Het is tijd voor vitaliteit // Reisverslag afl. 1
Wat vind je van deze bijdrage?

Reisverslag is een reeks interviews met zorgprofessionals en -organisaties door een veranderende zorglandschap. Jos van Langen onderzoekt organisatieverandering en transformatieprocessen. Hij steekt de thermometer in specifiek gedrag dat – en de mindset die – ons daadwerkelijk vooruit brengt. In aflevering 1 gaat Jos in gesprek met Tinka van Vuuren: bijzonder hoogleraar Vitaliteitsmanagement aan de Open Universiteit Nederland. Samen bespreken ze hoe je levenslust en een goede match met het toekomstige werk kunt vinden.

In hoeverre is vitaliteit van belang binnen onze organisaties?
Dan moeten we eerst eens kijken wat vitaliteit is. Ik versta onder vitaliteit dat mensen energie en motivatie hebben. Wat mij betreft gaat het over de levenslust van mensen. En dat is iets anders dan dat mensen een goede leefstijl hebben. Die leefstijl draagt zeker bij – als je gezond leeft, zal dat je ook meer energie geven. Energie ontstaat ook als je je fysiek en mentaal goed voelt, als je leuke dingen doet, als je gemotiveerd bent en als je waardering krijgt. Dat alles levert ons energie op.

Maar het belang van vitaliteit binnen organisaties is continue belangrijk. En in de toekomst, denk ik, zal dit alleen maar belangrijker worden.

Omdat veranderingen en bijbehorende prikkels zich sneller voordoen en elkaar opvolgen?
Dat betekent dat je ‘veranderbereid’ moet zijn. Dat je dus proactief bent en daar heb je heel veel energie voor nodig. Ook zie ik een beweging naar de situatie waarbij we door het arbeidstekort straks méér met minder moeten gaan doen. Ik hou me vooral bezig met vitaliteitsmanagement en als je kijkt naar duurzame inzetbaarheid, dan is het onderdeel vitaliteit één van de belangrijkste pijlers. Essentieel daarnaast is dat je een goed werkvermogen* hebt. Dus wat jij kan qua gezondheid en dat dat past bij wat het werk van je vraagt. Dat je verder een goede employability** hebt, dus een goede arbeidsmarktpositie hebt. Aantrekkelijk zijn op de arbeidsmarkt en vooral om dat te blijven. Dat betekent ook flexibel kunnen zijn, dat je soms hier en soms daar gaat werken. Inzetbaar zijn op meerdere of op een heel andere werkplek.

Vitaliteit zal daarom steeds meer centraal komen te staan. Alles is nodig om duurzaam aan het werk te kunnen zijn en blijven. We zijn ons inmiddels wel bewust dat we uiteindelijk langer door zullen moeten werken – heel anders dan de generatie voor ons.

TNO gaf aan dat ons een vloedgolf aan chronische ziektes staat te wachten en dat burn-out bij jonge jongeren toeneemt.
Omdat we ouder worden, neemt de kans toe dat we chronische aandoeningen krijgen. Maar dit geldt zeker niet voor iedereen. Ik zeg wel eens: veel ouderen gaan steeds minder op elkaar lijken. En jongeren lijken juist meer op elkaar dan ouderen.

Och, leg eens uit?
Als je ouder wordt, ga je steeds meer van elkaar verschillen. Verschil in gezondheid, in interesses, in werk, in het willen en het kunnen, enzovoort. En de jongerengroep is juist homogener.

Als we dan naar het vitaliteitsmanagement kijken, hoe kunnen organisaties dit meer oppakken. Ook qua individuelere aanpak?
Eigenlijk is het de bedoeling dat het beleid erop gericht is om de eigen mensen meer te vitaliseren. Het klassieke model van de draaglast en de draagkracht. Die moeten met elkaar in balans zijn. Je ziet vaak dat er veel aandacht uitgaat naar mensen waarbij het tijdelijk niet zo goed gaat, zij die minder draagkracht hebben, om hen dan te ontzien. Zo van ‘Laten we het maar voor hen verlichten. We gaan de draaglast verminderen!’

Maar dit werkt contraproductief. We moeten er juist voor zorgen dat mensen hun draagkracht versterken. Dit is een heel andere benadering. Dus niet alleen voor diegene waarmee het niet goed gaat. Maar om preventief iedereen te versterken. Mijn oratie gaf ik destijds de titel mee: ‘Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden!’

Dus kom niet pas in beweging als het fout zit, maar kom eerder in beweging?!
Ja, dit geldt voor zowel de werkgever als voor de werknemer. Ieder zal meer zijn eigen aandeel en verantwoordelijkheid moeten oppakken. Bij jongeren zie je al dat het snel fout kan gaan met uitval, veel eerder zelfs dan vroeger. Jongeren zitten tegenwoordig in hele onzekere arbeidposities, omdat ze vaak tijdelijke banen hebben. En dit niet voor één of twee jaar, maar die tijdelijke verbindingen kunnen jaren voortduren. Omdat ze zich continu moeten bewijzen en daarnaast ook nog van alles willen, ligt een burn-out echt op de loer.

In de jaren 2000 volgde ik diverse Amerikaanse trainingen. Een mooie uitspraak daaruit is me altijd bijgebleven, namelijk; ‘Vitaliteit is het eindproduct van participatie!’
Ja, als je zeggenschap hebt, komt dat de vitaliteit ten goede. Ik verbind vitaliteit ook wel met de theorie van Ryan en Deci***. Mensen hebben psychologische basisbehoeften die deze vitaliteit kunnen voeden. Namelijk de behoeften aan autonomie (zeggenschap), competentie (goed zijn in wat je doet en waardering daarvoor krijgen) en aan verbinding (goede sfeer en gezamenlijk aan gemeenschappelijke doelen werken). Als dit er allemaal is, dan ben je intrinsiek gemotiveerd.

Participeren is optimaal mee kunnen doen met de mogelijkheden die er zijn.
Jan: ‘Ik ben 10 jaar kerndocent geweest bij de masteropleiding Oncologische fysiotherapie, daar vertelde ik vaak over een terminaal zieke man die heel graag bij het huwelijk van zijn zoon wil zijn. Hij deed er alles aan om zo goed mogelijk te kunnen blijven staan en aanwezig te zijn bij het altaar. Ook dat is optimaal participeren, die levenskracht kon iedereen waarnemen en ervaren.’

Gezondheid is meer dan alleen de afwezigheid van aandoeningen. Het gaat ook vooral over de aanwezigheid van welbevinden. Machteld Huber heeft een goede definitie die zegt: mensen kunnen ook gezond zijn als ze een aandoening hebben, als ze maar zoveel mogelijk eigen regie kunnen voeren. Dus als je op een goed manier omgaat met uitdagingen in het leven, spreek je van veerkracht.

In het bedrijfsleven gebruikt men graag de metafoor van de topsporter. Maar we zijn niet allemaal een Irene Wust, Daphne Schippers of Sven Kramer.
Inderdaad, en deze sporters slijten ook. Wat we meer nodig hebben is dat mensen loyaal zijn aan hun latere zelf. Die uitspraak heb ik geleend. Loyalis heeft het ZZP-pensioen ontwikkeld, daar komt het vandaan. Dus:‘Wees loyaal aan je latere zelf’. Dit motto is een call-for-action. Duurzame inzetbaarheid is de beste garantie voor inkomstenzekerheid in de toekomst.

Zeker met een terugtrekkende overheid?
De verzorgingstaat bouwt steeds meer af, dus is het steeds belangrijker dat je goed voor jezelf zorgt, ook later. En dat vindt niet iedereen zo makkelijk, want we zijn zo op het nu gefocust. We zeggen en denken: ‘Maar, ik wil het nu!’  Als tegenwicht zeg ik dan: ‘Het moet leuk voor nu zijn en goed voor later.’ Dit is wel haalbaar en een bruggetje voor investeren in later. Want het is nú de tijd voor vitaliteit.


uitleg

* Definitie van werkvermogen

Werkvermogen geeft aan in welke mate de werknemer zowel (fysiek) lichamelijk als (mentaal) geestelijk in staat is om zijn huidige werk uit te voeren. Het wordt bepaald door de balans tussen individuele kenmerken (gezondheid, competenties, waarden en houding) en werkvereisten.

** Definitie van employability

Employability betreft het vermogen om nu en in de toekomst verschillende werkzaamheden en functies adequaat te blijven vervullen, zowel in het eigen bedrijf als in een ander bedrijf of sector (De Vries, Gründemann & Van Vuuren, 2002).

*** The Self Determination Theory van de Rochester School van motivatiepsychologen Vertegenwoordigd door Richard (R.M.) Ryan en Edward (E.L.) Deci.

De motivatietheorie gaat uit van de natuurlijke, aangeboren neiging van mensen om bezig te zijn met interessante dingen en te zoeken naar verbintenissen tussen zichzelf en de wereld. Deci en Ryan ontdekten dat onder die gerichtheid op groei en natuurlijke ontwikkeling een fundament ligt van drie psychologische basisbehoeften: een natuurlijke behoefte aan autonomie, relatie en competentie. Als daaraan is voldaan dan is er welbevinden, motivatie, inzet en zin in leren, maar als één van de drie tekortgedaan wordt, dan ontstaan veel van de motivatieproblemen. Bron: Stichting NIVOS

Posted by Jos Van Langen

One Comment

Helemaal (niet) mee eens of heb je een vraag? Laat een reactie achter: