Er wordt vaak gesproken over het al dan niet op een rustige manier laten gaan van patiënten. Tijdens mijn eerste dienst op de intensive care heb ik de verantwoordelijkheid voor een oudere vrouw, die vanuit het rusthuis bij ons is gekomen. Haar toestand is achteruit aan het gaan, het gevolg van algehele malaise en malnutritie.

Mevrouw heeft familie, die volgens de overdracht al afscheid hebben genomen, eenzaam ligt ze bij ons op een kamer. Hoewel het hard klinkt, geeft de comateuze toestand van mevrouw voor mij enige geruststelling. Hoewel het niet geheel duidelijk is, is het een geruststellende gedachten dat mevrouw niet alles en hopelijk niks mee krijgt van haar lichamelijke toestand en haar eenzaamheid.

Gelukkig is het rustig op de dienst en kan ik veel tijd bij haar zijn, niet alleen voor de technische handelingen en of het geven van medicatie, maar ook gewoon om even haar hand vast te houden of haar door het haar te strelen. Gaandeweg de dienst geraakt ze steeds dieper in een comateuze toestand, het valt me op dat haar ademhaling verandert, steeds sneller en oppervlakkiger.

Mijn gevoel zegt dat het overgaan waarschijnlijk niet lang meer zal duren, ik voel een dilemma, wat is de gangbare wijze op deze intensive care? Zouden collega’s het vreemd vinden als ik zo lang bij haar blijf (hoewel het qua drukte geen probleem is: zoals zo vaak kies ik voor mijn patiënt en laat de eventuele (negatieve) meningen van collega’s niet opwegen tegen de keuze die in mijn ogen gevoelsmatig de beste is. Ik besluit bij haar te blijven, in mijn mening mag niemand alleen sterven.

Het was een bijzonder tijdsbestek van meer dan een uur. Beetje bij beetje zag ik de klinische signalen dat het overgaan niet lang op zich zou laten wachten. De diepere comateuze toestand, de snellere oppervlakkige ademhaling die overgaat in een langzame, bijna afwezige ademhaling. Het hart dat steeds meer moeite moet doen om het lichaam in leven te houden, terwijl de ziel al heeft losgelaten.

Op een gegeven moment lijkt ook het hart te accepteren dat vechten zinloos is. Het hartritme geeft de strijd op en het voelt heel bijzonder dat ik bij haar ben en mag zijn, zodat zij niet alleen hoeft te zijn. Zij die ik niet kende, zij die een vreemde voor mij was en nog is. Maar het gaat niet om mij, het gaat om haar. Die eenzame patiënt, die niet alleen was in haar strijd en niet alleen in haar overgave. Heeft ze mijn hand gevoeld, die haar hand vasthield in het laatste deel van haar leven? We zullen het nooit te weten komen.

Posted by Martien Strik

Mijn passie ligt bij de acute en intensieve zorgen, voor dat ik met de verpleegkundige opleiding ben begonnen, heb ik gewerkt als chauffeur bij de huisartsenpost, Mobiele Intensive Care Unit en ambulancedienst in Nederland. In 2011 ben ik afgestudeerd aan de HBO V opleiding, waarna ik in Nederland als verpleegkundige heb gewerkt op diverse afdeling en functies: o.a. op de spoedeisende hulp, de acute opname afdeling, de afdeling hartbewaking maar ook binnen de evenementen hulpverlening (laatste tijd ook als Adv. Life Support Verpleegkundige). Onlangs ben ik weer terug komen wonen in Nederland (Groningen) Na 2,5 jaar in België gewoond en gewerkt (op de intensive care, de ambulancezorg en de spoedeisende hulp) te hebben. Hier woon ik samen met mijn lieftallige echtgenote en 2 jonge zonen. Momenteel werk ik als specialistisch verpleegkundige binnen het technisch thuiszorg team en als verpleegkundig-ambulancier- hulpverlener. Mijn ambitie is om in de toekomst de opleiding tot ambulanceverpleegkundige te kunnen volgen. Naast mijn passie voor de acute zorg, beoefen ik al meer dan 12 jaar de Japanse krijgskunsten Aikido en Iaido, hierin heb ik ook meerdere jaren les gegeven.

Helemaal (niet) mee eens of heb je een vraag? Laat een reactie achter: