Coachen op persoonlijke kracht, in plaats van sturen op medische waarden

In de zorg draait het om patiënten, maar vreemd genoeg krijgen hun behoeften en ervaringen zelden echt een podium. In dit dubbelinterview stellen wij het perspectief van patiënten in de GG/ZZ-transitie centraal. Elly Rahder is diabetespatiënt én ervaringsdeskundige in trainingen en onderzoek van ROHA naar integrale, persoonsgerichte zorg. Marijn Aalders is ontwikkelaar en trainer van de GG/ZZ  Basis Leergang, fysiotherapeut en mede-oprichter van Bettery Institute. Hoe integreren we de ervaringen van patiënten in het veranderende zorgproces? De vraag; wat kan er beter wordt gesteld in dit interview van VOZ magazine.

Net terug van haar wekelijkse wandeling en druk met voorbereidingen van de Nationale Diabetes Challenge eind september in Amsterdam, steekt Rahder van wal. Nadat bij haar vrij onverwachts diabetes werd vastgesteld, kreeg ze van haar arts een praktijkondersteuner toegewezen. Die stimuleerde haar om anders te kijken naar het acceptatieproces. “Vanuit het positieve”, vertelt
Rahder. “Vanuit de focus op eigen kracht en gedrag. Wat kan ik zelf doen en hoe kan een zorgverlener mij ondersteunen?”.

De patiënt centraal stellen, horen we vaak. Wat verstaan jullie daar precies onder?

Rahder: “Voor mij betekent het dat zorgverleners niet te veel sturen op het proces van verbetering en niet te snel een bijzonder resultaat willen zien, maar de bestaande situatie als uitgangspunt nemen. Als de thuissituatie of het sociale leven belangrijk zijn, verdient dat de aandacht. Dit is sterk afhankelijk van iemands persoonlijke omstandigheden en gemoedstoestand. Soms valt een advies het ene moment wel goed, maar het volgende moment niet. Het is dus altijd zoeken naar balans. Zorgverleners moeten rekening houden met (de leefomgeving van) de persoon, zonder de deskundigheid uit het oog te verliezen. Want daar heeft de patiënt natuurlijk wel behoefte aan; een professional is niet de buurvrouw”.

Aalders: “Wat veel professionals graag doen is hulp bieden. Iets willen onderzoeken en oplossen voor een ander. Het is veel krachtiger om naar de power van de ander te kijken. Om ruimte te geven aan wat er voor hem/haar toe doet en dáár met je kennis en kunde op aansluiten. Dat vinden professionals lastig. De patiënt centraal stellen betekent deze tot expressie laten komen”.

Als ervaringsdeskundige bij de ROHA draagt Elly Rahder bij aan o.a. rollenspellen en het bespreken van casuïstiek. 

Vraag voor Rahder: Welke inzichten geef jij zorgverleners mee op basis van je eigen ervaringen?

“In deze rollenspellen kijk ik kritisch naar de houding van de zorgverlener: komt deze eerlijk over, betuttelend of ongeïnteresseerd terwijl ik mijn verhaal vertel? Ik vind het heel belangrijk dat ze geen spel spelen. Daarmee bedoel ik ook dat ze niet standaard handelingen uitvoeren met focus op medische waarden, maar creatief zijn in het samen zoeken naar vervolgstappen”, licht Rahder toe.

“De patiënt kan het niet alleen, maar de zorgverlener ook niet.”

Het verloop van het consult bepaalt dus grotendeels het succes van de behandeling? Hoe hoort die volgens jullie bij voorkeur te verlopen? Aalders: “In de training gebruiken wij de GG/ZZ gesprekstool. Dit is een leidraad om het gesprek te voeren en bestaat uit drie fasen:

1) een open explorerend deel over gezondheid, waarden en functioneren

2) een gedragsdeel waarin je richting, acties en vervolgstappen afstemt en

3) de hulpverlening. Dat laatste is soms helemaal niet meer nodig, omdat iemand heel duidelijk weet wat hij wil en gaat doen.”

Rahder: “Voor mij zijn veiligheid en vertrouwen belangrijk. Wanneer mijn zorgverlener op een ondersteunende en niet-veroordelende wijze reageert op mijn verhaal, kan ik mijn gedachten en gevoelens veilig uiten en mijn afweergedrag loslaten. Gevoelsgerichte positieve feedback draagt bij aan een betere dialoog tussen ons. Praktisch betekent dit: goed luisteren, empathie, erkenning, tone of voice, rust en geduld. Voor zorgverleners is het de kunst om iemand serieus te nemen, ook als het niet logisch is wat hij of zij zegt. Door de patiënt zelf het verhaal te laten vertellen, komt die zelf vaak tot oplossingen. Kleine dingen die kunnen bijdragen om je op lange termijn
beter te voelen. In mijn geval ontdekte ik zo dat mijn bloedsuikerwaarden grotendeels zijn terug te brengen tot gedrag, zoals beweging of omgaan met stress”.

“Mijn adagium is dat ik zoveel mogelijk zelf de regie kan en moet nemen ten aanzien van mijn aandoening. Al kan het nooit
volledige regie zijn; er is dialoog nodig om inhoudelijk te toetsen of gedrag aansluit bij de waarden van het ziektebeeld. De patiënt kan het niet alleen, maar de zorgverlener ook niet.”

“Mensen vinden het fijn om zelf aan het roer te staan.”

Elly Rahder had vanaf het begin een positieve ervaring met de praktijkondersteuner die haar werd toegewezen. Hoe werkt deze persoonsgerichte aanpak met patiënten die minder stevig in hun schoenen staan, weerstand hebben of gereserveerder het behandeltraject ingaan?

Aalders: “Het is een misvatting om te denken dat deze aanpak alleen bij gemotiveerde mensen werkt. Dat is nou juist zo leuk! Eén prikkelende vraag kan het verschil maken. De meeste mensen vinden het fijn om zelf aan het roer te staan en te vertellen wat er in hun leven speelt naast de klachten. Van daaruit kom je veel beter tot een richting en activatie. Patiënten kunnen dit proces helpen door goed te verwoorden wat ze belangrijk vinden. Nu komen ze vaak al geprogrammeerd bij een arts binnen met een veronderstelling wat die wil horen. Uiteindelijk vindt iedereen het leuk om zelf de eigen kracht te voelen, dat is mijn stellige overtuiging”.

Rahder: “Mijn ervaring is dat het fijn is om naar de praktijkondersteuner te gaan. Om samen te bespreken: waar staan we nu en wat kan er beter? Daarbij is een positieve benadering essentieel. Dus niet: je waarden zijn te hoog, dat is niet goed. Maar: je bent misschien minder ver gekomen dan gehoopt, wat gaan we nu doen? Probeer mensen te stimuleren om terug te komen en stap voor stap het proces richting te geven, rekening houdend met de etnische en culturele diversiteit van patiënten”.

“Verbindend werken, waarbij verschillende zorgverleners met één stem spreken.”

Deze cultuuromslag zal in de praktijk voor veel professionals buiten de comfortzone zijn en een flinke investering vragen…

Rahder: “In de rollenspellen valt het mij op dat artsen vaak het idee hebben dat ze al heel persoonsgericht werken. En ik denk ook dat ze het goed doen. Maar om de diepte in te gaan met patiënten is meer nodig, terwijl artsen tegen een barrière in tijd en geld aanlopen. Door laagdrempelige samenwerking met een praktijkondersteuner kan er verdieping ontstaan, waardoor er meer uitkomt bij een patiënt. Goed dat zorgverleners beseffen dat hiervoor een methodiek bestaat die effectief is”.

“Heel herkenbaar”, knikt Aalders. “Breed interviewen doe ik al, denken veel professionals, totdat ze in een training merken wat er nog meer mogelijk is. Wanneer we oefenen met het verschuiven van de regie, of stiltes durven laten vallen, schrikken ze hoeveel ze onbedoeld toch nog naar zich toe trekken en invullen. Dat is mens eigen. En ruimte geven is ook moeilijk wanneer er druk bestaat om in korte tijd tot een diagnose en registratie te komen. Tegelijkertijd raken ze geïnspireerd door alle nieuwe mogelijkheden die
zichtbaar ontstaan”.

De grootste uitdaging is nu dat zorginstellingen het proces op dezelfde manier gaan inrichten. Hoe kunnen we dat gezamenlijk bereiken? 

“Verbindend werken is essentieel”, beaamt Rahder. ”We hebben een integrale aanpak nodig, waarbij alle zorgverleners met één stem spreken.” Aalders: “Dat geldt in de eerste plaats voor het medische en sociale domein. Daarnaast moeten we erkennen dat het impact heeft op diverse niveaus: naast die van patiënt en zorgprofessional, ook van organisaties (cultuur-omslag) en het systeem van gemeente, verzekeraar en betaling. De huidige verzekeringsggelden zijn hier nog niet op ingericht; ook wat dat betreft handelen we
buiten de comfortzone. Daar staat tegenover dat ook zorgverzekeraars nu interesse krijgen in producten als de gecombineerde leefstijlinterventie”.

Rahder: “Het stimuleren van het zelfherstellend vermogen van de patiënt als wezenlijk onderdeel van de integrale aanpak in de persoonsgerichte zorg is een meerwaarde voor alle partijen!”.

Posted by Zorgcommunity Redactie

Helemaal (niet) mee eens of heb je een vraag? Laat een reactie achter: