Met de vraag welke stappen men bereid is te zetten en welke niet. Ik kan het beleidsinstrumentarium dan aanvullend inzetten waar het moet. En producenten hoeven in de concurrentie onderling geen schade te lijden als ze allemaal zelf de producten zo aanpassen dat er sprake is van aanzienlijke gezondheidswinst. Het speelveld is dan voor een ieder hetzelfde.&#8217;&nbsp;</p>



<h4 class="wp-block-heading"><strong>Eigen verantwoordelijkheid, gelijk speelveld&nbsp;</strong></h4>



<p><em>Hoe verleiden jullie dan producenten van genotsmiddelen, dranken en voeding?&nbsp;</em></p>



<p>Blokhuis: &#8216;Wij hebben ook het goede voorbeeld van Lidl gezien rond het stoppen van verkoop tabaksproducten uiterlijk 2022. In Nederland is het de eerste supermarkt die dat besloten heeft, om het in alle filialen niet meer in het schap te hebben. Dat was voor mij de trigger de andere grotere bedrijven uit te nodigen en te vragen: ‘Wanneer gaan jullie dat doen, het goede voorbeeld volgen? Het is niet meer van deze tijd om tabak te verkopen. Ik kijk met&nbsp;grote interesse naar bijvoorbeeld IJsland waar de jongeren zeggen: roken is niet van deze tijd. Roken is voor oude mensen, het is totaal niet cool.&#8217;&nbsp;</p>



<blockquote class="wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow"><p>Blokhuis: &#8216;Gezond eten en gezond leven moeten we niet zien als een straf maar juist ook als een vehikel om gelukkig te worden.&#8217;</p></blockquote>



<p><em>Maar nu de verbinding van preventie met zorg, welzijn en andere domeinen?&nbsp;</em></p>



<p>Blokhuis: &#8216;Natuurlijk is preventie om meer gezondheid en gezondheidswinst te boeken niet het exclusieve domein van mijn portefeuille of van dit departement. Zo is er vanaf 2019 meer ruimte voor preventieve gezondheidszorg vanuit het basispakket van de zorgverzekering. Huisartsen kunnen mensen met een gezondheidsrisico door overgewicht verwijzen naar een zogenaamde gecombineerde leefstijl interventie (GLI). Aanbieders van een GLI-programma kunnen de kosten daarvan declareren bij de zorgverzekeraar. Mijn collega minister Bruins voor Medische Zorg en ik verwachten hiermee dat meer&nbsp;aandacht voor preventie zal leiden tot minder beroep op andere vormen van zorg en meer participatie.&#8217;</p>



<h4 class="wp-block-heading"><strong>Zoeken en aangaan slimme verbindingen&nbsp;</strong></h4>



<p>Blokhuis: &#8216;Wij kijken niet alleen binnen de muren van dit departement. Nederlanders worden steeds ouder, de jaren in gezondheid nemen toe, maar de verschillen tussen mensen met een hoge opleiding en inkomen versus mensen met een lage opleiding en laag inkomen zijn hoog: ongeveer 15 jaar aan gezonde levensjaren. Dat verschil wil ik verkleinen. Dat is al een gevecht van vele jaren, en links en rechts is daar breed draagvlak voor. Het is dus zeker niet alleen een feestje van VWS, maar ook van overige beleidsdomeinen en bewindslieden van andere departementen.&#8217;&nbsp;</p>



<p>Blokhuis vervolgt: &#8216;Zo werk ik bijvoorbeeld op het terrein van de schuldhulpverlening samen met staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De mensen die daarmee te maken hebben, roken bijvoorbeeld meer dan gemiddeld en hebben vaker dan gemiddeld te maken met overgewicht. Dus dan is het goed om juist vanuit verschillende beleidsterreinen samen op te trekken voor deze mensen. Als het ons lukt om mensen gezonder te laten leven, heeft dat ook invloed op hoe ze kunnen meedoen in de samenleving.&#8217;</p>



<h4 class="wp-block-heading"><strong>Feest, geen straf&nbsp;</strong></h4>



<p>Blokhuis sluit desgevraagd af met: &#8216;Gezond eten en gezond leven moeten we niet zien als een straf maar juist ook als een vehikel om gelukkig te worden. Dat ligt heel dicht ook bij mijzelf. Korter kan ik het eigenlijk niet zeggen. Of nee, ik kan het nog korter zeggen: <em>gezond leven is geen straf maar een feestje!&#8217;</em></p>



<hr class="wp-block-separator"/>



<p>Eerder gepubliceerd in VOZ magazine, met gastredacteur Louis Overgoor van <a target="_blank" href="http://www.bettery.nl">Bettery Institute</a>. Tekst: Hans de Goeij. Fotografie: Marcel Israel </p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/in-gesprek-met-paul-blokhuis/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">8900</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Koplopers Top 50: Robert Didden // Radboud University</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-robert-didden-radboud-university/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=koplopers-top-50-robert-didden-radboud-university</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-robert-didden-radboud-university/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jaap Jan Brouwer]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 08 Jan 2019 07:00:26 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[interview]]></category>
		<category><![CDATA[Koplopers in de Zorg]]></category>
		<category><![CDATA[Radboud University]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=7330</guid>

					<description><![CDATA[KOPLOPERS IN DE ZORG // Jaap Jan Brouwer interviewt koplopers in de zorg voor de serie Koplopers Top 50. Dit keer spreekt hij met prof. dr. Robert Didden van Radboud University.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p class="no-underline"><img loading="lazy" decoding="async" class=" size-full wp-image-163 alignleft" title="" src="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?resize=122%2C113&amp;ssl=1" alt="koplopers-logo-122x113" width="122" height="113" data-attachment-id="163" data-permalink="https://zorgcommunity.com/supporters-zorgcommunity/koplopers-logo-122x113/" data-orig-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=122%2C113&amp;ssl=1" data-orig-size="122,113" data-comments-opened="1" data-image-meta="{" data-image-title="koplopers-logo-122×113" data-image-description="" data-medium-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=113%2C113&amp;ssl=1" data-large-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=113%2C113&amp;ssl=1" /></p>
<p>KOPLOPERS IN DE ZORG //<em> Er is veel kennis en ervaring te vinden in de zorg. Om deze kennis te verzamelen en delen interviewt Jaap Jan Brouwer koplopers in de zorg voor de serie <a target="_blank" href="http://www.koplopersindezorg.nl/top50.html">Koplopers Top 50</a>. Zo ontstaat een sectorbreed beeld van de belangrijkste thema’s en de wijze waarop men daarop inspeelt.</em></p>
<p>Organisatie: Radboud University<br />
Geïnterviewde: Robert Didden</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="  wp-image-7331 alignleft" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/Robert-Didden-portret.jpg" alt="Robert Didden portret - Radboud University" width="226" height="280" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/Robert-Didden-portret.jpg 2155w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/Robert-Didden-portret-242x300.jpg 242w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/Robert-Didden-portret-768x950.jpg 768w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/Robert-Didden-portret-828x1024.jpg 828w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/Robert-Didden-portret-2000x2474.jpg 2000w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/Robert-Didden-portret-1600x1979.jpg 1600w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/Robert-Didden-portret-300x371.jpg 300w" sizes="auto, (max-width: 226px) 100vw, 226px" /></p>
<p>Prof.dr. Robert Didden richt zich als gz-psycholoog en onderzoeker op jeugdigen en volwassenen met een licht verstandelijke beperking en gedrags- en psychische problemen, al dan niet in een forensisch kader. Zijn wetenschappelijke en klinische interesse gaan uit naar risicofactoren en behandeling voor agressief gedrag, verslavingsproblematiek en andere psychische klachten (zoals slaapproblemen, trauma en PTSS).</p>
<h4></h4>
<h4></h4>
<h4><strong>Stand van zaken</strong></h4>
<p>&#8216;De doelgroep waar ik me mee bezig hou, kenmerkt zich door een combinatie van een licht verstandelijke beperking en aanvullende complexe problematiek, te weten forensische en psychiatrische problematiek. Onze ambitie is om voor deze moeilijke groep cliënten een volledig spectrum aan zorg te bieden. Een van de problemen binnen de keten is dat rondom deze groep cliënten vanuit verschillende werkvelden (VG, psychiatrisch en forensisch psychiatrie) moet worden samengewerkt om adequate zorg en behandeling te kunnen bieden. De doelgroep zelf neemt niet in absolute zin, maar relatief toe in omvang. Ze vallen eerder uit door de toenemende complexiteit van de samenleving.’</p>
<p>&#8216;Een van de zwakke punten is dat de spelers uit de verschillende werkvelden in de keten elkaar moeilijk kunnen vinden. Daarbij speelt dat cliënten vaak worden opgenomen door partijen die de complexe problematiek niet onderkennen of daar niet mee weten om te gaan. Meer specifiek is het op operationeel niveau de uitdaging kennis praktisch te integreren vanuit de verschillende organisaties. Hierbij is ook de doorstroom punt van aandacht, omdat de cliënten moeilijk opneembaar zijn binnen de ‘klassieke’ VG-organisatie.&#8217;</p>
<p>&#8216;De sterke punten binnen dit segment van de zorg zijn dat de koplopers wel degelijk veel kunnen betekenen voor de cliënten: het betreft organisaties als Trajectum, Prisma en Pluryn. Zij kijken vanuit hun brede achtergrond met drie brillen naar de cliënt. Complicerende factor bij dit alles is dat de opleidingen ook nog sterk verzuild zijn, zo is psychiatrie maar mondjesmaat onderwerp bij de opleiding in de VG. Dat maakt deze doelgroep tot een grote onbekende. Deze zelfde problemen komen we tegen bij onderzoek en de financiering, die sterk verzuild per werkveld is; de financiering is telkens gekoppeld aan een van de aspecten van deze groep. Voor mij als onderzoeker is het dan ook een uitdaging om alle werkvelden zowel qua onderzoek als opleidingen te combineren tot één geheel.&#8217;</p>
<h4><strong>Innovaties</strong></h4>
<p>&#8216;Innovaties komen op alle werkvelden voor, waarbij men zich realiseert dat deze doelgroep een andere benadering nodig heeft. Men onderschat daarbij wel voortdurend de omvang van de groep mensen met een licht verstandelijke beperking. Zo heeft circa 30% van de gevangenispopulatie een licht verstandelijke beperking. De afgelopen tijd is die doelgroep steeds beter in beeld gekomen en hanteert men in de ggz of verslavingszorg en andere werkvelden een aantal handige screeningstechnieken om snel te toetsen of iemand op een lager niveau functioneert. Dat voorkomt veel narigheid in de rest van het traject. De stand van zaken is dat het weliswaar steeds meer gebeurt, maar nog lang niet overal.&#8217;</p>
<h4><strong>Uitdagingen</strong></h4>
<p>&#8216;Los van de eerder genoemde afstemming tussen de verschillende werkvelden en organisaties zie ik als een van de grote uitdagingen hoe digitalisering zo te laten werken voor deze doelgroep, dat de cliënten daadwerkelijk ondersteund worden. Voorbeelden van goed toepasbare digitaliseringsmogelijkheden zijn virtual reality, allerlei smart horloges (sommige horloges voorspellen stress op basis van hartslag en huidgeleiding) en e-learning en e-health. Ontwikkelingen op dit terrein zijn al enige tijd aan de gang. Hierbij dient men er rekening mee te houden dat in deze sector de focus in de zorg altijd de relatie is geweest: contact van mens tot mens, en dus nooit op afstand en nooit alleen via techniek. Er zal nog wel een behoorlijk slag moeten worden gemaakt voordat de <em>mindset</em> van de medewerkers zich aan de nieuwe realiteit heeft aangepast. De innovatie op zich ligt vaak wel voor de hand, de implementatie is een ander verhaal, want dan wordt er diep ingegrepen in de bestaande werkwijze. Met alle weerstanden van dien. Deze vertaling van innovaties naar de dagdagelijkse behandeling zal nog de nodige tijd vereisen.&#8217;</p>
<p>&#8216;Een geheel andere uitdaging is het personeel: behalve de algemene krapte aan personeel op de arbeidsmarkt, bestaat er altijd het gevaar dat specialistische en ervaren krachten de organisatie verlaten omdat ze met pensioen gaan of een baan bij een andere organisatie hebben gevonden. Zorgorganisaties zijn hier kwetsbaar voor en de vraag is aan de orde hoe we de kennis kunnen behouden die nu nog vooral aan personen is gekoppeld. Dit segment met zijn combinatieproblematiek is hier met name kwetsbaar voor vanwege het specialistische karakter van de kennis. Daar komt bij dat dit bij uitstek ook een ervaringswereld is: je moet veel meemaken – draaiuren maken – om ervaring op te doen omdat elke cliënt door de combinatie van problematiek volledig anders kan reageren.&#8217;</p>
<h4><strong>Leerpunten</strong></h4>
<p>&#8216;Behalve de bovenstaande leerpunten op het terrein van innovaties, is een van de andere onderwerpen bemoeizorg. Het belang van bemoeizorg wordt onderschat: in dit tijdsgewricht is het adagium ‘help jezelf’, maar veel mensen kunnen dit niet, onze cliënten hebben geen netwerk, weten de weg niet, kunnen niet aangeven wat er mis met hen is. En dat geldt door de toenemende complexiteit van de samenleving voor een groeiende groep burgers, die niet over een goed netwerk beschikken. Daarnaast is de ‘maakbaarheid’ van de cliënten relatief: in hoeverre kun je iemand iets leren, zijn of haar gedrag aanpassen, in welke mate moet je blijven ondersteunen of moet je accepteren dat de leerbaarheid gering is, hoelang wil je daarmee doorgaan? Bij deze doelgroep is alles een kwestie van het hebben van een lange adem. Het zijn en blijven in de kern kwetsbare mensen, met een kwetsbaarheid die vaak een leven lang duurt en die langdurig moet worden geadresseerd wil er een zekere mate van verbetering optreden. En dat vertaalt zich meteen in financiën waarbij de vraag om de hoek komt kijken wat wij daar als maatschappij voor over hebben.&#8217;</p>
<h4><strong>Ambities</strong></h4>
<p>&#8216;Mijn eigen ambitie is om op een zo hoog mogelijk niveau onderzoek te doen ten bate van de praktijk zodat het met de cliënt uiteindelijk zichtbaar beter gaat en resulteert in een cliënt die in goed psychisch welbevinden zonder recidive zijn of haar weg weet te vinden in de maatschappij.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-robert-didden-radboud-university/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>1</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">7330</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Koplopers Top 50: Jaap van der Stel // GGZ inGeest</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-jaap-van-der-stel-ggz-ingeest/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=koplopers-top-50-jaap-van-der-stel-ggz-ingeest</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-jaap-van-der-stel-ggz-ingeest/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jaap Jan Brouwer]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 13 Dec 2018 07:00:35 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[GGZ inGeest]]></category>
		<category><![CDATA[interview]]></category>
		<category><![CDATA[Koplopers in de Zorg]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=7325</guid>

					<description><![CDATA[KOPLOPERS IN DE ZORG // Jaap Jan Brouwer interviewt koplopers in de zorg voor de serie Koplopers Top 50. Dit keer spreekt hij met Jaap van der Stel van GGZinGeest.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p class="no-underline"><img loading="lazy" decoding="async" class=" size-full wp-image-163 alignleft" src="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?resize=122%2C113&amp;ssl=1" alt="koplopers-logo-122x113" width="122" height="113" data-attachment-id="163" data-permalink="https://zorgcommunity.com/supporters-zorgcommunity/koplopers-logo-122x113/" data-orig-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=122%2C113&amp;ssl=1" data-orig-size="122,113" data-comments-opened="1" data-image-meta="{&quot;aperture&quot;:&quot;0&quot;,&quot;credit&quot;:&quot;&quot;,&quot;camera&quot;:&quot;&quot;,&quot;caption&quot;:&quot;&quot;,&quot;created_timestamp&quot;:&quot;0&quot;,&quot;copyright&quot;:&quot;&quot;,&quot;focal_length&quot;:&quot;0&quot;,&quot;iso&quot;:&quot;0&quot;,&quot;shutter_speed&quot;:&quot;0&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;orientation&quot;:&quot;0&quot;}" data-image-title="koplopers-logo-122×113" data-image-description="" data-medium-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=113%2C113&amp;ssl=1" data-large-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=113%2C113&amp;ssl=1" /></p>
<p>KOPLOPERS IN DE ZORG //<em> Er is veel kennis en ervaring te vinden in de zorg. Om deze kennis te verzamelen en delen interviewt Jaap Jan Brouwer koplopers in de zorg voor de serie <a target="_blank" href="http://www.koplopersindezorg.nl/top50.html">Koplopers Top 50</a>. Zo ontstaat een sectorbreed beeld van de belangrijkste thema’s en de wijze waarop men daarop inspeelt. Voor dit interview wijkt Jaap Jan Brouwer af van zijn gebruikelijke format en interviewt niet de bestuurder maar de senior-researcher van GGZ inGeest: Jaap van der Stel.</em></p>
<p>Organisatie: GGZ inGeest<br />
Geïnterviewde: Jaap van der Stel</p>
<p>Jaap van der Stel werkt als senior-onderzoeker in de psychiatrie (GGZ inGeest, partner van VUmc). Sinds 2009 is hij tevens lector bij Hogeschool Leiden op het gebied van de psychische gezondheidszorg en enkele jaren terug is hij benoemd tot adviseur beleid bij Brijder-Parnassia. Hiernaast voert hij af en toe freelance opdrachten uit voor organisaties op het terrein van de verslavingszorg en de psychische gezondheidszorg (onderzoek, publicaties, beleidsadviezen en dergelijke).<strong> </strong></p>
<h4><strong>Belangrijkste ontwikkelingen in de GGZ-sector</strong></h4>
<h4><img loading="lazy" decoding="async" class="  wp-image-7326 alignleft" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/jaap-van-der-stel.jpg" alt="jaap van der stel GGZ Ingeest" width="205" height="273" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/jaap-van-der-stel.jpg 2448w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/jaap-van-der-stel-225x300.jpg 225w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/jaap-van-der-stel-768x1024.jpg 768w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/jaap-van-der-stel-2000x2667.jpg 2000w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/jaap-van-der-stel-1600x2133.jpg 1600w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/12/jaap-van-der-stel-300x400.jpg 300w" sizes="auto, (max-width: 205px) 100vw, 205px" /></h4>
<p><span style="font-weight: 400;"><br />
Er spelen zeer veel thema’s maar de meest opvallende is dat iedereen binnen de sector het met elkaar oneens is: de sector wordt gekenmerkt door een wilde combinatie van facties, disciplines, generaties, belangengroepen, cliëntgroepen en media, die vrij baan geven aan iedereen die een mening heeft. Oftewel: iedereen mag wat roepen en de hele sector roept door elkaar heen. Deze onenigheid speelt de sector parten en levert enorm problemen op. Al deze facties maken het moeilijk om het vak verder te ontwikkelen in tegenstelling tot bijvoorbeeld kankeronderzoek. Daar is na de Tweede Wereldoorlog door artsen en wetenschappers die bereid waren hun onderlinge verschillen te laten rusten, gestructureerd onderzoek gedaan met indrukwekkende resultaten. Ze waren bovendien in staat de maatschappij en de familie intensief hierbij te betrekken, wat zich ook uit in de brede financiële steun vanuit het publiek. </span><span style="font-weight: 400;">Deze verwaarlozing van fundamenteel onderzoek maakt dat DSM V, het classificatiesysteem van de GGZ, eigenlijk in termen van kankerdiagnostiek maar één stadium kent, stadium 4, het eindstadium. We hebben geen idee hoe de voorstadia eruitzien en kunnen eigenlijk alleen de symptomen van het psychisch lijden in het eindstadium beschrijven. Dat is zoiets als concluderen dat iemand nierkanker heeft, maar waardoor en hoe het ontstaat, de determinanten, het verloop, de interventiemogelijkheden, de samenhang met andere ziektes, verdere diagnostiek en behandelmogelijkheden zijn niet gestructureerd onderzocht. Daar hebben we dus ook geen kennis van. De GGZ heeft dit allemaal laten liggen terwijl men in feite in dezelfde uitgangspositie verkeerde als het kankeronderzoek. Zeventig jaar geleden waren de oncologieklinieken veredelde sterfhuizen, terwijl nu veel mensen met kanker of kunnen worden genezen of een langjarige overleving kennen. En het einde van deze ontwikkeling is nog niet in zicht.</span></p>
<p>Het leidt ertoe dat de GGZ gekenmerkt wordt door aandoeningen waar we weinig van weten. Het belangrijkste punt is dat we niet kunnen aantonen dat we vooruitgang boeken met onze behandelingen, en óf, en in welke mate patiënten er daadwerkelijk baat bij hebben. Dit heeft een aantal redenen:</p>
<p>In de eerste plaats hebben we te maken met een complexe materie waarbij de psychische toestand van de patiënt verweven is met zijn of haar lichamelijke en maatschappelijke functioneren. Het is met andere woorden moeilijk te bepalen of men psychisch, lichamelijk of maatschappelijk niet optimaal functioneert. In de tweede plaats zijn er meerdere disciplines bij betrokken, met name psychologen en psychiaters. Het is onduidelijk waar het accent in onderzoek en behandeling moet liggen, daarnaast speelt er de vaak politiek geïnspireerde <em>nature versus nurture-</em>discussie, oftewel de vraag of aandoeningen biologisch van aard zijn of sociaal-cultureel. Daarbij ontstaat er steeds minder ruimte voor discussie en onafhankelijk onderzoek omdat de politiek gedragen opvatting is dat alles sociaal-cultureel wordt bepaald. Onduidelijk is wie gelijk heeft, iedereen komt met door data onderbouwde beschouwingen, waarbij we de afgelopen jaren wel hebben geleerd hoe verschillend die geïnterpreteerd kunnen worden.</p>
<p>Daarnaast wordt de kennis die er is, niet systematisch toegepast waardoor er niet goed wordt geleerd en bijvoorbeeld ook niet wordt geanalyseerd hoe een patiënt in stadium 4 terecht is gekomen. En wat daaraan te doen valt. Het eindresultaat is dat we niets zijn opgeschoten en ons eigenlijk bezighouden met zorg voor mensen in stadium 4. Ik zie voor dit alles een aantal oplossingen, los van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek dat noodzakelijk is en blijft. De eerste is een focus op vroegtijdig handelen. Dit voorkomt een ernstig beloop en vergroot de kans op herstel. Punt is wel dat juist op preventie de laatste jaren is bezuinigd. Daarnaast moet men zich hierbij ook realiseren dat vroegtijdig handelen geheel andere competenties vraagt van de sleutelspelers in de GGZ en aanpalende voorzieningen zoals de eerste lijn, bijvoorbeeld op het terrein van samenwerken.</p>
<p>De tweede is het bevorderen van de psychische gezondheid van mensen. 75% van de aandoeningen ontstaat of wordt manifest voor de leeftijd van 25 jaar. Dit is het terrein van de openbare gezondheidszorg en de overheid zou zich kunnen richten op het bevorderen van de psychische gezondheid door goed onderwijs, het vergroten van de vaardigheden om te leren omgaan met emoties en stemmingswisselingen, en het versterken van de veerkracht. En ervoor te zorgen dat mensen een bloeiend bestaan (hoge mate van levenstevredenheid) hebben, dat beschermt hen tegen psychische kwetsbaarheid. Het al dan niet hebben van een bloeiend bestaan heeft effect op het functioneren van de maatschappij als geheel. De randvoorwaarden voor dat bloeiend bestaan worden geleverd door de overheid in de vorm van wonen, onderwijs, werk maar bijvoorbeeld ook het reduceren van omgevingslawaai dat als bron voor stress kan functioneren.</p>
<h4><strong>Welke aansprekende innovaties hebben de afgelopen periode gespeeld?</strong></h4>
<p>Er wordt steeds meer nagedacht over herstel en er is meer aandacht voor sociale determinanten als onderwijs, wonen en werk. Je ziet wel dat er op persoonlijk niveau een verbetering is opgetreden, maar op maatschappelijk niveau (wonen, werk en onderwijs) is de situatie juist verslechterd. We hebben ook nog geen idee van hoe mensen herstellen, we weten niet hoe dat werkt. Daar is niet veel kennis over, er is geen standaardboek of standaard aanpak, en meta-analyses ontbreken. Zoiets bestaat bijvoorbeeld wel over hoe mensen leren, ook een moeilijk te vatten onderwerp maar goed onderzocht doordat men eensgezind dit onderwerp heeft opgepakt. Het kan dus wel, als we maar gezamenlijk willen optrekken met elkaar.</p>
<h4><strong>Leerpunten innovaties</strong></h4>
<p>De innovaties in de sector zijn niet doelgericht, er zit geen visie of beleid achter, kennis wordt niet gedeeld en men heeft geen doelen op het terrein van communicatie opgesteld, iedereen doet maar wat. Omdat men niet heeft geleerd te reflecteren op het eigen functioneren of buiten de bestaande kaders te denken, blijft dit bestaan. Er bestaat ook geen enkel zicht van de effecten van de innovaties op incidentie en prevalentie. Oftewel, we zouden al een behoorlijke stap maken als we deze leerpunten serieus zouden nemen en daar actie op zouden ondernemen.</p>
<h4><strong>Uitdagingen voor de toekomst</strong></h4>
<p>Het bovenstaande geeft duidelijk aan waar de problemen liggen en de uitdaging is om deze en hun onderliggende mechanismes te herkennen en erkennen. Aangezien de complexiteit van de maatschappij alleen maar toeneemt, zal ook de psychische problematiek toenemen. Reden temeer om te reflecteren.</p>
<h4><strong>Ambities en resultaten voor toekomst</strong></h4>
<p>Het zou al heel wat zijn als het lukt om op basis van de huidige kennis bij een aantal aandoeningen die sociale determinanten te isoleren die een positief effect op incidentie en prevalentie hebben, en leiden tot een vermindering van incidentie en prevalentie. Meer in het algemeen zou eerder handelen en beter inspelen op die sociale determinanten al aanzienlijke voordelen kunnen opleveren. Daarbij komt dat een en ander relatief makkelijk is te organiseren, we hebben alleen een andere <em>mindse</em>t nodig.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-jaap-van-der-stel-ggz-ingeest/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>1</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">7325</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Persoonlijke ervaring én onderzoek:  de gamechanger van ziekte naar gezondheid!</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/persoonlijke-ervaring-en-onderzoek-de-gamechanger-van-ziekte-naar-gezondheid/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=persoonlijke-ervaring-en-onderzoek-de-gamechanger-van-ziekte-naar-gezondheid</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/persoonlijke-ervaring-en-onderzoek-de-gamechanger-van-ziekte-naar-gezondheid/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[VOZ Magazine]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 03 Dec 2018 07:00:33 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[Meet ups]]></category>
		<category><![CDATA[Bettery]]></category>
		<category><![CDATA[positieve gezondheid]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=6594</guid>

					<description><![CDATA[Dubbelinterview Louis Overgoor, creatief en inhoudelijk directeur Bettery Institute, en Machteld Huber, directeur institute for Positive Health (iPH).]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h2>Louis Overgoor in gesprek met Machteld Huber</h2>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone size-full wp-image-6595" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Schermafbeelding-2018-11-26-om-11.47.36.png" alt="Schermafbeelding 2018-11-26 om 11.47.36" width="809" height="731" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Schermafbeelding-2018-11-26-om-11.47.36.png 809w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Schermafbeelding-2018-11-26-om-11.47.36-300x271.png 300w" sizes="auto, (max-width: 809px) 100vw, 809px" /></p>
<p style="text-align: left;">Gezondheid is voor mensen van grote waarde. Steeds luider klinkt de oproep om nu écht de nadruk op gezondheid te leggen; het roer moet om. Maar wie staat aan dat roer en wie begint? Louis Overgoor spreekt met Machteld Huber, pionier op het gebied van Positieve Gezondheid. Overgoor zelf stond aan de basis van de beweging van Ziekte en Zorg (ZZ) naar Gezondheid en Gedrag (GG). Wat zorgde ervoor dat het roer bij hen beide omging?</p>
<div class="newsitem-intro">
<div class="intro text">
<p><em>Door: Hans de Goeij</em></p>
</div>
</div>
<div id="sharethis">
<div class="sharethis">
<div class="share-trigger" title="Deel"></div>
<div class="sharelinks"></div>
</div>
</div>
<p>Zowel Louis Overgoor als Machteld Huber zijn op hun eigen manier al jaren bezig met het roer omzetten en varen daarbij in dezelfde richting. Als gasthoofdredacteur vindt Overgoor het vanzelfsprekend om dit themanummer te beginnen met een gesprek met Machteld Huber en met elkaar te spreken over: waar komen we vandaan, wat gebeurde er met de wereld en wat gebeurde er met de persoon Machteld rond de ontwikkeling van het concept Positieve Gezondheid?</p>
<h4>De ontstaansgeschiedenis van Positieve Gezondheid</h4>
<p>Huber: “Ik sta nog midden in de ontwikkeling. Dat begon bij mij meer dan 30 jaar geleden. Ik heb zelf een aantal heftige ziekten achter elkaar gehad, terwijl ik aan mijn eerste baan was begonnen. Die ziekten hebben een grote indruk op mij gemaakt. Mijn idee was dat het vak dat ik geleerd heb als huisarts allemaal mooi is, maar dat er ook nog zoveel meer is. Ik was mijn ziekten niet; ik keek naar wat ik wel was en waar mijn veerkracht nog restte, en wat mijn leven betekenisvol maakte. Daardoor ben ik gaan onderzoeken hoe ik zelf aan mijn herstel kon werken naast wat ik geleerd had. Net zoals toen ben ik er nog steeds van overtuigd dat wij zoveel kansen laten liggen. Wat ik mij dus afvraag: waarom gaat het daar in de zorg niet over? Waarom blijven wij maar hangen in een sterk ingekaderd curatief gericht circuit? Ik vond en vind dat choquerend. In mijn studie werd niet eens vier uur tijd aan het thema voeding besteed. Dat in tegenstelling tot veel ziekten die je zelden of nooit tegenkomt.”</p>
<div style="background-color: #fff7ff; padding: 5px; margin: 10px; border: 1px solid #CDC7CB;">
<h4>Louis Overgoor</h4>
<p>Louis Overgoor (1956) studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en was vanaf medio 1989 bijna 22 jaar praktiserend huisarts in de Bijlmermeer/Amsterdam Zuidoost. Hij is nu creatief en inhoudelijk directeur van het Bettery Institute in Amsterdam.</p>
<ul>
<li>Als huisarts deed hij ruime ervaring op bij vragen die leven op het gebied van gezondheid, ziekte en de reactie van de zorg daarop. Hij ervoer dat de invloed van mensen op de eigen gezondheid en functioneren vaak veel groter is dan zij zelf denken. Ook is de omgeving een essentiële factor in de ervaren gezondheid. Dat resulteerde in de ontwikkeling van de ziekte en zorg (ZZ) naar gezondheid en gedrag (GG), de ZZ/GG-visie. Hierin wordt het maatschappelijke gezondheidsaanbod<br />
naast de medische ziektezorg gepositioneerd en benadrukt. De ZZ/GG visie is landelijk gezien nu inspiratie bij veel ontwikkelingen binnen en buiten de gezondheidszorg.</li>
<li>Overgoor was in 2003 mede-oprichter van Bettery Institute dat hulpverleners en organisaties leert om Gezondheid en Gedrag (GG) op een moderne en effectieve wijze naast de reguliere Zorg bij Ziekte (ZZ) bij cliënten te ondersteunen. Het instituut begeleidt zodoende systeemverandering in zorg en welzijn.</li>
<li>Overgoor bouwt met zijn ervaring, creativiteit, conceptueel denken en praktische insteek verbindingen tussen enerzijds complementaire maatschappelijke voorzieningen en anderzijds efficiënte en effectieve medische ziektezorg. Doel is dat mensen zich eigenaar voelen van hun gezondheid, waardoor zij die gezondheid positiever ervaren en minder zorg vragen. De beweging van ZZ naar GG markeert de transitie naar een duurzame organisatie van zorg en welzijn.</li>
</ul>
</div>
<p>&nbsp;</p>
<p>Huber gaat verder: “Vanaf dat moment wilde ik de zorg veranderen, maar had meteen ook geen idee of dat me zou gaan lukken. Die ziektejaren waren toen, achteraf bezien, wel de meest leerzame jaren van mijn leven. En ondertussen werd ik nog met een aantal life events geconfronteerd in gezin en familie. En dat naast mijn eigen opeenvolgende ziekten, werk en studie. Toen al voelde ik de drive dat ik wat met mijn ervaringen wilde doen en met mijn idee dat het anders moest. Dit idee kan ik nu beter onder woorden brengen. Ik ging er dus voor, los van de gevolgen voor mijn carrière, om het echt uit te puzzelen. Een ding was duidelijk: als ik er geen wetenschap van maak, wordt er niet naar geluisterd, dus ik moet er wetenschap van maken. Logisch was dus dat onderzoek de richting zou worden.”</p>
<p style="padding-left: 30px;"><em>“Waar kon je die eigen gedachten onderzoeken?”</em></p>
<p>Huber: “De plek waar ik vrij kon werken, was het Louis Bolk Instituut in Driebergen. Jonge onderzoekers en vrijdenkers, hetgeen zeer verrijkend was en ook gewoon leuk! Daarnaast werkte ik met drugsverslaafden en later met mensen die oorlogstrauma’s hadden. Ik wilde ook weten of je voor deze mensen wat kon betekenen; kan je wat herstellen, kan je -of kunnen zij zelf &#8211; hun leven weer opbouwen?”</p>
<h4>Als je het ziet, dan weet je het</h4>
<p style="padding-left: 30px;"><em>“Wat mij zo raakt is het persoonlijke stuk van dokter, tegelijk patiënt én wetenschapper, in een persoon. Er is opeens een moment dat je het ziet (‘Als je het ziet, dan weet je het’, zei Cruijff). Dan besluit je het systeem te willen gaan veranderen. Dat spoort deels ook met mijn eigen ontwikkeling. Dat herken ik als huisarts in achterstandswijken en de wens het systeem te gaan veranderen. Het leuke is dat we nu zien dat jij, vanuit jouw persoonlijke ervaringen en drive, het systeem nu aardig aan het opschudden bent, toch?”</em></p>
<p>Huber: “Ja, maar dat heeft best lang geduurd, dat wel. En opeens is er die doorbraak na mijn promotie en dan gaat het toch. Aanhouden heeft zin, want deze ontwikkeling heeft dus zijn tijd en zijn momentum nodig. Steeds meer mensen zien nú pas echt in dat het anders moet, en men durft dat ook hardop uit te spreken; de dokters zijn het zat, en nu is veler reactie dat mijn verhaal opeens heel logisch is. Tel dus je zegeningen…”</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone size-full wp-image-6597" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Schermafbeelding-2018-11-26-om-16.17.52.png" alt="Pijlers voor Positieve gezondheid Louis Overgoor" width="648" height="528" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Schermafbeelding-2018-11-26-om-16.17.52.png 648w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Schermafbeelding-2018-11-26-om-16.17.52-300x244.png 300w" sizes="auto, (max-width: 648px) 100vw, 648px" /></p>
<h4>‘Systeemdingen’</h4>
<p style="padding-left: 30px;"><em>“De grootste veranderkracht zit dus in de persoonlijke ervaring. Dat is mooi om te zien. Het is ook een teken van de nieuwe tijd. In het primaire proces en op de werkvloer broeit en gloeit het als eerste. En dat enkel denken vanuit ziek zijn niet meer werkt. Dat denken vanuit gezondheid nieuwe inzichten en gedeelde visies gaat opleveren. Er is veel gebeurd en er is ook nog veel te doen. Denk bijvoorbeeld aan hoe we het gaan financieren, organiseren en evalueren. ‘Systeemdingen’, want die gaan allemaal komen.” </em></p>
<p>Huber: “Dat is inderdaad spannend, hoe we dat gaan aanvliegen. Als ik één ding geleerd heb is het niet top-down werken, maar zeer bewust van onderop. De basishouding bij deze mensen is: ‘Het is gewoon gezond verstand om het anders te doen; vanuit gezondheid te denken en niet enkel vanuit ziekte’. Wij kunnen deze mensen wel faciliteren en wij nodigen hen uit ambassadeurs van die gedachte te worden. Zij kunnen die gedachte verder uitdragen, bijvijlen, verbreden en mensen daarin meenemen. Het moet door een brede beweging aan de basis van de grond komen en verder verspreid en uitgebreid worden. De beweging zal dan van binnenuit de veranderingen aanjagen.”</p>
<p style="padding-left: 30px;"><em>“Kan je enkele voorbeelden hiervan geven?”</em></p>
<p>Huber: “De mensen, die initiatieven nemen en successen oogsten, willen we wel op het schild hijsen. Denk bijvoorbeeld aan Spectrum Huisartsenpraktijk Meppel, een initiatief van huisartsen, fysiotherapeut en apotheker. Daar ging het om eigen drive en eigen initiatieven, sterk doorleefd en er echt mee verbonden zijn. Persoonlijke initiatieven van mensen. Ook die burger gaat eenzelfde proces door: het zelf doen levert al zoveel vreugde op, de gezondheid verbetert vaak en de perceptie van de kwaliteit van het eigen leven stijgt met sprongen.”</p>
<p>Huber gaat verder: “Denk ook eens aan de Huisartsenpraktijk Afferden. Het is een voorbeeld van een actieve zoektocht naar het herwinnen van compassie in het werk.&nbsp;Hans Peter Jung en Hylke de Waart zijn bevlogen vernieuwers; zij namen persoonlijke risico’s om een ideaal te verwezenlijken. Dat komt niet van ons maar van henzelf. Zij spreken met hun visie en inzet, een fijne combinatie van ziel en zakelijkheid, inmiddels veel mensen aan: patiënten, zorgverleners, gemeenten, welzijnsorganisaties, zorgverzekeraars en politiek.</p>
<p>Het toont maar weer eens aan dat vertrouwen, tijd en aandacht in het systeem brengen, kosten bespaart. Uit onderzoek blijkt dat er een kwart minder doorverwijzingen zijn op basis van die werkwijze. Er wordt veel breder ingestoken dan enkel in het medische. Dat vroeg en vraagt lef en doorzettingsvermogen, maar je krijgt er ook veel voor terug. Zowel in werkplezier als in de gemeenschap. Dus focus niet alleen op kosten.”</p>
<div style="background-color: #fff7ff; padding: 5px; margin: 10px; border: 1px solid #CDC7CB;">
<h4>Machteld Hubert</h4>
<p>Voormalig huisarts en onderzoeker dr. Machteld Huber(1951) is sinds 2015 directeur van de Stichting institute for Positive Health in Utrecht. Zij is ook de oprichter van iPH. Haar naam wordt de laatste jaren meteen gevolgd door verwijzingen en inspiratie vanuit haar gedachtegoed van de Positieve Gezondheid.</p>
<ul>
<li>Machteld Huber ging een jaar reizen na de HBS en studeerde vervolgens geneeskunde in Utrecht, was assistent chirurgie, gynaecologie, tropenopleiding/interne geneeskunde, behaalde haar kandidaatsexamen filosofie aan de Universiteit Utrecht, en volgde de huisartsenopleiding aan de VU Amsterdam.</li>
<li>Tegen het einde van de opleiding en in de 3 jaar daarna als waarnemend huisarts werd Huber opvolgend geplaagd door vier ziekten. Dit heeft haar denken en doen tot op de dag van vandaag bepaald en richting gegeven.</li>
<li>Vanaf 1986 was Huber drie jaar medisch behandelcoördinator drug therapeutisch centrum. Zij was bijna 30 jaar senior-onderzoeker gezondheid en voeding bij het Louis Bolk Instituut in Driebergen en de eerste 10 jaar directeur van Voedingsinstituut Dúnamis voor biologische en biologisch-dynamische voeding. Ondertussen was ze twee jaar arts in Sinaï Centrum voor oorlogstrauma’s.</li>
<li>Vanaf 2010 is Huber lid Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame<br />
Landbouw &amp; Voeding. In 2012 ontving Huber de ZonMw Parel vanwege de ontwikkeling van het zorgconcept Positieve Gezondheid, gevolgd in 2014 door haar promotie aan de Universiteit Maastricht bij prof. André Knottnerus met het proefschrift “Towards a new, dynamic concept of Health. Its operationalisation and use in public health and healthcare, and in evaluating health effects of food”.</li>
</ul>
</div>
<p>&nbsp;</p>
<p style="padding-left: 30px;"><em>“Ja, dat ervaren wij bij Bettery ook. Voor alle partijen die deelnemen en investeren is het belangrijk om inzicht te hebben in de te verwachten economische én maatschappelijke kosten. De Social Return On Investment (SROI1 ) analyse van Zelfzorg Ondersteund! laat zien dat er maatschappelijke winst te behalen is door het implementeren van dit denken en doen: elke euro input levert een maatschappelijke winst op van 4,9 euro. Dat is niet alleen goed voor de mens, maar voor het hele systeem.” </em></p>
<p>Huber vervolgt: “Maar ik zie ook wel de risico’s: te veel hype en de naam Positieve Gezondheid als merk op van alles plakken. Als dat teveel gebeurt kan het concept op een gegeven moment imploderen. Men legt bijvoorbeeld enkel het spinnenweb van de Positieve Gezondheid op tafel en zegt: dit is het dan! Maar dat is het dus niet. Een zorgverlener moet bijvoorbeeld ook echt een ander gesprek gaan voeren. Je moet het dus wel volledig zien voor je het echt snapt en kan toepassen met resultaat. Het adviesgesprek vormt zich dan om van: mijn advies is dat en dat te doen, naar: wat zou u willen? Het gaat om de zingeving die iemand raakt, waardoor hij echt in beweging komt. Niet omdat het moet of omdat een ander het zegt. Bijvoorbeeld alcoholgebruik en geen lichamelijke beweging is een te groot probleem voor iemand om in één keer aan te pakken; je kan wel eerst een andere stap zetten, die dichter bij de cliënt staat en voor hem of haar goed te doen is. De zorg moet niet gaan zitten duwen. Het is nog best lastig uit dat klassieke en diep ingeslepen spoor te komen”.</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone size-full wp-image-6596" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Schermafbeelding-2018-11-26-om-14.57.14.png" alt="Louis Overgoor en Machteld Huber" width="811" height="472" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Schermafbeelding-2018-11-26-om-14.57.14.png 811w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Schermafbeelding-2018-11-26-om-14.57.14-300x175.png 300w" sizes="auto, (max-width: 811px) 100vw, 811px" /></p>
<p style="padding-left: 30px;"><em>Overgoor vult aan: “Dat is precies ook onze ervaring. Professionals horen van het fenomeen, kijken in de hectiek van alledag vluchtig naar de methodiek en beoordelen dat ze het al behoorlijk goed doen. In de trainingen die wij geven zien ze de complexiteit en reikwijdte van het echte, andere, gesprek. Als ze dat eenmaal ervaren willen ze meer en kunnen ze haast niet meer anders. Het is fantastisch om dat te merken.”</em></p>
<h4>Zichtbaar maken wat het allemaal opbrengt</h4>
<p style="padding-left: 30px;"><em> “Machteld, hoe zorg je er nu voor dat we een structurele verandering bewerkstelligen? En dat deze breed gedragen wordt, zonder dat we het typeren als een hype?” </em></p>
<p>Huber: “Dat moet vooral aangevlogen worden via opleiding. Ik zag een publicatie over een hele nieuwe opleiding waar zorg en het sociale domein gecombineerd worden. Die nieuwe professional zal nog wel lukken, maar de nascholing voor de grote heersende groep is nog wel een groot vraagstuk. Het is een weerbarstige groep. Dat kan wel 25 jaar duren. En we hebben vervolgens behoefte aan onderzoek en evaluatie om zichtbaar te maken wat het allemaal opbrengt. In Limburg zijn wij bijvoorbeeld begonnen met een visie, een overtuiging, maar het is allemaal nog niet bewezen. Daar moeten we nu wel aan werken. Het spinnenweb van de Positieve Gezondheid is geen meetinstrument. Ondertussen willen we wel weten wat men ermee gaat doen. Het laten ontstaan van de beweging en de verspreiding organisch van onderop laten verlopen en dat weer evalueren is echt anders dan een evaluatie van een vooraf top-down bedacht en uitgezet lineair proces.”</p>
<p style="padding-left: 30px;"><em>“Het verkrijgen van bewijsvoering is belangrijk. Wij hebben gekeken naar methodes die goed bij onze organisatie passen. Zo kwamen wij uit bij ICF, International Classification of Functioning, Disability and Health.2 Het beschrijft het functioneren van de mens en de eventuele problemen die de mens daarbij ervaart. Wij vinden ICF een goede methode die aansluit bij onze manier van werken, en wij passen die ook toe in onze Gezondheids- &amp; Gedrag-app (GG-app)3 , een e-health-toepassing waarmee zorgverlener en patiënt samenwerken aan de gezondheidsdoelen en ervaren gezondheid van de patiënt. Net als wij heb je ook behoefte aan kwalitatief onderzoek: wat gebeurt er precies en je wilt onderzoek naar effecten op de gezondheid en welbevinden van de mensen.”</em></p>
<p>Huber: “Dat is zeker zo voor de lange termijn. Graag voeg ik daar nog een derde aan toe: het verlagen van de kosten door de nieuwe aanpak en werkwijzen. Dus in feite de Triple Aim4 benadering, meer gezondheid voor minder geld. Dat wil ik wel hard gedocumenteerd hebben. Dat kan gangbaar onderzoek zijn dat deels al loopt in de zogenaamde proeftuinen. Zoals onderzoek van bijvoorbeeld de GGD’s, het RIVM en het CBS.”</p>
<blockquote><p>In Limburg zijn wij bijvoorbeeld begonnen met een visie, een overtuiging, maar het is allemaal nog niet bewezen.</p></blockquote>
<p>“Wij weten inmiddels dat we 3 x 3 jaar moeten nemen om van idee naar uitvoering en begin van bewijsvoering te komen. De eerste drie jaar is het ongelofelijk veel energie en tijd investeren en inspireren; de tijd nemen om de visie eigen te maken. Daarna drie jaar de regio, de praktijk, het samenwerkingsverband, de coöperatie et cetera het zelf te laten doen. Voor ons als iPH betekent dat een beetje helpen en verbinden, investeren in relaties en verbindingen. In de derde periode van drie jaar kan je iets van een effect gaan zien. Ik verwacht dat je dan kwaliteit van leven en gezondheidsverschillen kan gaan meten. Maar ook dat de kosten voor de zorg dalen. Er is nog veel werk aan de winkel om een goede harmonie te krijgen tussen communicerende vaten van besparingen in de zorg versus stijging van kosten in bijvoorbeeld het sociale domein; maar samengenomen toch duidelijk verlaging van alle kosten bij meer kwaliteit van leven en gezondheid.”</p>
<p>Huber vervolgt: “We hebben nu nog wel lastige discussies over de schotten tussen de domeinen versus de maatschappelijke shared savings. Daar zou het kabinet best wel wat aan mogen doen in de komende twee jaar. Mijn voorstel is dat het regionaal dan ook aantrekkelijk wordt gemaakt om pilots te starten om een deel van die schotten op te ruimen, aan te sluiten bij wensen van de burgers, de zorg daardoor beter te laten worden en op faalkosten van het systeem te besparen.”</p>
<h4>Eindelijk worden we wakker</h4>
<p style="padding-left: 30px;"><em>“Van wie ervaar je nu bij de doorontwikkeling van het concept Positieve Gezondheid de grootste meewind en van wie krijg je de grootste tegenwind?”</em></p>
<p>Huber: “Het sociale domein beschouwt de gedachten en het concept van Positieve Gezondheid als ruggengraat van het eigen lijf en reageert vaak met: eindelijk worden ze wakker in het medische circuit. Daar voel ik veel meewind en steun. De grootste tegenstand komt uit een deel van de wereld van onderzoekers en de wetenschap zelf. Dat is op zich ook niet heel erg; dat scherpt onze gedachten en we moeten onze bewijzen scherper op tafel brengen en leggen. Daarom koos ik zelf ook voor de evidence en voor onderzoek om te funderen. Ik zou ook niet anders willen. Iedere betrokkene heeft recht op goed, reproduceerbaar en valide onderzoek”.</p>
<p style="padding-left: 30px;"><em>De gasthoofdredacteur concludeert: “Alle bewegingen die dezelfde kant op gaan, helpen om meewind te creëren. Zoals de beweging die jij met iPH en wij met Bettery in gang hebben gezet. Hartstikke waardevol en goed om de gezamenlijkheid te zoeken en benutten. En ik hoop natuurlijk dat dit VOZ Magazine de meewind weer verder zal versterken. Dat we lezers informeren over wat al in beweging is en dat men geïnspireerd wordt om zelf ook mee te willen werken aan deze verandering en het zelf te doorleven. Want dat ‘changes the game’ zo hebben wij ervaren.&#8221;</em></p>
<hr>
<p>Dit artikel werd eerder gepubliceerd in <a target="_blank" href="http://www.vozmagazine.nl" target="_blank" rel="noopener noreferrer">VOZ Magazine</a></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/persoonlijke-ervaring-en-onderzoek-de-gamechanger-van-ziekte-naar-gezondheid/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>2</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">6594</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Aan het woord: Maikel Eikenboom van Carante Groep</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-maikel-eikenboom-van-carante-groep/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=aan-het-woord-maikel-eikenboom-van-carante-groep</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-maikel-eikenboom-van-carante-groep/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jet Dingemans]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 30 Nov 2018 07:00:46 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[Carante Groep]]></category>
		<category><![CDATA[interview]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=6607</guid>

					<description><![CDATA[Maikel Eikenboom is Procesbegeleider zorgtechnologie en innovatie bij Carante Groep. In dit interview vertelt hij over werken in de zorg, de uitdagingen in de zorgsector en zijn visie op de toekomst van zorg.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>INTERVIEW // Wat vinden jullie van de Nederlandse zorgsector? Om daar achter te komen gaan we het gesprek aan met professionals op verschillende posities en uit verschillende sectoren in de zorg. Maikel Eikenboom is Procesbegeleider zorgtechnologie en innovatie bij Carante Groep. In dit interview vertelt hij over werken in de zorg, de uitdagingen in de zorgsector en zijn visie op de toekomst van zorg.</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<div style="background-color: #fff7ff; padding: 5px; margin: 10px; border: 1px solid #CDC7CB;">
<p style="padding-left: 30px;">Carante Groep is een samenwerkingsverband van dertien zelfstandige organisaties die verspreid over Nederland regionaal actief zijn. Samen leveren deze organisaties zorg, begeleiding en ondersteuning aan ruim 20.000 cliënten. Bijvoorbeeld in de psychatrie, ouderenzorg, welzijn en jeugdhulpverlening, maar ook aan mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking.</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
<h5>‘Als mensen niet af en toe domheden zouden begaan, zou er helemaal niets verstandigs gebeuren.’ – Ludwig Wittgenstein</h5>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="  wp-image-6609 alignleft" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Maikel-Eikenboom.jpg" alt="Maikel Eikenboom portret" width="222" height="290" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Maikel-Eikenboom.jpg 473w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Maikel-Eikenboom-230x300.jpg 230w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Maikel-Eikenboom-300x391.jpg 300w" sizes="auto, (max-width: 222px) 100vw, 222px" />&#8216;Ik begon ooit met een opleiding tot laborant, maar kwam al snel tot de conclusie dat ik daar niet gelukkig van werd en liet me omscholen voor de gehandicaptenzorg. Wat je in de zorg voor mensen kan betekenen, is het mooiste wat er is. Na veel ervaring in de gehandicaptenzorg zelf te hebben opgedaan, werk ik nu als Procesbegeleider zorgtechnologie en innovatie voor een samenwerkingsverband van dertien zorgorganisaties in VG* en VVT*. De ambitie die wij hebben, is om de resultaten van innovatieprojecten in de verschillende zorgorganisaties, beschikbaar te maken voor het gehele samenwerkingsverband. Op die manier hebben we allemaal profijt van wat er wordt ontwikkeld en daar profiteren de cliënten van het gehele samenwerkingsverband van.&#8217;</p>
<p><strong>Innovaties geven de zorgmedewerker de gelegenheid om meer en beter menselijk contact te maken</strong></p>
<p>&#8216;We staan voor een periode van grote verandering in de maatschappij. De ontwikkeling van techniek en de toepassingen daarvan veranderen zo snel dat we ons nauwelijks kunnen voorstellen wat dit betekent. De zelfrijdende auto, big data, sensortechnologie en kunstmatige intelligentie. Daarmee wordt echt menselijk contact nóg belangrijker.&#8217;</p>
<p>&#8216;Ik zie het zo dat innovaties de zorgmedewerker de gelegenheid geven om meer en beter menselijk contact te maken. Door bijvoorbeeld een innovatie als slim incontinentiemateriaal, waarbij met behulp van sensoren minder onnodig verschoont hoeft te worden, kan je met een cliënt in gesprek gaan, of een wandeling maken. Techniek heeft ook de potentie om processen transparant te maken. Door deze transparantie zouden veel van administratieve lasten kunnen worden teruggebracht. Rapportages hoeven niet meer speciaal gemaakt te worden, in plaats daarvan is de voortgang van processen continu zichtbaar.&#8217;</p>
<h4><strong>Regie kan je alleen geven of krijgen wanneer er sprake is van essentiële ongelijkheid</strong></h4>
<p>&#8216;Wat we veel horen in gesprekken over de toekomst van zorg is &#8216;regie bij de patiënt&#8217;, maar het spreken over cliënt en regie is überhaupt niet meer van deze tijd. Het woord cliënt is afgeleid uit het oude Rome waar het een afhankelijke positie van een beschermheer benadrukt. In de participatiemaatschappij doen we allemaal vanaf een ander standpunt mee aan de maatschappij. Regie kan je alleen geven of krijgen wanneer er sprake is van essentiële ongelijkheid. Ik zou een individuele benadering als zorgconsument veel passender vinden. Ik weet dat dit een stelling is waar flink over gedebatteerd kan worden. En dat is volgens mij ook nodig.&#8217;</p>
<p>&#8216;Door gebruik te maken van technologische hulpmiddelen kunnen cliënten veel zelfstandiger participeren in de maatschappij. Honderden jaren geleden was een bril het summum van techniek, het maakt nu voor mij de wereld toegankelijk. Dingen als stembesturing en <em>augmented reality</em> zullen op dezelfde manier drempels weghalen voor mensen om deel te nemen aan de maatschappij. De grootste uitdaging nu die ik in de care-sector zie is de noodzaak voor acceptatie en adaptatie van de zorgmedewerkers voor digitale hulpmiddelen. Onbekend maakt onbemind. Wanneer er op een locatie eenmaal ervaring is met zorgrobots, zijn medewerkers en cliënten daar eigenlijk altijd enthousiast over. Degene die negatief zijn doen dat meestal van een afstand.&#8217;</p>
<h4><strong>Zorgmedewerkers van de toekomst begeleiden hun cliënten ook in het digitale domein</strong></h4>
<p>&#8216;De tablets en de apps die nu beschikbaar zijn, bieden al geweldige kansen. Een app zoals ‘Eline spreekt’ is daar een mooi voorbeeld van. Het helpt cliënten die dat moeilijk vinden zich beter uit te drukken en keuzes te maken. Waar mijn mond echt van openviel is de ‘Seeing AI’ app van Microsoft die gratis in de Applestore beschikbaar is. Deze gebruikt de nieuwste techniek zoals AI om via foto’s situaties uit te leggen. Hou er een briefje geld voor en de app leest op hoeveel geld het is. En de app kan nog veel meer. Wat zou ik die graag toegankelijk hebben in het Nederlands. Dat zal gelukkig ook een kwestie van tijd zijn. Tip: Je doet jezelf echt tekort wanneer je deze app niet even bekijkt!&#8217;</p>
<p>&#8216;Meer zorgmedewerkers mogen geholpen worden bij hoe ze deze mogelijkheden voor hun cliënten kunnen gebruiken. De zorgmedewerkers van de toekomst begeleiden hun cliënten ook in het digitale domein. Ze kunnen daar een gids en coachfunctie vervullen en de groei en participatie stimuleren. Een mooie kennisbron daarvoor vindt ik <a target="_blank" href="https://www.kennisnet.nl/artikel/alles-wat-je-moet-weten-over-21e-eeuwse-vaardigheden/" target="_blank" rel="noopener">dit artikel</a>.&#8217;</p>
<p>&#8216;De zorgorganisatie van de toekomst zal in ieder geval totaal anders zijn dan nu. Ik hoop dat cliënten zich tot zorgconsumenten ontwikkelen, waarbij ze zelf kiezen hoe, door wie en waarmee ze geholpen worden. De zorg zal zich daarmee veel meer in de maatschappij bevinden. De behoefte zal daardoor veranderen, net zoals bij autobezit. Ik hoef geen auto te bezitten, ik heb een vervoersbehoefte. Zo hoef ik ook niet naar een ziekenhuis, ik wil beter worden. Vergelijk het met de manier waarop we muziek luisteren. Het gaat niet meer om welke muziek of cd’s je bezit, je hebt toegang tot alle muziek in de wereld met diensten als Spotify. Hoe dit er concreet uit gaat zien, gaan we zelf vormgeven. Als we er maar voor zorgen dat het altijd ten goede komt aan de cliënt en dat het werk er leuker en makkelijker van wordt.&#8217;</p>
<h4>Advies aan de minister en de Secretaris-Generaal van VWS</h4>
<p>&#8216;Sowieso wil ik een compliment maken aan de minister en de secretaris generaal. Eric Gerritsen heb ik zich met tomeloze energie hard zien maken voor innovatie, waarbij hij het geheel aanjaagt en zeer actief deelneemt. Minister de Jonge is ook zeer zichtbaar en laat zien innovatie te ondersteunen.&#8217;</p>
<p>&#8216;Het zou mooi zijn wanneer vanuit de traditionele ICT wendbaarder en klantgerichter kan worden gedacht. We hebben de rare situatie dat de klant (patiënt of cliënt) niet zelf de rekening betaalt. Daardoor lijkt de organisatie nog weleens de klant te zijn. Dit lijkt me een onderwerp wat ook vanuit het ministerie prima zou kunnen worden gefaciliteerd als veranderproces.&#8217;</p>
<p>&#8216;Wat ik goed vind is de benadering dat er vanuit investeringsfondsen wordt gewerkt. Deze fondsen – combinaties van de overheid en zakelijke investeerders – garanderen dat wat er wordt ondersteund ook levensvatbaar is. Anders dan bij subsidies, waar het gevaar bestaat dat er projecten ontstaan die niet op zichzelf kunnen staan of waar geen behoefte aan is vanuit de markt. Kunst is wel dat innovaties bereikbaar blijven in die investeringsfondsen. Er moeten wel risico’s genomen kunnen worden. Anders is kans op echte innovatie ook klein.&#8217;</p>
<h4>Deze video inspireert Maikel</h4>
<p>&#8216;Het is misschien niet het meest toegankelijke stukje video toch wil ik het graag delen. Het is oude opname uit 1997. Daarin reageert Steve Jobs (apple) op een kritische vraag van een techneut uit het publiek. Ik vindt het onthullend hoe scherp hij vertelt waar het om gaat bij het ontwerpen en innoveren. Niet om de techniek. Het gaat om de ervaringen van gebruikers en klanten.&#8217;</p>
<p><iframe loading="lazy" title="Steve Jobs Insult Response" width="900" height="675" src="https://www.youtube.com/embed/FF-tKLISfPE?feature=oembed" frameborder="0" allow="accelerometer; autoplay; clipboard-write; encrypted-media; gyroscope; picture-in-picture; web-share" referrerpolicy="strict-origin-when-cross-origin" allowfullscreen></iframe></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>* verstandelijk-gehandicaptenzorg<br />
** verpleeg-, verzorgingshuizen of de Thuiszorg</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-maikel-eikenboom-van-carante-groep/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">6607</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Aan het woord: Quirine Dijkman van Abrona</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-quirine-dijkman-van-abrona/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=aan-het-woord-quirine-dijkman-van-abrona</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-quirine-dijkman-van-abrona/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jet Dingemans]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 19 Nov 2018 07:00:47 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[Abrona]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=4567</guid>

					<description><![CDATA[Quirine Dijkman is teamleider Centrale Registratie en Verantwoording bij Abrona. In dit interview vertelt ze over werken in de zorg, de uitdagingen in de zorgsector en haar visie op de toekomst van zorg.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>INTERVIEW // Wat vinden jullie van de Nederlandse zorgsector? Om daar achter te komen gaan we het gesprek aan met professionals op verschillende posities en uit verschillende sectoren in de zorg. Quirine Dijkman is teamleider Centrale Registratie en Verantwoording bij Abrona. In dit interview vertelt ze over werken in de zorg, de uitdagingen in de zorgsector en haar visie op de toekomst van zorg.</em></p>
<div style="background-color: #fff7ff; padding: 5px; margin: 10px; border: 1px solid #CDC7CB;">
<p style="padding-left: 30px;">Bij Abrona worden mensen met een verstandelijke beperking of maatschappelijk probleem in de provincie Utrecht begeleidt door ongeveer 1300 gedreven medewerkers en vrijwilligers. Zij kunnen daar rekenen op ondersteuning die mee verandert met het leven.</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
<h4><strong>Wat was voor jou de reden om te kiezen voor de zorgsector?</strong></h4>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="  wp-image-4569 alignleft" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Quirine-Dijkman.jpg" alt="Quirine Dijkman" width="220" height="313" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Quirine-Dijkman.jpg 2250w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Quirine-Dijkman-211x300.jpg 211w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Quirine-Dijkman-720x1024.jpg 720w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Quirine-Dijkman-2000x2844.jpg 2000w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Quirine-Dijkman-1600x2276.jpg 1600w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Quirine-Dijkman-300x427.jpg 300w" sizes="auto, (max-width: 220px) 100vw, 220px" />Ik ben van oorsprong verpleegkundige en heb jarenlang als teamleider in verpleeghuizen en ziekenhuizen gewerkt. Acht jaar geleden besloot ik over te stappen naar een grote bank om daar als teamleider te werken. Toen mijn afdeling een paar jaar geleden onderdeel was van een reorganisatie stond ik voor de keus; doorgaan in de financiële sector of niet. Uiteindelijk heb ik toch gekozen voor een functie in een zorginstelling omdat de cultuur beter bij mij past. De informele manier van werken en de cliënt waar je (indirect) voor zorgt. Als teamleider Centrale Registratie en Verantwoording geef ik momenteel leiding aan alle administraties van Abrona; de zorgadministratie, financiële administratie, HR-administratie, salarisadministratie en opleidingsadministratie. Nog steeds heb ik geen spijt dat ik weer terug ben gegaan naar de zorg. Ik ben blij dat ik kan bijdragen aan een goed en leuk leven voor mensen die hulp nodig hebben.</p>
<h4><strong>Waarvan krijg je energie bij het uitvoeren van je werk? </strong></h4>
<p>Ik krijg er energie van dat ik de ruimte krijg om mijn ideeën vorm te geven, uit te proberen en de goede in te zetten zodat mijn teamleden hier beter van worden. Daarnaast krijg ik terug van collega’s die tijdelijk in mijn teams werken dat ze heel goed ontvangen zijn en dat het leuk is om bij ons te werken. Ik word er blij van dat ik daar een bijdrage aan kan leveren.</p>
<p>Wat ik ook leuk vind, is dat ik kansen krijg om verbeterprojecten te starten. Sinds de zomer ben ik projectleider van een project voor procesmanagement. Samen met collega’s uit de zorg zijn we bezig om te zoeken naar een systeem waar processen makkelijk in zijn te beschrijven of uit te werken. En we pakken de knelpunten aan waar de meeste collega’s last van hebben. Er gaat nu te veel tijd verloren in het zoeken of dubbel werk doen, dat is zonde en het geeft frustratie. Elke minuut die we hiermee besparen kan ingezet worden voor directe zorg aan onze cliënten. En dat is hetgeen waar ook ik me voor wil inzetten, meer tijd voor de client.</p>
<h4><strong>Waarin verschilt volgens jou de zorgorganisatie van de toekomst met die van nu?</strong></h4>
<p>Technologie gaat ons steeds meer helpen met het geven van goede zorg of begeleiding. Ik verwacht bijvoorbeeld veel van de inzet van robots, voor zowel de cliënt als voor de zorgverlener. Hoe dit er precies uitziet weet ik niet, maar ik denk dat iedereen met een robot te maken krijgt. Daarnaast wordt de cliënt (en diens sociale netwerk) een belangrijke gesprekspartner in de uitwerking en differentiatie van de zorg. Door echt met elkaar in gesprek te gaan, kun je als zorginstelling ook bijdragen aan preventie. We gaan niet meer zorgen voor maar zorgen mét.</p>
<p>Meer regie voor de cliënt gaat een grote rol spelen. De impact is nu al zichtbaar; we proberen de cliënt en diens familie al veel te betrekken, maar het kan natuurlijk altijd beter. Waar we in de toekomst naartoe moeten is dat we op basis van gelijkwaardigheid met elkaar om de tafel zitten. Nu is het nog vaak zo dat ‘de zorg’ het beter weet en de cliënt of familie alleen via de cliëntraad kan proberen invloed te krijgen, en alleen via deze weg de bestuurder kan aanspreken. Als je het vertrouwen in elkaar heb dat je goede zorg levert en wil leveren, en je hier beide een bijdrage aan kunt leveren dan bereik je meer met elkaar.</p>
<p>Op de kortere termijn is de groei en verplaatsing van zorg in de WMO op dit ogenblik een belangrijk onderwerp in onze eigen organisatie. Steeds meer mensen blijven thuis en krijgen daar begeleiding of zorg.</p>
<h4><strong>Welke impact heeft de veranderende zorg op kennis en vaardigheden van medewerkers?</strong></h4>
<p>Men krijgt meer verantwoordelijkheden maar ook meer mogelijkheden om het werk te organiseren zoals ze zelf willen. Dit vraagt veel van mensen als het gaat om samenwerken, feedback geven, het gesprek aangaan (in plaats van alleen maar de taken uitvoeren). Vooral de soft skills van mensen worden belangrijker.</p>
<h4><strong>Wat zou je de minister en de Secretaris-Generaal van VWS adviseren?</strong></h4>
<p>Minder regels en ‘hokjes’ waar iemand in moet zitten om zorg te krijgen. Het is voor óns al moeilijk om te begrijpen wat pgb, vvp, zzp 3 t/m 8 inhoudt, laat staan dat de cliënt en familie dit begrijpen.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/aan-het-woord-quirine-dijkman-van-abrona/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">4567</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Koplopers Top 50: Evert Jan van Maren // Trajectum</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-evert-jan-van-maren-trajectum/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=koplopers-top-50-evert-jan-van-maren-trajectum</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-evert-jan-van-maren-trajectum/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jaap Jan Brouwer]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 14 Nov 2018 10:07:02 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[interview]]></category>
		<category><![CDATA[Koplopers in de Zorg]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=5883</guid>

					<description><![CDATA[KOPLOPERS IN DE ZORG // Jaap Jan Brouwer van Koplopers in de Zorg interviewt bestuurders in de zorg voor de serie Koplopers Top 50. Dit keer spreekt hij met Evert Jan van Maren van Trajectum.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p class="no-underline"><img loading="lazy" decoding="async" class=" size-full wp-image-163 alignleft" src="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?resize=122%2C113&amp;ssl=1" alt="koplopers-logo-122x113" width="122" height="113" data-attachment-id="163" data-permalink="https://zorgcommunity.com/supporters-zorgcommunity/koplopers-logo-122x113/" data-orig-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=122%2C113&amp;ssl=1" data-orig-size="122,113" data-comments-opened="1" data-image-meta="{&quot;aperture&quot;:&quot;0&quot;,&quot;credit&quot;:&quot;&quot;,&quot;camera&quot;:&quot;&quot;,&quot;caption&quot;:&quot;&quot;,&quot;created_timestamp&quot;:&quot;0&quot;,&quot;copyright&quot;:&quot;&quot;,&quot;focal_length&quot;:&quot;0&quot;,&quot;iso&quot;:&quot;0&quot;,&quot;shutter_speed&quot;:&quot;0&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;orientation&quot;:&quot;0&quot;}" data-image-title="koplopers-logo-122×113" data-image-description="" data-medium-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=113%2C113&amp;ssl=1" data-large-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=113%2C113&amp;ssl=1" /></p>
<p>KOPLOPERS IN DE ZORG //<em> Er is veel kennis en ervaring te vinden onder bestuurders in de zorg. Om deze kennis te verzamelen en delen interviewt Jaap Jan Brouwer van Koplopers in de Zorg bestuurders in de zorg voor de serie <a target="_blank" href="http://www.koplopersindezorg.nl/top50.html">Koplopers Top 50</a>. Zo ontstaat een sectorbreed beeld van de belangrijkste thema’s en de wijze waarop bestuurders daarop inspelen.</em></p>
<p>Organisatie: Trajectum<br />
Bestuurder: Evert Jan van Maren</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="  wp-image-5885 alignright" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Evert-Jan-van-Manen.jpg" alt="Evert Jan van Maren" width="192" height="288" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Evert-Jan-van-Manen.jpg 800w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Evert-Jan-van-Manen-200x300.jpg 200w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Evert-Jan-van-Manen-683x1024.jpg 683w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/11/Evert-Jan-van-Manen-300x450.jpg 300w" sizes="auto, (max-width: 192px) 100vw, 192px" />Trajectum biedt professionele en wetenschappelijk onderbouwde behandelingen aan  cliënten met een lichte verstandelijke beperking en onbegrepen, risicovol gedrag, al dan niet met een forensische achtergrond. Het betreft cliënten binnen de driehoek GGZ – GHZ – Forensische Zorg. Trajectum wil met deze behandeling bereiken dat cliënten beter in staat zijn om op een verantwoorde en aanvaardbare manier te kunnen functioneren in de maatschappij. Trajectum organiseert dit in een netwerk van hulpverleningsvormen, zowel binnen de eigen organisatie als in goede samenwerking met andere organisaties.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h4><strong>Wat zijn op het ogenblik de belangrijkste onderwerpen die in de sector spelen?</strong></h4>
<p>Er speelt op dit ogenblik een groot aantal onderwerpen op diverse terreinen. Voor ons is een van de belangrijkste thema’s de arbeidsmarkt: goede medewerkers krijgen en houden. Steeds meer medewerkers kiezen voor een ZZP-status. In eerste instantie waren dat alleen de psychiaters, nu kiezen ook steeds meer psychologen voor een dergelijke status. Het gevolg is steeds wisselende medewerkers, terwijl de doelgroep vooral vanuit de relatie benaderd dient te worden; dit draagt niet bij aan het herstel. Meer in het algemeen is de vraag aan de orde hoe medewerkers beter te binden zijn aan de organisatie. De arbeidsmarkt in de hele zorgsector is krap. Als een van de antwoorden op deze problematiek zal P&amp;O zich dienen te ontwikkelen tot strategisch Human Resource Management.</p>
<p>We verwachten dat de krapte op de arbeidsmarkt niet op afzienbare zal verminderen. De ‘war for talent’ waar al jaren over gesproken wordt, is inmiddels realiteit. Deze ontwikkelingen maken dat de grote uitdaging voor de toekomst is om dezelfde goede kwaliteit zorg te blijven leveren met minder mensen. Middelen die dit mogelijk kunnen maken zijn bijvoorbeeld beeldbellen en het inzetten smartphones, met andere woorden het inzetten van technologie als middel ter ondersteuning. Dit type innovaties kent echter een aantal knelpunten: de projecten stoppen meestal als de subsidie stopt en er is vaak weerstand bij de medewerkers om met deze nieuwe technologieën aan de slag te gaan. Een van de achterliggende redenen is dat de opleidingen nog steeds op een wat oudere leest geschoeid zijn en te weinig aandacht besteden aan nieuwere vormen van hulpverlening. De uitdaging is om deze wijze van denken, deze <em>mindset</em> bij de medewerkers te veranderen. De ervaring leert dat cliënten er meestal wel voor openstaan, en het omarmen.</p>
<p>ICT neemt een steeds belangrijker plaats in binnen Trajectum. Het krijgt ook meer en meer een strategisch positie en ondersteunt de primaire processen en bedrijfsprocessen. Trajectum krijgt dankzij de inzet van ICT ook steeds meer vat op strategisch relevante informatie als ontwikkelingen binnen de doelgroep, het klantproces en de kosten en opbrengsten daarvan. Daarnaast willen we ICT inzetten als middel in het primaire proces zelf, dus in de directe zorg, om regie richting de client te brengen en op deze wijze daadwerkelijk rondom de client te gaan organiseren. Dat vergt bij de doelgroep van Trajectum natuurlijk allerlei specifieke maatregelen, maar er is geen intrinsieke reden waarom we dit bij onze doelgroep niet zouden gaan toepassen.</p>
<p><strong> </strong></p>
<h4><strong>Hoe zou u de positie van uw organisatie in de sector willen omschrijven?</strong></h4>
<p>Trajectum zit in het topje van de driehoek Forensische/GGZ-/GHZ-problematiek: het zijn de meest problematische cliënten die niet goed in de huidige systemen passen. Er is moeilijk regie op deze groep te krijgen die vanuit verschillende expertisevelden moet worden benaderd en bovendien vanuit diverse financieringsstromen wordt betaald. Trajectum is een organisatie die bij uitstek binnen netwerken met Justitie, GGZ- en GHZ-organisaties opereert: zij moet een partner voor de partijen in deze netwerken zijn. Doordat je aan de ene kant regie wilt houden en goede zorg wilt leveren en aan de andere kant afhankelijk bent van verschillende financieringsstromen, is een goede inrichting van de backoffice van groot belang. Als dit niet op orde is, loopt een en ander op allerlei plaatsen in het honderd.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h4><strong>Welke aansprekende innovaties hebben de afgelopen periode gespeeld?</strong></h4>
<p>We zijn voortdurend bezig met innovaties die vaak interessante mogelijkheden bieden. Zo hebben we het werken met virtual reality geïntroduceerd, waarbij er onder gecontroleerde omstandigheden allerlei situaties kunnen worden nagebootst. Verder wordt vanuit Trajectum professor dr. Robert Didden, hoogleraar orthopedagogiek, leren en ontwikkelen, gefinancierd. Zijn onderzoeksgebied is het ontwikkelen van aantoonbaar werkzame interventies. De uitdaging voor ons is hierbij tweeledig: enerzijds de koppeling van de theorie aan de praktijk door toetsing, anderzijds het zorgen voor de verspreiding van deze methodieken binnen onze organisatie en de aan onze organisatie verbonden netwerken.</p>
<p>Een andere innovatie is de al eerder genoemde ICT: we kijken welke data ertoe doet en op welke wijze ze te ontginnen zijn, naast het optimaliseren van de ICT voor zowel het primair proces als de backoffice.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h4><strong>Welke leerpunten hebben deze innovaties opgeleverd</strong></h4>
<p>De leerpunten van de afgelopen jaren zijn dat het opschalen van innovaties altijd weer een uitdaging is, evenals het meekrijgen van de medewerkers in het veranderen van de mindset. Daar zal ook veel van onze aandacht de komende jaren naartoe gaan.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h4><strong>Welke kennis zou uw organisatie graag willen delen?</strong></h4>
<p>Trajectum is gezien zijn gespecialiseerde doelgroep typisch een organisatie die gericht is op het delen van inhoudelijke kennis over deze doelgroep met anderen. Daar zijn we goed in en we kunnen een breed scala aan erkende interventies bieden. Deze kennis over de doelgroep is over de jaren heen opgebouwd en zit in het DNA van Trajectum. Dat wat we kunnen vangen in erkende interventies delen we, waarbij we ondertussen alweer aan het innoveren zijn in het behandelen, bejegenen en beveiligen bij onze doelgroep. We blijven zo aan het front staan van alle nieuwe ontwikkelingen bij deze doelgroep.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h4><strong>Wat vindt u de belangrijkste uitdagingen voor de komende periode?</strong></h4>
<p>De belangrijkste uitdagingen zijn al eerder genoemd: het vinden en verbinden van personeel aan de organisatie. Daarnaast op creatieve wijze kijken of we met behulp van technologie onze zorgprocessen zo in kunnen richten dat we met minder mensen – gezien de krapte op de arbeidsmarkt &#8211; toch de kwaliteit van zorg kunnen blijven bieden die we nu ook bieden, want dat is het uiteindelijke doel. Technologie kan daarbij een goed middel zijn.</p>
<h4></h4>
<h4><strong>Welke ambities heeft uw organisatie voor de komende periode?</strong></h4>
<p>We willen dé partner zijn voor de mensen in het topje van de driehoek, die kwalitatief hoogwaardige zorg levert, en we willen een betrouwbare partner zijn in onze netwerken. We willen een aantrekkelijke werkgever worden en blijven waar mensen zich met hart en ziel inzetten voor onze mooie doelgroep. We willen topkwaliteit bieden in de behandeling en dit ook naar buiten laten weten. Daarnaast is onze ambitie dat alle randvoorwaarden, zoals ICT, binnen de organisatie goed op orde zijn om zaken excellent te regelen achter de schermen, zonder dat de mensen die het dagelijks werk doen daar last van hebben.</p>
<p><strong> </strong></p>
<h4><strong>Met welke resultaten bent u tevreden?</strong></h4>
<p>We zijn tevreden als wanneer het ergens in den lande moeilijk wordt, men denkt ‘laten we Trajectum voor dit probleem bellen’. We zijn dan de erkende autoriteit en partner in de sector op basis van kwaliteit en bekendheid.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-evert-jan-van-maren-trajectum/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">5883</post-id>	</item>
		<item>
		<title>De visie van Steven Burgmeijer // Spaarne Gasthuis</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/steven-burgmeijer-spaarne-gasthuis/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=steven-burgmeijer-spaarne-gasthuis</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/steven-burgmeijer-spaarne-gasthuis/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jet Dingemans]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 26 Oct 2018 06:00:21 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[interview]]></category>
		<category><![CDATA[Spaarne Gasthuis]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=4484</guid>

					<description><![CDATA[INTERVIEW // Na het grootste deel van zijn carrière door te brengen bij de Overheid, koos hij dit jaar voor een baan in de zorg. Lees het interview dat Steven Burgmeijer gaf voor de HRtop100.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>INTERVIEW // <em>Steven Burgmeijer is Manager HR Spaarne Gasthuis. Het grootste deel van zijn werkende leven heeft hij doorgebracht voor de Overheid. Sinds april 2018 is hij werkzaam voor het Spaarne Gasthuis. Dit interview werd eerder gepubliceerd via <a target="_blank" href="http://www.hrtop100.nl/" target="_blank" rel="noopener">hrtop100.nl</a></em></p>
<hr />
<h5 style="text-align: center;">´Organisaties moeten direct stoppen met traditionele medewerkerstevredenheidsonderzoeken. Het is statisch en eenzijdig´</h5>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="  wp-image-4490 alignright" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/stevenburgmeijer2.jpg" alt="Steven Burgmeijer - HRtop100" width="216" height="278" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/stevenburgmeijer2.jpg 386w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/stevenburgmeijer2-233x300.jpg 233w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/stevenburgmeijer2-300x387.jpg 300w" sizes="auto, (max-width: 216px) 100vw, 216px" />Naar eigen zeggen werd hij volwassen bij het Openbaar Ministerie, maar na het grootste deel van zijn carrière voor het Rijk te hebben gewerkt, gooide Steven Burgmeijer dit jaar het roer om. Hij verruilde Den Haag voor Hoofddorp en Haarlem, en ging aan de slag als HR-eindverantwoordelijke bij het Spaarne Gasthuis. ‘Wanneer je bij de rijksdienst zegt dat je het OM gaat verlaten voor een functie met een tijdelijk contract, kijkt 80% alsof ze water zien branden. Maar mijn gevoel zei dat het moest.’</p>
<p>Op 3 januari zat hij bij de bestuursvoorzitter om zijn vertrek aan te kondigen, ondanks dat hij niets nieuws in het vizier had. ‘Tijdens oud en nieuw keek ik in de spiegel voor een moment van reflectie en besloot: in 2018 ga ik weg bij het OM.’ Drie dagen later werd hij gebeld voor de vacature bij het Spaarne Gasthuis. In de zes vestigingen van dit ziekenhuis staan 4000 medewerkers dag en nacht klaar voor hun patiënten en krijgen daarnaast nog eens 100 verpleegkundigen in opleiding en 150 verpleegkunde-stagiairs een opleidingsplek.</p>
<h5 style="text-align: center;">‘Eén en één is drie’</h5>
<p>Als HRM’er heeft Burgmeijer een zeer sterk gevoel voor de brede bedrijfsvoering. Het mooie van HR vindt hij het creëren van synergie. ‘In finance is een plus een altijd twee, dat kun je laten zien in de spreadsheets. Bij HR kan het geheel meer zijn dan de som der delen, alleen kun je dat niet altijd aanwijzen op de spreadsheet. Daarin ben ik complementair aan waar de dominantie in de bedrijfsvoering zit.’ Dat HR geen harde wetenschap is, verklaart volgens hem ook de groeiende vraag naar HR-analytics. Daarbij onderstreept Burgmeijer het belang van iemand in de board die het lef en de durf heeft om ook het perspectief van de social sciences te laten zien. ‘Je kunt steeds meer cijfermatig maken, maar het is nooit HR die 10 miljoen winst heeft gemaakt. Het gaat om synergie en het leggen van de verbanden. Dat vraagt om moed én bescheidenheid.’</p>
<h5 style="text-align: center;">’Ik ben een HRM’er die kijkt naar wat wél kan.’</h5>
<p>Burgmeijer vindt het ongelofelijk om te zien dat in anderhalf jaar tijd binnen veel sectoren – waaronder de zorg – de focus is verschoven van het omgaan met te veel personeel, naar het aanpakken van een tekort aan personeel. ‘In tijden van economische groei ervaar je snel schaarste. Vaak wordt dan gedacht “Ik heb nú weer de middelen dus ik wil nú personeel!“ Maar zo werk het niet meer.’ Zijn ambitie is om het denken in de ruit te introduceren. De punten van de perfecte ruitvorm bestaan uit geld, productie, prestaties én HR. HR is nu nog een black box volgens Burgmeijer, terwijl de punt van HR de ruit mede balans geeft. ‘Het zwaartepunt in de sturing ligt meestal op zorg (productie) en geld. Prestaties en HR worden vaak als excuus opgevoerd als harde resultaten niet gehaald worden. We zijn een opleidingsziekenhuis en doen aan innovatie en wetenschappelijk onderzoek, dus we leveren niet alleen productie, maar ook andere prestaties die zich verhouden tot de financiële resultaten en de personeelsbezetting.’ Burgmeijer ziet dat deze manier van denken ook in de zorgsector nog in ontwikkeling is. Zijn streven is dan ook om de importantie van goede HR en de verschillende knoppen waaraan je kunt draaien duidelijk te maken.</p>
<h5 style="text-align: center;">‘Je moet dingen opbouwen vanaf de werkvloer, bottom-up.’</h5>
<p style="text-align: left;">
Voor de meeste organisaties geldt dat veranderingen elkaar niet meer lineair, maar steeds sneller, exponentieel opvolgen. Daarom gelooft Burgmeijer niet in reorganisaties: ‘je wil van punt A naar punt B gaan binnen een bepaalde periode, maar tegen de tijd dat je bij punt B aankomt is de situatie alweer veranderd en kun je weer van voor af aan beginnen.’ Als er een beslissing is genomen, wil dat volgens Burgmeijer ook niet zeggen dat het niet meer ter discussie wordt gesteld. ‘Zoals dat geldt voor second opinions in de zorg, zie je dat tegenwoordig ook bij werkgever- en werknemerschap.’</p>
<h5 style="text-align: center;">
‘Het gaat erover wat je bijdrage is en wat je nodig hebt om je werk goed te doen.’</h5>
<p>Met het oude medewerkerstevredenheidsonderzoek moeten we direct stoppen volgens Burgmeijer. ‘Het is statisch en eenzijdig. Je bevraagt de medewerker die – anoniem – van alles kan roepen en vervolgens stokt het proces.’ Beter werkt het volgens hem wanneer je medewerkersparticipatie beoogt en de vragen niet generiek zijn maar worden aangepast op het betreffende organisatieonderdeel en overal, op ieder moment gesteld kunnen worden. ‘Je geeft niet alleen aan wat je ergens van vindt, maar ook wat er volgens jou moet gebeuren en wat je eigen rol daarin is. Dan wordt het een dialoog.’ HR bestaat eigenlijk ook voor een groot deel uit communicatie, je moet zorgen voor een gemeenschappelijke taal, stelt Burgmeijer. ‘Je ziet alleen de top van de ijsberg, maar hoe kom je bij de onderstroom? Straks zit je allebei ja te knikken en blijkt vervolgens bij de uitvoering dat je totaal niet op dezelfde lijn zit.’</p>
<p>Bij het Spaarne Gasthuis maken ze gebruik van Deep Democracy-technieken om boven tafel te krijgen wanneer mensen ja zeggen, maar nee voelen. ‘Daarmee zorg je ervoor dat je met elkaar reflecteert en stilstaat bij wat er nodig is om aan boord te komen. Dan krijg je ruimte om te zeggen wat je belangrijk vindt en wanneer er dan uiteindelijk een besluit wordt genomen, is de adaptatie heel hoog.’ Dat resulteerde de afgelopen maanden bijvoorbeeld in wekelijkse leiderschap- en strategiesessies met alle leidinggevenden. ‘Die leidinggevenden moeten de strategie vervolgens in de organisatie implementeren. Dat is hartstikke moeilijk. De volgende uitdaging is dus, hoe faciliteren we de leidinggevenden daarbij?’</p>
<h5 style="text-align: center;">‘Drie jaar na de fusie kunnen we meer vooruitkijken dan terugkijken.’</h5>
<p>In 2015 ontstond het Spaarne Gasthuis uit een fusie van het Spaarne Ziekenhuis en het Kennemer Gasthuis. Daar zie je nog steeds de sporen van volgens Burgmeijer, maar tegelijkertijd is het ook het ideale moment om binnen te komen als manager HR. Het ziekenhuis is bezig met de toekomststrategie, waarbij wordt gekeken naar de ontwikkelingen in de zorg en de implicaties daarvan voor het organiseren. ‘Het fundament is stevig – wat zorgt voor een goede uitgangspositie – en het ambitieniveau om het ziekenhuis van de toekomst te worden is hoog, hoewel we daar geen exact beeld van hebben.’</p>
<p>Het Spaarne Gasthuis zit in een groeiregio, maar heeft wel veel te maken met de specialisaties die al in Amsterdam te vinden zijn. Daarom zijn ze binnen de organisatie bezig met vraagstukken als: hoe werk je slim samen, welke zorg wil je binnenshuis houden of misschien zelfs laten groeien, en wat wil je transformeren of verplaatsen? Niet alle zorg hoeft per se in het ziekenhuis plaats te vinden, maar kan ook thuis of op een andere plek in de keten worden geleverd. Dit drukt vervolgens een belangrijke stempel op keuzes die gemaakt moeten worden op het gebied van personeel, maar ook op bijvoorbeeld huisvesting en vastgoed. ‘In Haarlem moeten we een nieuw ziekenhuis bouwen, maar wat ga je dan bouwen en moet het wel dezelfde afmetingen krijgen als nu?’ vraagt Burgmeijer zich af.</p>
<h5 style="text-align: center;">‘Op het moment dat je daar binnenstapt, stap je in het leven van mensen.’</h5>
<p>Dat zijn nieuwe plek in de zorg moest zijn wist Burgmeijer direct. Vanwege de maatschappelijke relevantie, maar ook vanwege de passie en bevlogenheid van de medewerkers in de zorg. ‘Wat dat betreft tonen zorgprofessionals en juridische professionals wel overeenkomsten.’ Toch vindt hij nog steeds weinig plekken zo interessant als het OM. ‘Het OM speelt een unieke rol in Nederland en de strafrechtketen, met aan de voorkant het werk van de politie en aan de achterkant de rechtspraak. Wanneer je nu.nl bekijkt, gaan gemiddeld vijf van de eerste tien regels direct of indirect over dat werk. Dat geldt eveneens voor de zorg. Een ziekenhuis is een volcontinu bedrijf, onderdeel van een keten en midden in de maatschappij. Het is geen koekjesfabriek.’</p>
<p>Ook in een ziekenhuis werken veel mensen samen, moet je rekening houden met ontzettend veel verschillende belangen en stakeholders, en er is een groot afbreukrisico. ‘Dat maakt het complex en vreselijk uitdagend.’ Vier maanden na de overstap vindt Burgmeijer het de beste keuze die hij ooit gemaakt heeft. Hij ervaart het Spaarne Gasthuis als een gepassioneerde en professionele organisatie, waarin medewerkers keihard werken aan het leveren van de beste zorg, maar er ook mee worstelen. ‘Er zit zoveel in protocollen en processen, maar uiteindelijk blijft het gewoon mensenwerk en dat is rete-ingewikkeld.’</p>
<p>&nbsp;</p>
<hr />
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/steven-burgmeijer-spaarne-gasthuis/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">4484</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Koplopers Top 50: Jolande Tijhuis // Vincent van Gogh voor GGZ</title>
		<link>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-jolande-tijhuis-vincent-van-gogh-voor-ggz/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=koplopers-top-50-jolande-tijhuis-vincent-van-gogh-voor-ggz</link>
					<comments>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-jolande-tijhuis-vincent-van-gogh-voor-ggz/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Jaap Jan Brouwer]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 17 Oct 2018 06:00:06 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[Koplopers in de Zorg]]></category>
		<category><![CDATA[Vincent van Gogh voor GGZ]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://zorgcommunity.com/?p=4440</guid>

					<description><![CDATA[KOPLOPERS IN DE ZORG // Jaap Jan Brouwer van Koplopers in de Zorg interviewt bestuurders in de zorg voor de serie Koplopers Top 50. Dit keer spreekt hij met Jolande Tijhuis van Vincent van Gogh voor GGZ.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p class="no-underline"><img loading="lazy" decoding="async" class=" size-full wp-image-163 alignleft" src="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?resize=122%2C113&amp;ssl=1" alt="koplopers-logo-122x113" width="122" height="113" data-attachment-id="163" data-permalink="https://zorgcommunity.com/supporters-zorgcommunity/koplopers-logo-122x113/" data-orig-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=122%2C113&amp;ssl=1" data-orig-size="122,113" data-comments-opened="1" data-image-meta="{&quot;aperture&quot;:&quot;0&quot;,&quot;credit&quot;:&quot;&quot;,&quot;camera&quot;:&quot;&quot;,&quot;caption&quot;:&quot;&quot;,&quot;created_timestamp&quot;:&quot;0&quot;,&quot;copyright&quot;:&quot;&quot;,&quot;focal_length&quot;:&quot;0&quot;,&quot;iso&quot;:&quot;0&quot;,&quot;shutter_speed&quot;:&quot;0&quot;,&quot;title&quot;:&quot;&quot;,&quot;orientation&quot;:&quot;0&quot;}" data-image-title="koplopers-logo-122×113" data-image-description="" data-medium-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=113%2C113&amp;ssl=1" data-large-file="https://i2.wp.com/zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/06/koplopers-logo-122x113.jpg?fit=113%2C113&amp;ssl=1" /></p>
<p>KOPLOPERS IN DE ZORG // Er is veel kennis en ervaring te vinden onder bestuurders in de zorg. Om deze kennis te verzamelen en delen interviewt Jaap Jan Brouwer van Koplopers in de Zorg bestuurders in de zorg voor de serie <a target="_blank" href="http://www.koplopersindezorg.nl/top50.html">Koplopers Top 50</a>. Zo ontstaat een sectorbreed beeld van de belangrijkste thema’s en de wijze waarop bestuurders daarop inspelen.</p>
<p><span style="font-weight: 400;">Organisatie: Vincent van Gogh voor GGZ (VVG)<br />
</span><span style="font-weight: 400;">Bestuurder: Jolande Tijhuis</span></p>
<p>&nbsp;</p>
<h3><b>Stand van zaken in de sector</b></h3>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="  wp-image-4442 alignright" src="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/Jolande-Tijhuis-3548491308-1539256785962.jpg" alt="Jolande Tijhuis" width="274" height="369" srcset="https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/Jolande-Tijhuis-3548491308-1539256785962.jpg 1353w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/Jolande-Tijhuis-3548491308-1539256785962-223x300.jpg 223w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/Jolande-Tijhuis-3548491308-1539256785962-761x1024.jpg 761w, https://zorgcommunity.com/wp-content/uploads/2018/10/Jolande-Tijhuis-3548491308-1539256785962-300x404.jpg 300w" sizes="auto, (max-width: 274px) 100vw, 274px" /></p>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;Binnen de sector zie je een ontwikkeling die erop gericht is mensen met GGZ-klachten eerder en dichter in het eigen netwerk met behulp van alle formele, informele zorg en beschikbare technologie te helpen. In het verlengde daarvan hebben we vanuit Vincent van Gogh voor GGZ (VVG) de ambitie om de keten en het netwerk rondom de cliënt te versterken en de cliënt de mogelijkheid te geven zelf regie te voeren over het op- of afschalen van de zorg.  Het grootste deel van de sector is vooral bezig met het compenseren van veranderingen, in plaats van zelf veranderingen in gang te zetten en dus regie te houden. Vincent van Gogh heeft de afgelopen jaren daadwerkelijk stappen gezet op dit vlak.&#8217;</span></p>
<p>&nbsp;</p>
<blockquote><p><span style="font-weight: 400;">‘Anderen zeggen dat ze het doen, wij doen het’</span></p></blockquote>
<p>&nbsp;</p>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;Voor de toekomstige wijze van werken is het netwerk van groot belang en we hebben daar de afgelopen jaren veel in geïnvesteerd. Dat loopt nu goed en we zien dat technologie daarbij een belangrijk verbindend element is. Het netwerk ten behoeve van de cliënt is breed en omvat nu ook somatiek, scholing, welzijn en wonen aangezien de cliënten zich kenmerken voor veel met elkaar samenhangende problematiek. Hierdoor worden organisaties uit meerdere sectoren bij de cliënt betrokken; dit zijn andere spelers met andere financieringssystemen en verantwoordingsplichten, die moeten worden afgestemd op het netwerk. Om een beeld te krijgen wat werkelijk speelt en waar de prioriteiten van de cliënt liggen, wordt gewerkt met </span><i><span style="font-weight: 400;">Shared Decision Making</span></i><span style="font-weight: 400;">, gebaseerd op</span> <span style="font-weight: 400;">onderzoek van Evelien Joosten.&#8217;</span></p>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;Deze wijze van werken heeft duidelijk gemaakt dat er in de ogen van de cliënt veel moet veranderen in de zorg- en hulpverlening en dat andere problemen zoals de financiën, de psychische problematiek vaak overstijgen. Zo bleken financiële problemen zowel de aanleiding voor crises, als een drempel voor herstel te zijn. Daarnaast hebben we een vijfjaarscontract gesloten met de verzekeraars VGZ en CZ in het kader van het project Zinnige Zorg om in netwerkverband, sectoroverstijgend te kunnen werken. Op deze wijze kunnen budgetten opnieuw worden gerangschikt en is de <em>patient’s journey</em> leidend.&#8217;</span></p>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;De kennis van VVG wordt in dit kader niet alleen ingezet voor eigen organisatie, maar eveneens voor de ondersteuning van andere hulpverleners als huisartsen en welzijnswerkers. De effecten zijn spectaculair te noemen: We gaan ervan uit in de toekomst substantieel, ketenbreed, minder budget nodig te hebben terwijl we samen meer cliënten, beter kunnen helpen. Hierbij hebben we op eigen kosten in nieuwe technologieën geïnvesteerd, die leiden tot producten met een lagere marge, een en ander geheel in lijn met de visie en het een aantal jaren geleden ingezette beleid. Hierbij lag in 2015 – 2016 onze focus op beddenreductie, en in de periode 2017 – 2018 op kwalitatieve groei in het kader van het project Zinnige Zorg. In het verlengde hiervan is de vraag welk portfolio en welke financiële omvang VVG in de toekomst moet hebben om goede zorg, inclusief acute zorg, te kunnen blijven leveren.&#8217;</span></p>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;Terwijl veel zorgorganisaties alleen maar groei willen, focussen wij ons op de kwaliteit van het portfolio op langere termijn. Omdat we niet willen groeien binnen de eigen markt – dat wil zeggen, niet meer producten slijten aan dezelfde patiënt &#8211; zullen we de door ons ontwikkelde ‘slimme’ zorgproducten ook in andere regio’s gaan aanbieden, willen we met de door ons ontwikkelde technologie andere inkomstenbronnen aanboren en door samenwerking de kosten van overhead proberen te verminderen.&#8217;</span></p>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;Veel specialistische cliënten zijn overgedragen aan de generalistische basis GGZ (GbGGZ), tussen huisartsen en GGZ-instellingen. VVG had oorspronkelijk 10.000 cliënten, waarvan er nu 3.000 – 4.000 in de GbGGZ behandeld worden, VVG had in het verlengde daarvan in 2017 6.700 cliënten. Slechts 7% van de cliënten uit de basis GGZ stroomt door naar de specialistische GGZ, hetgeen de effectiviteit van dit echelon weergeeft. Logisch zou zijn dat de prijs van deze 6.700 specialistische cliënten hoger zou zijn geworden, maar door innovaties zijn de kosten bij deze achterblijvende groep juist met gemiddeld 5% gedaald.&#8217;</span></p>
<p>&nbsp;</p>
<blockquote><p><span style="font-weight: 400;">Het invoeren van de basis GGZ is een soort stille revolutie geweest</span></p></blockquote>
<p>&nbsp;</p>
<h3><b>Innovaties</b></h3>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;VVG kent vele innovaties, hier volgen er een aantal. Een eerste is </span><i><span style="font-weight: 400;">123Psychiatrie</span></i><span style="font-weight: 400;">, een business-to-business dienst, waarbij via een digitaal platform een GGZ specialist consultaties geeft aan andere professionals. Deze cliënten werden in het verleden vaak ingestuurd omdat de betreffende professional, bijvoorbeeld de huisarts of een wijkteam, niet over voldoende kennis en ervaring beschikte.&#8217;</span></p>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;Op organisatieterrein worden de medewerkers steeds zelfstandiger gemaakt: VVG ontwikkelt zich van logge tanker naar een vloot van scheepjes, die binnen kaders hun eigen koers mogen uitzetten. Er wordt leidinggegeven aan de scheepjes door een manager en een specialist manager (managers met een specialisme): de één verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering, de ander is inhoudelijk verantwoordelijk. Hierbij hebben de specialist managers een compacte maatwerk opleiding binnen Nyenrode gehad (FMA-GGZ), die mede door VVG is ontwikkeld. Het is een voortdurende wisselwerking tussen wat de praktijk nodig heeft en wat de theorie kan bieden.&#8217;</span></p>
<p>&nbsp;</p>
<blockquote><p><span style="font-weight: 400;">Luie bestuurders moeten deze ambities niet nastreven.</span></p></blockquote>
<p>&nbsp;</p>
<h3><b>Leerpunten</b></h3>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;Er moet veel aandacht zijn om de lijn erbij te betrekken. In het begin hebben we vooral geprobeerd de lijn te ontlasten, maar dat heeft niet gebracht wat we ervan hadden verwacht. We hebben de koers wat verlegd naar een lichte centrale aansturing en meer betrekken van de managers. Ofwel, een goede balans tussen de lijn waar de waan van de dag speelt, de <em>going concern</em> en het innoveren dicht bij de teams. Het faciliteren van de teams is hierbij een kunst op zich. Daarnaast moet men ook durven innoveren en investeren, bijvoorbeeld op het terrein van technologie.&#8217;</span></p>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;Alles staat of valt met een goede visie en een ambitieus bestuur: je moet de mentale ruimte hebben om dit te doen en dus ook geen financiële besognes hebben. De belangrijkste ondersteunende processen moeten op orde zijn. Het is van belang de uitgezette lijn vast te houden en flexibel om te gaan met veranderende omstandigheden en in het verlengde hiervan <em>lean</em> en <em>mean</em> zijn. Anders kunnen tegenvallers niet opgevangen worden. Daarnaast zijn onze kosten zoveel mogelijk variabel gemaakt door uitbesteding en flexibele contracten. Hierdoor hebben we ‘vet op de botten’ om moeilijkere tijden te doorstaan, want niet alle innovaties zullen direct slagen. Falen mag, maar dan moet er wel goed worden geëvalueerd wat er wanneer fout ging.&#8217;</span></p>
<p>&nbsp;</p>
<h3><b>Kennis overdragen</b></h3>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;Kennisoverdracht is onderdeel van het project Zinnige Zorg van VGZ/CZ. Een vereiste voor deelname aan dit project is dat de innovatie overdraagbaar en opschaalbaar is. Kennis wordt daarnaast ook in de <em>going concern</em>s<em>ituatie</em> overgedragen: dankzij de kennis van VVG kunnen de partners in de keten betere zorg leveren. Daarnaast ondersteunt VVG de partners met algemene kennis op het terrein van zorg, management en organisatie.&#8217;</span></p>
<p>&nbsp;</p>
<h3><b>Uitdagingen</b></h3>
<p><span style="font-weight: 400;">&#8216;De uitdaging voor VVG is het voortzetten van het verandertraject en dit omzetten naar een duurzaam bedrijfsmodel, waarbij alle elementen van management, organisatie en medewerkers zijn doordacht. Van daaruit kan gekeken worden naar modellen die richting 2040 relevant zijn, met als doel een minimaal aantal cliënten in een intramurale setting te hebben. Daarnaast is een uitdaging de eigen regie verder inhoud en vorm te geven: de patiënt kan zelf de juiste behandelaar op het juiste moment kiezen. Ter ondersteuning van dit keuzeproces kan gedacht worden aan zorgplatforms waar vraag en aanbod gematched worden: de rol van VVG in het verlengde hiervan zou kunnen liggen op het terrein van het zorgen dat de zorgverleners een <em>license to operate</em> hebben.&#8217;</span></p>
<p>&nbsp;</p>
<blockquote><p><span style="font-weight: 400;">We willen veel klachten, daar leren we van</span></p></blockquote>
<p>&nbsp;</p>
<h3><b>Wanneer is men tevreden?</b></h3>
<p><span style="font-weight: 400;">Jolande Tijhuis is tevreden als men het er collectief over eens is dat deze wijze van de zorg organiseren zowel financieel als kwalitatief betere zorg oplevert. </span><i><span style="font-weight: 400;">‘</span></i><span style="font-weight: 400;">De markt moet nog veel leren.’</span></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://zorgcommunity.com/koplopers-top-50-jolande-tijhuis-vincent-van-gogh-voor-ggz/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">4440</post-id>	</item>
	</channel>
</rss>
